Literaire essays Wanneer een immigrant een verhaal vertelt, moet dat vaak beperkt blijven tot één herkenbaar trauma. Die verwachting weerhoudt hem van solidariteit met andere ‘anderen’. Volgens Pulitzer Prize-winnaar Viet Thanh Nguyen laten Aziatisch-Amerikanen zich daarom ook zo weinig uit over de Palestijnen.
Viet Thanh Nguyen in Hollywood.
„Waarom spreken we ons zo weinig uit over de Palestijnse kwestie?” Het is een vraag die Pulitzer Prize-winnaar Viet Thanh Nguyen stelt in zijn essaybundel Anders-zijn, waarbij hij met ‘we’ doelt op Aziatisch-Amerikanen. Het is niet alleen een interessante vraag, het vereist ook lef om op zoek te gaan naar het antwoord erop. Hoewel dit onderwerp slechts in één essay ter sprake komt – de bundel bestaat uit zes bewerkte lezingen die hij hield voor Harvard University – zit het antwoord erop verweven in alle andere. Wie in een nieuw land komt, moet een ‘model-immigrant’ zijn en wie als immigrant verhalen vertelt, moet zich beperken tot één overzichtelijk trauma.
Viet Thanh Nguyen: Anders-zijn De betekenis van ‘de ander’ in de literatuur. (To Save and to Destroy) Vert. Jetty Huisman. Marmer, 192 blz. € 23,99
De ‘voortreffelijke immigrant’ keert vaak terug in het werk van Thanh Nguyen. In zowel zijn Pulitzer Prize-winnende debuutroman De sympathisant als in de romans en verhalen die volgden, gaat het om het dilemma dat een immigrant ervaart wanneer hij een deel van zijn identiteit moet afleggen. Doet hij dat immers niet, dan past hij niet in de nieuwe wereld.
Waar het in zijn eerste boeken begon met het meenemen van de lezer in de verbeelding van hoe het is ‘anders te zijn’, werkte hij dat daarna verder uit. Vorig jaar culmineerde dat in de memoir De man met twee gezichten. Hierin toonde hij hoe de immigrant niet alleen gevormd maar ook misvormd wordt door het land waar hij ‘welkom’ wordt geheten. De essays in Anders-zijn hebben deels een overlap met die memoir, maar waar hij in De man met twee gezichten een stem wilde geven aan de stemlozen, gaat het er in deze essays om dat dat niet afdoende is. Immers, zoals de Indiase schrijver Arundhati Roy al stelde, „stemlozen bestaan niet”.
Het sterkst maakt hij dat duidelijk in ‘Over Palestina en Azië’. Hierin legt hij, in navolging van de denker en schrijver Edward Saïd, het verschil uit tussen de goede en de slechte ander: „Die goede ander is bereid te sterven voor het Westen, terwijl de slechte ander door het Westen moet worden gedood.” Die tweedeling leidde tot een bepaald beeld van de ‘oosterling’ in de VS, waarbij Zuidoost-Aziaten kozen voor wat Thanh Nguyen beschouwt als de „inconsistente benaming Aziatisch- Amerikanen”. Dat sloeg echter maar op een deel van hen: „Azië is het grootste continent, van Turkije in het westen tot Japan in het oosten, tot Kazachstan in het noorden, tot Sri Lanka in het zuiden en Indonesië in het zuidoosten. Israël en Palestina liggen in Zuidwest-Azië”, staat er terecht. En toch vinden we het absurd dat Israëliërs en Palestijnen zich na aankomst in de VS niet ook Aziatisch-Amerikanen (laten) noemen.
Behalve dat wat Thanh Nguyen betreft de term ‘Aziatisch-Amerikaan’ al absurd is, koppelt hij eraan dat hier de kern zit van het gebrek aan solidariteit. Migratie betekent weliswaar over grenzen heen gaan, maar er is wel een duidelijke grens, ook voor migranten. „De oorlog van Israël in Gaza zou in het bijzonder mogen rekenen op een reactie van Aziatisch-Amerikanen – tenslotte worden zij als ‘oriëntaals’ aangeduid – maar ook van iedereen die ingedeeld wordt bij anderen of zichzelf zo ziet.”
De reden dat dat niet gebeurt is dat de zuid- of oost-Aziaat in de VS liever niet bij de Palestijnen wil horen, omdat ze al moeite genoeg hebben zichzelf te verdedigen tegen racisme en haat. Het gevaar is volgens Thanh Nguyen dat „zodra Aziatisch-Amerikanen blijven steken in zelfverdediging, inclusie en een tot ras en natie beperkte solidariteit”, ze niet in staat zijn tot wereldwijde solidariteit. „Inclusie is cruciaal maar gecompliceerd voor Aziatisch-Amerikanen die bij een land willen horen dat de kolonisatie en bezetting van andere landen promoot.” Reden voor hem om geen Aziatisch-Amerikaan te hoeven zijn.
In alle essays wordt het anders-zijn gekoppeld aan andere literaire werken. Een uitspraak van de Portugese dichter Pessoa („Leven is een ander zijn”) stelt hij treffend bij naar: „Leven is anders zijn.” Met die leidraad gaat hij menig canoniek werk te lijf, of het nu Joseph Conrad, Edward Saïd, V.S. Naipaul, Richard Wright of Shakespeare is. Dat levert soms wat voorspelbare inzichten op, soms ook mooie, zoals over Richard Wright die laat zien dat „de afgrond onder onze voeten [de voeten van wat de ander is, red.] nog steeds gaapt”. Of hij komt met observaties die kort door de bocht zijn, zoals over Jhumpa Lahiri die hij wegzet als auteur van de „gezagsgetrouwe immigrant”.
Geestig is zijn verhaal over hoe hij als eerstejaarsstudent de film Dead Poets Society bekijkt, de klassieker uit 1989. De film werd onder meer gezien als een pleidooi voor poëtisering van de maatschappij. Thang Nguyen herinnert zich: „De film gaat over een groep vervreemde, aan existentiële angst lijdende witte adolescenten en hun inspirerende literatuurdocent op een eliteschool. De jongens declameren romantische gedichten [van Shakespeare en Byron] voor elkaar, en ik herkende het eerste onmiddellijk, want ik had het jaren geleden uit mijn hoofd geleerd.”
Hij verbindt er een conclusie aan die zijn vrees over de ander voortreffelijk verwoordt: „Uit je hoofd leren was een vorm van mimicry, en ik begon al behoorlijk op een van die personages bij V.S. Naipaul te lijken, die ‘deden alsof we echt waren, alsof we leerden, ons op het leven voorbereidden, wij fopfiguren van de Nieuwe Wereld nabootsten’.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC