„Voel je ‘t?” Erica van Delft kijkt me vragend aan. Ja, ik voel het. Na een half uur wandelen door de gangen van de shopping mall is onze pas vertraagd. Lopen werd slenteren, dwalen zelfs. Een gevoel van oneindigheid, zoals Van Delft dat ervoer toen ze als kind aan de arm van haar moeder elk jaar door deze gangen struinde om bij de C&A een winterjas te kopen.
Toen heette het winkelcentrum nog Leidsenhage en was er nog geen dak. De winkelpuien waren kleiner, minder ramen. Moeder en dochter werden gebracht door vader, met de auto vanuit Zoetermeer. Afgezet, want ook toen al stond de parkeerplaats altijd vol. En, kon hij thuis nog rustig een boek lezen.
En nu, vijftig jaar later, stapt Erica van Delft (55) op royal-blue hakken met idem kleur mantelpak over een witmarmeren vloer langs diezelfde C&A. Als general manager van Mall of the Netherlands, sinds de heropening in 2021 het grootste winkelcentrum van het land. Hier in Leidschendam. Met bioscoop, game hall en vijftig restaurants.
„Hmmm, stoffig”, zegt ze, een vinger strijkend over een plant in de hal. Met haar jarenlange retailervaring heeft Van Delft elk detail „in de peiling”. Tegen een beveiliger verzonken in zijn telefoon: „Hey! Hoe is het?” Blik op de kunstkerstbomen in een kledingwinkel: „Hebben die wel een brandcertificaat?”. Voor een winkel waar de muziek te hard staat: „Al de zóveelste keer.”
Winkelen is een „ervaring” en om die „comfortabel” te houden, zegt Van Delft, mag je tot maximaal een meter voorbij de winkelpui muziek horen. En is de vloer schoon? Zijn de ramen geboend? Ruikt het fris? Is de temperatuur oké – tussen 18 en 20 graden?
Het hoort allemaal bij de „viersterrenbeleving” die Westfield, de internationale eigenaar, het publiek wil bieden. The Mall heeft een receptionist. Er zijn gekoelde kluisjes, een garderobeservice en de – mannelijke – schoonmakers zijn gestoken in stropdas en gilet.
Alleen de bereikbaarheid, die is niet zo viersterren. Er is parkeerruimte voor vierduizend auto’s maar met een jaarlijks bezoekersaantal van vijftien miljoen – drie keer de Efteling – loopt het verkeer dezer dagen, met Sint, Black Friday én Kerst voor de deur, in het weekend he-le-maal vast. Tot ergernis van de buurt, die de deur niet meer uit kan.
Van Delft heeft er veel contact over met de gemeente, maar wat kan ze doen? Parkeren is nu gratis, „een USP voor ons winkelcentrum”. Maar ‘gratis’ trekt ook langparkeerders. Om die te weren is ze best voor betaald parkeren: „Twee uur gratis en daarna betalen is een optie.” Maar dan zullen omwonenden een parkeervergunning moeten aanschaffen, anders verplaatst het probleem zich. En of die allemaal willen…
„Pak de fiets, het ov. Dat promoten we ook”, zegt Van Delft. „En kom niet allemaal op zaterdagmiddag om twee uur, na de hockey en de voetbal. En ik snáp het wel, maar…”
En ja, wat ook niet helpt: de 1,8 kilometer lange winkelpassage met ruim tweehonderd winkels die je allemaal met hun design-etalages vol aanbiedingen – up to 30 percent! 50! 70! – pogen te verleiden tot bezoek. En tot slenteren. Want die kronkelende gangen, vertelt ze, zijn zo ontworpen dat je nergens ‘het einde’ kunt zien.
Kom hier nog maar eens uit.
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC