Niet alleen volwassenen, ook kinderen moeten weten wat ze kunnen doen tijdens een crisis. Bij de Risk Factory in Twente
oefenen basisschoolleerlingen daarom met noodscenario’s. ‘Ik ga vanavond thuis vragen of we een noodpakket hebben.’
Zodra de groep 8-leerlingen van basisschool Het Kompas binnen zijn en de keukendeur dichtvalt, beginnen de lampen boven het kookeiland te flikkeren en schalt het geluid van een NL-Alert door de ruimte. ‘Er is een black-out in Nederland’, klinkt het door de speakers. Daarna valt het stil en wordt de keuken donker.
Begeleider Aukje Haarman doet met een druk op de knop de nepkaarsen aan. Een blonde jongen met een smiley op zijn trui vindt een zaklamp in een keukenla en schijnt de groep bij. Een andere leerling schuift de antenne van een noodradio uit. ‘Helemaal uittrekken en draaien tot je de goede frequentie te pakken hebt’, zegt Haarman.
Samen draaien ze aan het knopje tot ze 89.4 FM hebben gevonden, de frequentie van RTV Oost, dat tijdens een noodsituatie zal fungeren als calamiteitenzender.
De leerlingen die vandaag de Risk Factory bezoeken, oefenen hier spelenderwijs wat zij moeten doen bij langdurige stroomuitval. Dat is volgens Unicef Nederland hard nodig. De kinderrechtenorganisatie maakt zich zorgen over het ontbreken van informatie voor kinderen in crisisplannen.
Ook in de nieuwe bewustwordingscampagne ‘Denk vooruit’ van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) worden kinderen over het hoofd gezien. Met die campagne wil de overheid burgers informeren hoe zij zich het beste kunnen voorbereiden op een nationale ramp, zoals stroomuitval.
‘Nergens staat hoe je met je kinderen kunt praten over wat er kan gebeuren, of wat ze zelf kunnen doen’, schrijft directeur Suzanne Laszlo op de website van Unicef Nederland. ‘Door kinderen uitleg te geven maak je ze niet banger, maar juist sterker.’
Bij educatiecentrum de Risk Factory horen de leerlingen via de radio dat ze tijdens de stroomstoring hun noodpakket mogen aanbreken. Maar wat hoort daar eigenlijk in te zitten? In de donkere keuken krijgen ze de opdracht om de juiste producten te vinden.
Een enkeling kiest voor vers fruit en eten dat bijna over de datum is, maar de meeste leerlingen kiezen precies de dingen die thuishoren in een noodpakket: voldoende water, hygiëneproducten, batterijen, een rode EHBO-doos en contant geld.
‘Maar of hun ouders ook al een compleet pakket in huis hebben, weten de meesten niet’, zegt projectleider Stefan Mués, die sinds de oprichting in 2014 nauw betrokken is bij de ontwikkeling van de Risk Factory.
‘Een stroomstoring lijkt iets van korte duur, maar de gevolgen van een langdurige black-out kunnen groot zijn. Veel mensen voelen de noodzaak van een goede voorbereiding, maar hebben nog geen actie ondernomen’, zegt hij.
‘Ouders luisteren misschien niet meteen naar de overheid, maar wel naar hun eigen kinderen. Na hun bezoek praten kinderen thuis over het nut en de noodzaak van een goede voorbereiding op een crisis. Daardoor worden ze voor ons krachtige ambassadeurs.’
Op het terrein van Twente Safety Campus, waar de Risk Factory deel van uitmaakt, worden dagelijks trainingen gegeven aan politie-eenheden, brandweerkorpsen en militairen. Maar in de zwart-gele loods van Risk Factory staan kinderen centraal. In samenwerking met Veiligheidsregio Twente, Politie Twente en de regionale GGD leren basisschoolleerlingen aan de hand van levensechte ‘belevingsscenario’s’ over veiligheid, weerbaarheid en zelfredzaamheid.
Hoe kies je bijvoorbeeld een sterk wachtwoord? Wat moet je doen als iemand met je persoonlijke foto’s aan de haal gaat? Hoe werkt 112 bellen? En wat moet je doen bij brand? Het nieuwste scenario, ‘Black-Out’, richt zich op een langdurige stroomuitval en het samenstellen van een noodpakket.
Dat is volgens het ministerie van Justitie en Veiligheid hard nodig. Uit cijfers blijkt dat slechts drie op de tien Nederlanders goed voorbereid zijn op een noodsituatie. Bij een goede voorbereiding horen een noodpakket en een noodplan. Toch verwachten de meeste Nederlanders dat de overheid bij een noodsituatie zorgt voor voldoende water en voedsel voor iedereen.
Basisschoolkinderen uit de regio Twente leren bij de Risk Factory op een leuke manier, maar zonder het grotere doel te vergeten. ‘Op die manier zijn wij eigenlijk de praktische uitvoering van de Denk vooruit-campagne’, zegt Mués. ‘Alles bij de Risk Factory draait om positieve gedragsverandering, met een focus op zelf oefenen.’
Die aanpak blijkt effectief: de Radboud Universiteit toonde onlangs aan dat kinderen zich na hun bezoek beter bewust zijn van risico’s en zich daadwerkelijk veiliger gedragen. Ook blijft de lesstof op de lange termijn hangen.
Na een dag in de Risk Factory gaan de leerlingen weer op huis aan. Tot hun grote teleurstelling hebben ze ontdekt dat snoepgoed niet essentieel is voor een noodpakket. ‘Maar bordspelletjes mogen wel’, probeert begeleider Haarman de boel te sussen. ‘Als je telefoon leeg is en de televisie het niet doet, zijn spelletjes wel leuk om in huis te hebben.’
Toch vonden de meesten de oefeningen vooral leuk. En ze blijken inderdaad enthousiaste ambassadeurs te zijn geworden. ‘Ik ga dat vanavond even vragen’, antwoordt de 10-jarige Jack op de vraag of hij weet of zijn ouders al een noodpakket in huis hebben gehaald.
Ook zijn klasgenoot Emily (11) weet het niet zeker. ‘Ik heb wel een zaklamp op mijn kamer, maar volgens mij nog geen extra batterijen’, vertelt ze. ‘Ik heb juist wel nog batterijen’, reageert Jack. ‘Dan hebben we in ieder geval samen al een begin.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant