Een Duitse astronaut moet de eerste Europeaan op de maan worden. Directeur Aschbacher van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA had drie tickets te vergeven aan boord van verschillende Amerikaanse Artemis-missies en die gaan naar Duitsland, Frankrijk en Italië. Die drie landen betalen ook verreweg het meest aan de ESA.
Het is nog niet duidelijk wie precies de eer krijgt toebedeeld. Er zijn momenteel twee Duitse astronauten, Alexander Gerst (45) en Mathias Maurer (55).
Onder de vijf astronauten in de nieuwste ESA-lichting, die vorig jaar hun opleiding afrondden, zijn geen Duitsers. Wel staan er nog twee op een reservelijst van elf.
Het Amerikaanse Artemis-programma heeft in 2022 al één onbemande maanmissie succesvol afgerond. Het is de bedoeling dat er voor uiterlijk april volgend jaar een bemande vlucht komt, met drie Amerikanen en een Canadees. Zij zullen alleen wat rondjes draaien rond de maan. Een landing staat pas gepland voor Artemis III, voorlopig in de agenda voor 2028.
Of een Europeaan al aan boord van die missie zal zijn (de eerste naar het maanoppervlak in meer dan een halve eeuw) is nog niet duidelijk. In de komende jaren staan nog meer missies naar de maan gepland, ook om een ruimtestation in een baan eromheen te brengen, de Gateway.
De ESA draagt onder meer technologisch bij aan die reizen door de ontwikkeling van de servicemodule voor het ruimtevaartuig.
Aschbacher verklapte zijn planning aan het Duitse persbureau DPA in de marge van een ESA-top in Bremen. Daar toonde hij zich ook zeer tevreden over de nieuwe financiering van de ESA: het budget stijgt met 30 procent naar 22 miljard euro. Gisteren nog trok ook het Nederlandse kabinet toch nog extra geld ervoor uit: 453 miljoen in plaats van 344 miljoen.
Volgens Aschbacher is dat geld hard nodig om concurrerend te blijven. Niet alleen moet de ESA aansluiting houden bij de nieuwe spacerace tussen China en de VS, ook moeten de ontwikkelingen in de commerciële worden bijgebeend. "Europa heeft wat in te halen", luidt zijn oordeel.
Duitsland levert met gemak de grootste bijdrage aan de ESA, ruim 5 miljard euro tegenover 3,5 miljard drie jaar terug. Italië en Frankrijk spenderen elk net iets meer dan 3 miljard. Nederland staat op plek negen achter de bijna 2 miljard van Spanje en het VK en de ruim 1 miljard van België. In tegenstelling tot Nederland heeft dat laatste land wel een aankomend astronaut: Raphaël Liégeois traint voor een reis naar het ISS.
Buitenland
Deel artikel: