Glanzende bloemen zijn vanaf grote afstand beter te zien voor bestuivers dan matte. Waarom glimmers in de natuur toch in de minderheid zijn, blijkt wanneer hommels dichterbij komen.
De nieuwe studie van onder meer de Rijksuniversiteit Groningen biedt een mogelijke evolutionaire verklaring waarom matte bloemen in de meerderheid zijn, maar een select gezelschap glimmend door het leven gaat.
Kleuren dienen in de natuur vaak als signalen, bijvoorbeeld om bestuivers aan te trekken of jagers af te schrikken. In een reeks experimenten peilden de wetenschappers hoe goed hommels op verschillende afstanden kleuren kunnen waarnemen en onderscheiden. Daarvoor gebruikten ze plastic schijfjes met de textuur van echte bloemen – zowel doffe als glanzende exemplaren. Met een suikeroplossing werden de insecten beloond voor hun deelname.
Uit de verschillende tests blijkt dat de hommels glanzende bloemen zoals de flamingoplant en de boterbloem het beste vanaf grote afstand kunnen spotten. ‘Het is net als een zwaailicht van een politiewagen; zo’n glimmend schijfje is net van een iets grotere afstand te zien dan een matte’, vertelt evolutionair bioloog Casper van der Kooi, een van auteurs van de publicatie in vakblad Science Advances.
Ondanks het evolutionaire voordeel van de glimmers blijkt in de natuur meer dan 90 procent van de bloemen juist een matte kleur te hebben. Een verklaring daarvoor dook op toen de hommels hun bloem naderden. Dichtbij kunnen de dieren de glanzende nepbloemen juist minder goed van elkaar onderscheiden vanwege de schittering. Bij matte kleuren gaat dit beter, omdat ze constanter zijn van kleur, ongeacht de kijkrichting of lichtinval.
‘We hebben dus vooral aangetoond waarom de meeste bloemen níét glimmen,’ zegt Van der Kooi. ‘Een gele bloem wil zich wel kunnen onderscheiden van andere planten met een net iets andere geeltint, anders bestuiven de insecten het verkeerde bloemetje. De verbeterde zichtbaarheid van glanzende bloemen gaat dus ten koste van efficiënte bestuiving.’
De wetenschapper hoopt dat vervolgonderzoek licht kan schijnen op hoe insecten reageren op glimmende objecten die mensen maken, zoals auto’s, zonnepanelen en zelfs grafstenen. ‘Sommige libellen leggen hun eitjes bijvoorbeeld op grafzerken, omdat ze de glans aanzien voor water.’ Ook intrigerend, aldus Van der Kooi: of de glanzende oppervlakken in te zetten zijn om bepaalde plaagdieren in de val te lokken.
‘Interessant onderzoek, want hoe meer we weten over hommels en bijen, hoe beter we ze kunnen beschermen’, reageert Jaap Molenaar op het nieuwe onderzoek. Als oprichter van de Bijenstichting zet hij zich in voor de belangen van wilde bijensoorten in Nederland, waaronder hommels. ‘Hun hersenen zijn misschien zo groot als een speldenknop, maar ze zijn ontzettend slim; ze onthouden precies in welke bloemen voedsel te vinden is, en waar niet.’
In de praktijk was het Molenaar nog niet opgevallen of bijensoorten meer of minder worden aangetrokken door glanzende bloemen. ‘Ze letten ook op bloemkleuren in het UV-spectrum, geuren, vormen, en zelfs hoe statisch geladen een bloem is. Als die namelijk net is bezocht door een ander insect, is de statische elektriciteit al afgegeven aan dat beestje, en dan is duidelijk voor de hommel: hier valt geen nectar meer te halen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant