is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.
Nu de taaldiscussie over anglicismen wat repetitief begon te worden, zijn de posers van de kletsende klasse tegenwoordig vooral paniekerig over chatbots die steeds meer terrein winnen. AI-gegenereerde teksten zijn niet authentiek, luidt de kritiek, en dus onwenselijk om als essays of sinterklaasgedichten te presenteren. Een performatieve discussie om van te smullen, and I’m here for it.
Wat de critici namelijk zelden in hun betogen vermelden, is een heldere definitie van het begrip ‘authentiek’. Want is ‘authentiek’ een stukje tekst met enkele persoonlijke herinneringen aan je jeugd? En dat je daar dan vervolgens heel gewichtig over doet met referenties aan Hannah Arendt en een paar denkers van nu, zo van: ‘Ik lees nog boeken’? Met een pretentie alsof die momenten de bouwstenen vormden van een openbaring waar anderen ook baat bij moeten hebben?
Natuurlijk niet. Sterker, het is gewoon een truc. Ervaren schrijvers weten dat. En trucjes kunnen ook best een mooie uitwerking hebben, maar authentiek zijn die allerminst.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En in hoeverre is authenticiteit kwalitatief goed genoeg voor een publicatie of voordracht? Is dat als je op schoolse wijze een essay begint met een gesprek dat je onlangs voerde met je Uber-chauffeur of een andere vreemde, zoals je dat leerde op de universiteit en na het lezen van heel veel Das Mag-boeken?
Is dat een speech beginnen met: ‘Het was een mistige herfstdag in november, toen ik uit het raam keek en me realiseerde dat ik… (insert saaie gedachte)’? Is dat braaf vijf argumenten opsommen in een opiniestuk om je standpunt te onderbouwen en, vooruit, ook nog even een tegenargument onderuithalen om je betoog sterker te maken?
Het antwoord is ja, dan kan de tekst wél door de beugel. Want voor de exclusieve clubleden van de kletsende klasse is een tekst pas leeswaardig genoeg als het voldoet aan de codes (beschaafd afstandelijk toontje, beetje literair, ouwelijke uitdrukkingen, en nog meer nonsens) die bedacht zijn om bubbels en geprivilegieerde posities te bewaken. Stel je immers eens voor dat het publieke debat (‘discours’) voor iedereen toegankelijk zou zijn.
Dit zou alleen niemand durven toegeven, en dus komen critici met verheven argumenten tegen het gebruik van AI-tool, zoals: het belemmert het kritisch denken. Dat is ook zo. Maar de uitsluitende drempels die zij zélf opwerpen voor mensen die niet ‘goed’ kunnen schrijven, worden zelden kritisch bevraagd. Er bestaat zelfs een codewoord voor het afserveren van teksten die niet ‘doorwrocht’ genoeg zijn. Zo’n tekst heet dan een ‘broddelwerkje’.
Wil je écht authenticiteit zien, neem dan vooral eens een kijkje bij de reacties onder een willekeurige post van het Instagram-account Cestmocro – een platform waar klein en groot nieuws wordt uitgelicht met AI-gegenereerde teksten en inmiddels de voornaamste nieuwsbron is voor veel jongeren. En ik schrijf nadrukkelijk ‘de reacties’, die (en ook lang niet allemaal) veel interessanter en plezieriger zijn om te lezen dan de chatbot-teksten van het platform zelf of het gemiddelde essay van een Nederlandse auteur.
Zo zei ene @2ncayesin onder een Cestmocro-post over het Denk Vooruit-overheidsfoldertje: ‘Overheid tijdens de vaccinaties: ‘Ey, alles op mij, brother. Geen stress, man.’ Overheid bij noodpakketten: ‘Red jezelf, man. Niet bij mij komen.’ Een rake observatie in achttien woorden. Of lees @iiems.xx voor broodnodige humor in angstige tijden: ‘Wat ik ga voorbereiden is 1.200 hamsters die rennen in een molen en mijn stroom opwekken.’
Dus laat me hopen dat deze jongeren hun authentieke (schrijf)stem blijven uitoefenen en (met het nieuwe gratis Volkskrant-abonnement voor studenten) ook hun weg naar de brieven- en opiniepagina’s van onze krant weten te vinden. Zonder ChatGPT, maar ook zonder torenhoge drempels.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant