Politiek Structurele verbeteringen zijn nodig om het afnemende vertrouwen in de politiek te herstellen, schrijft Paul Bovend’Eert. Te beginnen met een aanpassing van het kiesstelsel.
Na het (tweemaal) uiteenvallen van het kabinet-Schoof afgelopen zomer bleek dat het vertrouwen van de Nederlandse burgers in de landelijke politiek een nieuw dieptepunt heeft bereikt. Meer dan twee derde van de burgers heeft er (heel) weinig vertrouwen in dat regering en parlement in staat zijn de problemen op te lossen. Maar ook los daarvan verliezen burgers steeds meer het vertrouwen in de politiek, met name door misdragingen van en schandalen rond politici.
Paul Bovend’Eert is emeritus hoogleraar Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
In de nasleep van de val van het kabinet hebben nogal wat politici beterschap beloofd en na de verkiezingen vooral benadrukt dat ze snel een stabiel kabinet willen vormen. Het is echter de vraag of dat voldoende is om het vertrouwen van de burgers in de politiek significant te herstellen. Meer structurele verbeteringen zijn dringend gewenst.
Een eerste verbetering zou de aanpassing van het kiesstelsel zijn. Het bestaande kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging is van nature niet gericht op meerderheidsvorming in het parlement, maar op een getrouwe afspiegeling in het parlement van de politieke opvattingen van de kiezers. Het gevolg is dat een veelpartijenstelsel is ontstaan, dat tegenwoordig steeds verder uitdijt in het parlement en tot steeds verdergaande politieke versplintering leidt.
De grote partijen uit het verleden (CDA, PvdA en VVD) die 40 tot 50 zetels konden halen, zijn in de loop der jaren flink geslonken. In de sterk gefragmenteerde politieke verhoudingen is het nog moeilijker om een stabiel meerderheidskabinet te vormen dat in staat is slagvaardig beleid te voeren. Het is opvallend dat Nederland nog altijd krampachtig vasthoudt aan een extreme variant van het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging. De meeste andere Europese landen kennen correctiemechanismen, zoals een kiesdrempel en/of districtsverkiezingen. Een aanpassing van het kiesstelsel, bijvoorbeeld door een kiesdrempel in te voeren van 5 procent, naar Duits voorbeeld, zal een einde maken aan de vergaande politieke versplintering en grotere politieke groeperingen in het parlement brengen met meer stabiliteit dan nu.
Ten tweede bevordert het tegengaan van politieke versplintering door aanpassing van het kiesstelsel het beter functioneren van het parlement. Een kleiner aantal Kamerfracties van grotere omvang – bij een kiesdrempel van 5 procent minimaal acht zetels – is veel beter in staat het intensieve parlementaire werk op zich te nemen. In de huidige situatie met niet minder dan vijftien Kamerfracties (in 2021 zelfs zeventien) zijn de kleinste fracties niet in staat het noodzakelijke parlementaire (commissie-)werk naar behoren te doen.
Bij een structurele verbetering van het politieke systeem moet ook zeker gedacht worden aan verandering van de positie van de Eerste Kamer. Deze Kamer van parttime politici, met hun hoofdfunctie elders, vormt steeds vaker een obstakel voor belangrijke wetgeving die in de Tweede Kamer is aangenomen. Kabinetten zijn er tegenwoordig al aan gewend niet meer te kunnen rekenen op een stabiele meerderheid in de Eerste Kamer, en moeten dan noodgedwongen hun toevlucht zoeken tot ad hoc-coalities om wetgeving door het parlement te loodsen. Zo wordt het wetgevingsproces nog complexer dan het al is. Ook in deze Kamer is de laatste jaren sprake van een verontrustende politieke versplintering. Op dit moment telt de Eerste Kamer met 75 leden niet minder dan negentien (!) fracties met tal van afsplitsingen, waardoor serieus betwijfeld kan worden of hij nog naar behoren als medewetgever kan functioneren.
Een herziening van het tweekamerstelsel, waarbij niet langer de Eerste Kamer maar de direct gekozen Tweede Kamer het laatste woord heeft bij wetgeving, is tegen deze achtergrond dringend gewenst.
Meer vertrouwen in de politiek betekent ten slotte niet alleen dat maatregelen getroffen worden om regering en parlement beter te laten functioneren. Minstens zo belangrijk is dat de burgers ook vertrouwen hebben en houden in de integriteit van politici. Ook op dat punt is structureel veel te verbeteren. Nog altijd kenmerkt de Nederlandse parlementaire democratie, anders dan in andere Europese landen, zich door gebrekkige integriteitsregelingen. Er zijn weliswaar gedragscodes voor Kamerleden en bewindspersonen, maar deze hebben veelal een beperkte inhoud en worden gebrekkig of helemaal niet gehandhaafd.
Onlangs bleek bijvoorbeeld dat twee Tweede Kamerleden van de PVV op sociale media actief een haatcampagne voerden tegen collega-Kamerlid en fractievoorzitter Frans Timmermans van GroenLinks-PvdA. De gedragscodes in het parlement bevatten echter geen enkel aanknopingspunt om op te treden tegen dergelijk wangedrag, dat eigenlijk niet in een beschaafd parlement thuishoort. Behoorlijke regelgeving om oneigenlijke beïnvloeding van bewindspersonen en leden van het parlement door lobbyisten tegen te gaan, ontbreekt daarnaast volledig.
Ook op andere punten, zoals het tegengaan van corruptie en belangenverstrengeling, is de regelgeving, voor zover deze er al is, gebrekkig. Het wordt hoog tijd dat regering en parlement het belang van stevige integriteitsregelingen (met handhaving en sancties) serieus nemen.
Er is werk aan de winkel om het vertrouwen van de burgers in de politiek terug te winnen. Snel een stabiel kabinet vormen, voor zover dat al een reële verwachting is, lost het existentiële probleem van het tanend vertrouwen niet op.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC