Sinds het ingaan van het staakt-het-vuren snijdt de zogenoemde Gele Lijn de Gazastrook in tweeën. Het is letterlijk een streep door hun leven, zeggen vier Palestijnen. ‘Vroeger was het gebied aan de andere kant vol inwoners.’
Door Carlijn van Esch en Monique van Hoogstraten
‘Ik verblijf in een uitgebrande kliniek, zo’n tweehonderd meter van de Gele Lijn’, vertelt Ibrahim Hwila (40) in Jabalia, in Noord-Gaza. ‘Het is heel moeilijk leven hier. Ook al zeggen ze dat er een staakt-het-vuren is, er wordt nog steeds direct op de kliniek geschoten, de kogels raken de muren. Ik ben bang dat ze mij of mijn kinderen doodschieten.’
Sinds het ingaan van het staakt-het-vuren snijdt de zogeheten Gele Lijn de Gazastrook in tweeën. Het gebied ten oosten van die lijn wordt bezet door het Israëlische leger en is verboden voor Palestijnen. Wie het gebied te dicht nadert, is volgens Israël een ‘terrorist’ en wordt ‘uitgeschakeld’. Maar ook aan de westzijde van de lijn, waar meer dan twee miljoen Palestijnen nu opeengepakt leven, is de oorlog niet voorbij.
De onafhankelijke conflictmonitor Acled heeft sinds de wapenstilstand meer dan driehonderd aanvallen en gevechten in de Gazastrook in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat het Israëlische leger dagelijks beschietingen en luchtaanvallen uitvoert in de gehele Gazastrook. Aan de eigen kant van de Gele Lijn is het Israëlische leger naar eigen zeggen bezig terroristische infrastructuur te ontmantelen en vinden bijvoorbeeld clashes plaats met gewapende strijders.
Maar verreweg de meeste Israëlische aanvallen vinden plaats in het dichtbevolkte gebied ten westen van de Gele Lijn, waarmee Israël de afspraken van het bestand schendt. Het Israëlische leger zegt met ‘precisieaanvallen op Hamas-doelen verspreid over Gaza’ te reageren op eerdere schendingen door Hamas. Bij die aanvallen komen bijna elke dag Palestijnse burgers om het leven. Sinds 10 oktober telde de Verenigde Naties zeker 318 doden, onder wie 67 kinderen. Ook raakten bijna 800 mensen gewond.
Nergens in de Gazastrook is het veilig, maar de Israëlische dreiging is het sterkst voelbaar in het grensgebied. De Volkskrant sprak vier mensen op verschillende locaties langs de Gele Lijn. Twee van hen verblijven daar noodgedwongen samen met hun gezin omdat ze geen ander toevluchtsoord hebben. De andere twee trotseren het gevaar van de Israëlische beschietingen om wat er nog rest van hun huis te bezoeken.
Yusra Al-Masri (57)
Huisvrouw
Verblijft in de restanten van haar huis in Beit Lahia
Ongeveer 200 meter van de Gele Lijn
‘Na de aankondiging van het staakt-het-vuren ben ik met mijn dochter, twee zoons en een kleinkind teruggegaan naar wat er over is van ons huis. Mijn man werkte buiten Gaza toen de oorlog uitbrak en is nooit meer teruggekomen. Een verdieping van het huis is zwaar beschadigd, de andere twee verdiepingen zijn er minder erg aan toe, maar sommige muren zijn ingestort. De meeste meubels zijn gestolen.
‘Sinds we zijn teruggekeerd is er niet één dag geweest zonder dat we geweerschoten of luchtaanvallen hebben gehoord. Elke dag en nacht horen we de herrie van tanks en bulldozers op de Gele Lijn. We zien hoe het Israëlische leger daar doorgaat met het slopen van gebouwen. We kunnen de gele blokken vanaf ons huis niet zien, maar het geluid stopt nooit.
‘Ik heb in onze wijk helemaal geen politie of Hamas gezien. Soms horen we ’s ochtends vroeg gevechten, maar we weten niet of het tussen Hamas en andere gewapende groepen is of tussen Hamas en het Israëlische leger.
‘Vroeger was het gebied aan de andere kant van de Gele Lijn vol inwoners en vol met mooie huizen en gebouwen, zoals dat van het ministerie van Onderwijs. Aan het begin van het staakt-het-vuren lukte het sommige mensen het gebied te bezoeken. Ze zeggen dat al het leven er is verdwenen en dat het hele gebied met de grond gelijkgemaakt is. Zelfs het puin van de huizen is weg, geen idee wat ze daarmee hebben gedaan.
‘Ik hoop dat deze verschrikking eindigt en het leven terugkeert in Gaza. De gemeente Beit Lahia deelt video’s op sociale media waarin ze mensen oproept naar hun huizen terug te gaan, ook al liggen ze vlak bij de Gele Lijn. Maar veel mensen durven niet. Ze zijn bang dat de oorlog terugkomt.
‘Er is bijna niets hier. De meeste straten liggen nog vol puin. De gemeente heeft de grote straten geruimd zodat er voertuigen kunnen komen. Elke dag komt er een kleine watertruck, maar er is niet genoeg water om ons huis en onze spullen die nog onder het stof zitten schoon te maken. Er is wel iets van eten. Vaak lopen er groenteverkopers rond met een paar dingen.’
Ibrahim Hwila (40)
Was taxi-chauffeur
Verblijft in een uitgebrande kliniek in Jabalia
Ongeveer 200 meter van de Gele Lijn
‘Ik woon met mijn zeven kinderen in een kamer in een voormalige kliniek van de Unrwa (de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, red.). De kamer heeft geen muren meer. We hebben doeken en stukken zeil opgehangen om ons te beschermen, maar het is er niet veilig. Een week geleden schoten Israëlische soldaten op een voorbijganger op straat. De jonge man werd voor onze ogen gedood.
‘We kunnen nergens anders heen, want mijn huis staat aan de Israëlische kant van de Gele Lijn. Het is bij de eerste Israëlische operatie in Jabalia al verwoest, maar tijdens de vorige wapenstilstand had ik een tent op het puin gezet.
‘Vanaf onze schuilplaats kan ik de soldaten en de tanks zien bewegen. Ik kan ook de gele betonblokken zien die ze de Gele Lijn noemen. Ik denk dat het gebied onder Israëlische controle blijft. Terwijl we hier praten, zie ik ze bezig met bulldozers en andere machines om huizen te verwoesten.
‘We proberen zo min mogelijk naar buiten te gaan, maar we moeten wel. Er is hier niets. We moeten heel ver lopen voor water en eten. Vaak krijgen we dan een zak brood of een beetje gekookte rijst, niet eens genoeg voor de helft van mijn gezin.
‘Mijn kinderen dragen die last omdat ik mijn been tijdens de oorlog heb verloren. Ik stond in de rij om water te halen, toen we werden aangevallen door een drone. Er waren alleen maar ongewapende burgers. Mijn been werd geraakt. Vanwege complicaties moest hij een week later worden geamputeerd.
‘Voor de oorlog was deze wijk heel levendig. Er was een drukke markt, een vluchtelingenkamp vol met mensen, gebouwen en steegjes. Ik hoop dat het leven weer normaal wordt en dat we terug kunnen naar ons huis. Ik woon liever in een tent op het puin van mijn huis dan ergens anders.’
Het Israëlische leger plaatst om de paar honderd meter geel geverfde betonblokken tussen de verwoeste gebouwen om de lijn van de wapenstilstand te markeren. Uit satellietbeelden blijkt echter dat de blokken honderden meters dieper in de Gazastrook liggen, dus verder naar het westen, dan de Gele Lijn die het Israëlische leger zelf op kaarten publiceert. Daarmee heeft Israël het bezette gebied flink uitgebreid. Op sommige plekken gaat het om 500 meter, terwijl de Gazastrook maar 6 tot 12 kilometer breed is.
De Gazastrook heeft het formaat van twee keer Texel en was voor de oorlog al overbevolkt. Israël controleert nu meer dan de helft van het gebied. Satellietbeelden bevestigen de verhalen van ooggetuigen dat Israël in het bezette gebied doorgaat met het vernietigen van landbouwgrond, tuintjes, huizen en andere gebouwen. Ook wijken die het oorlogsgeweld hebben doorstaan, gaan alsnog tegen de vlakte.
Die sloop doet vermoeden dat Israël zich klaarmaakt voor een langdurige bezetting. Volgens het Gaza-plan van de Amerikaanse president Donald Trump is het de bedoeling dat het Israëlische leger zich in de volgende fase van het staakt-het-vuren een stuk verder terugtrekt, maar analisten vrezen dat de Gazastrook permanent in tweeën verdeeld blijft. In Israëlische media wordt al steeds vaker gesproken over de ‘nieuwe grens’ in plaats van de Gele Lijn.
Hussam Yassin (44)
Had een bouwbedrijf
Bezoekt zijn oude huis in Gaza-Stad
Ongeveer 1.000 meter van de Gele Lijn
‘Voor de oorlog had ik een cementfabriek, bouwmachines en twee huizen hier in de wijk Zeitoun in Gaza-Stad, maar alles is weg. Soms heb ik het gevoel dat het beter zou zijn als ik dood was. Ik heb vier kinderen verloren. Mijn jongste dochter lag opgenomen in het Al-Shifa-ziekenhuis toen er een Israëlische inval plaatsvond. Ze is door zuurstofgebrek verlamd geraakt. Ze is 2 jaar oud.
‘Ik woon nu met mijn vrouw en zeven kinderen in een tent een kilometer verderop. Toen het laatst zo hard regende, is onze tent volledig overstroomd. Het was verschrikkelijk. Alle kleren, matrassen en eten waren doorweekt en de harde wind heeft de tent gescheurd.
‘Ik kom hier elke dag om het huis te controleren omdat er veel wordt gestolen. Veel van onze spullen liggen onder het puin, maar het lukt me niet om ze te vinden. Het gebouw is door een bulldozer helemaal platgewalst. Er waren hier negen appartementen, maar deze hoop puin lijkt alsof het maar van één appartement is.
‘Ik durf hier niet te slapen omdat het erg gevaarlijk is. Het Israëlische leger is dichtbij gestationeerd. Op dit moment rijden de militaire voertuigen voor me, ik kan ze zien vanaf de plek waar ik sta. Tanks trekken zonder waarschuwing de wijk binnen, voorbij de Gele Lijn, en schieten op de route. Ik moet me ook vaak verstoppen tussen het puin, omdat er drones boven mijn hoofd vliegen die zomaar schieten.
‘Er leeft eigenlijk niemand hier. Er is geen water, geen markt en bijna geen lege plek tussen het puin. Ik kan niet eens een plek vinden die groot genoeg is om een tent neer te zetten.’
Alaa Al-Farra (49)
Voormalig overheidsmedewerker
Bezoekt zijn vroegere huis in Khan Younis
Ongeveer 400 meter van de Gele Lijn
‘Ik was geschokt de eerste keer dat ik hier kwam na het staakt-het-vuren. De vorige keer was de wijk gedeeltelijk verwoest, maar nu was er echt niets meer over. Je ziet niet eens dat hier huizen hebben gestaan. Zware machines hebben over het puin gereden en alle sporen uitgewist. We hebben ze zelf gezien toen het leger hier bezig was.
‘Ik leef nu aan de westkant van Khan Younis. Het lukt me ongeveer eens in de vijf dagen om hier te komen. Soms gaat een van mijn zoons mee. Dan zoeken we tussen het puin naar spullen die we ons herinneren, maar meestal vinden we niets.
‘Elke keer is het heel erg eng. Om ons te beschermen tegen willekeurige kogels moeten we achter het puin aan de westkant van het huis schuilen. In de avond worden de beschietingen heviger. Laatst werd iemand doodgeschoten die probeerde zijn huis aan de andere kant van de Gele Lijn te bereiken.
‘Niemand is teruggekomen om hier te wonen. Mensen komen alleen langs om hun huis te bezoeken of om hout te sprokkelen. Ik voel een pijnlijk verlangen naar mijn wijk en naar mijn, vernietigde, huis. Ik kan mezelf er niet van weerhouden om te gaan, zelfs als het geen zin heeft.
‘Het gebied aan de andere kant van de Gele Lijn was de belangrijkste landbouwgrond van Khan Younis, vol olijfbomen, palmbomen en velden met groenten. Na de vorige oorlogen werden de velden platgewalst, maar mensen gingen terug om er te werken, en veel organisaties steunden hen met werktuigen en andere benodigdheden. Maar na deze oorlog zijn alle boerderijen verwoest en kunnen we er niet eens meer komen.
‘We hebben de hoop verloren. Zelfs wanneer mensen hier terugkomen, verwachten we geen toestemming te krijgen om achter de Gele Lijn te bouwen of te boeren. Ik denk niet dat het gebied eeuwig onder Israëlische controle blijft staan, maar er zullen waarschijnlijk met regelmaat Israëlische invallen blijven komen.’
Dit verhaal werd geschreven met Seham Bahjat Tantesh, die in Gaza – waar geen journalisten worden toegelaten – in opdracht van de Volkskrant getuigenissen en waarnemingen verzamelt. Amjed Tantesh maakte de foto’s.
Artsen zagen in Gaza een verontrustend patroon: kinderen met een enkele schotwond in hoofd of borst, een teken dat er gericht op ze is geschoten. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant, die sprak met de artsen die behoren tot de laatste internationale ooggetuigen.
De olijftak staat symbool voor vrede, maar op de Westelijke Jordaanoever is de olijfboom zelf al jarenlang doelwit van geweld, zien de fotografen Adam Broomberg en Rafael Gonzalez.
Voor de grens van Gaza van Rafah staan vele tientallen vrachtwagens met voedsel te wachten op doorgang. Een week na het bestand houdt Israël de broodnodige hulp nog tegen. Ondertussen probeert Hamas met harde hand zijn macht te herstellen. Kunnen de Gazanen hun ‘normale; leven weer oppakken?
Source: Volkskrant