De verdeeldheid over de huisvestingsregeling van arbeidsmigranten legt vooral onderliggende problemen bloot. Totdat migranten daadwerkelijk minder afhankelijk zijn van werkgevers, zijn uitwassen lastig uit te bannen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
De regeling die het voor werkgevers mogelijk maakt om een deel van het minimumloon van arbeidsmigranten in te houden in ruil voor huisvesting staat al jaren ter discussie. Het gaat er dan vooral om dat de regeling arbeidsmigranten zeer afhankelijk maakt van hun werkgever, die voor hen in principe zowel baas als huurbaas is. Daardoor zijn ze kwetsbaar: verliezen de migranten hun baan, dan raken ze vaak ook hun huis kwijt en belanden ze op straat.
Dat demissionair minister Mariëlle Paul (VVD) vorige maand een streep zette door het besluit van haar voorganger Eddy van Hijum (NSC) om de regeling af te bouwen, leidde dan ook tot hevige reacties. ‘Onbestaanbaar en onvoorstelbaar kwalijk’, noemde FNV-bestuurder Jacqie van Stigt het. ‘Het is onacceptabel dat een tijdelijk minister die notabene zegt misstanden te willen bestrijden, maatregelen in stand houdt die precies die misstanden veroorzaken.’ Deze week liet de FNV weten het vertrouwen in de minister kwijt te zijn.
De FNV wees er ook op dat het besluit ingaat tegen een reeks adviezen, waaronder het veelbesproken rapport van de commissie-Roemer. Al in 2020 kwam die met de aanbeveling om wonen en werk te scheiden om arbeidsmigranten minder afhankelijk te maken van hun werkgevers. Tegelijk liet de commissie doorschemeren dat het in de praktijk nog wel even kon duren. Daarvoor moesten er eerst ‘voldoende hoogwaardige huisvestingslocaties’ voor arbeidsmigranten zijn.
In de kern speelt de discussie zich vijf jaar later nog altijd langs die lijn af. Het tekort aan goede woningen was een van de redenen dat ambtenaren op Sociale Zaken de afgelopen jaren opeenvolgende bewindspersonen adviseerden om voorzichtig om te springen met de huisvestingsregeling. Meermaals merkten zij in interne nota’s op dat de gevolgen van het afschaffen ervan niet goed zijn in te schatten.
Tegen die achtergrond koos Van Hijum er begin dit jaar dan ook voor om de regeling af te bouwen in plaats van direct af te schaffen. Wat hem betreft moest het percentage van het minimumloon dat mag worden ingehouden voor huisvesting (nu 25 procent) de komende jaren stapsgewijs naar beneden. Ondertussen moest er worden gewerkt aan meer woningen voor migranten en betere huurbescherming voor die groep.
Maar zolang niet duidelijk is hoe dat uitpakt, vindt Paul het te vroeg voor afbouw. Zij krijgt daarvoor steun van verschillende belangenorganisaties. Zo vreest de ABU, de branchevereniging voor uitzendbureaus, dat het toezicht op de kwaliteit van woningen verdwijnt. De regeling voorziet er nu in dat werkgevers alleen salaris mogen inhouden als ze aan de minimale vereisten voor huisvesting voldoen. Op dat punt klinkt wel kritiek vanuit de Arbeidsinspectie, die erop wijst dat werkgevers en huisvesters ondanks de kwaliteitseisen soms de randen van de regels opzoeken en het maximale vragen voor bijvoorbeeld enkel een bed.
De opvallendste medestander heeft Paul in vakbond CNV. In een uitgebreide online reactie benadrukt CNV dat het de ‘ernstige problemen rond huisvesting van arbeidsmigranten’ erkent, maar dat de vakbond ‘geen voorstander’ is van het volledig afschaffen van de regeling. Hoewel de CNV af wil van de koppeling van huisvesting en werk, moet dat gepaard gaan met ‘een beter huisvestingsbeleid voor arbeidsmigranten’. Voor nu biedt de regeling ‘juist bescherming’, ‘duidelijkheid’ en ‘een praktische oplossing’.
Die tweeledige reactie laat ook zien dat de kwestie niet op zichzelf staat. In grote mate hangt die samen met de brede discussie over arbeidsmigratie. Daarin draait het al jaren om de vraag of en in hoeverre bedrijven moeten worden ontmoedigd om gebruik te maken van arbeidsmigranten. Dat kan misstanden voorkomen en de druk op de samenleving verlagen.
Het is ook in die context dat de Arbeidsinspectie de regeling het liefst snel ziet verdwijnen. De inspectie wijst onder meer op het ‘onwenselijke verdienmodel’ dat werkgevers een prikkel geeft om migranten aan te nemen in plaats van Nederlandse werknemers. Aan de migranten is immers wat te verdienen door de kosten van huisvesting met het salaris te verrekenen.
In grote mate komt de discussie die nu oplaait neer op het punt waarop afgelopen zomer ook in een onafhankelijk ambtelijk advies werd gewezen: zolang sectoren afhankelijk blijven van goedkope migranten, zijn uitwassen lastig uit te bannen.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant