Richard Linklater | regisseur De Texaanse regisseur zweette peentjes in Cannes: hoe zou zijn Franse film ‘Nouvelle Vague’ vallen, over Jean-Luc Godard, die in 1959 het baanbrekende ‘À bout de souffle’ maakte?
Guillaume Marbeck, Zoey Deutch en Aubry Dullin in 'Nouvelle Vague'.
Richard Linklater was vooraf spookbenauwd voor de Franse filmpers, zegt hij. Zouden ze het pikken, een 65-jarige Texaan die in het Frans – een taal die hij nauwelijks machtig is – een film maakt over het nationale monument À bout de souffle (Ademloos) uit 1960, een filmdebuut waarin de toen 28-jarige criticus Jean-Luc Godard met elke filmregel brak? Linklater had in producer Michèle Halberstadt een invloedrijke Franse gids, zij was bevriend met de in 2022 overleden Godard. Maar dit ging over een Frans orakel dat een van de invloedrijkste films aller tijden maakt. De messen waren geslepen.
Het is achter de rug als ik Richard Linklater in september een half uur spreek op een binnenplaats nabij de Champs-Élysées in Parijs. In Cannes bleek de filmpers zeer gecharmeerd van zijn geestige en sfeervolle zwart-witfilm Nouvelle Vague, die in liefdevol detail Godards Parijs anno 1959 reconstrueert. Linklater breekt een lans voor de auteurstheorie – het Nouvelle Vague-idee dat film de visie van de regisseur uitdrukt – én voor film als groepskunstwerk. Want zonder de grillige Godard die zich met zonnebril en notitieblokje door zijn avant-gardegangsterfilm bluft, was À bout de souffle nooit zo’n sensatie geweest. Maar ook niet zonder de chemie van de acteurs Jean-Paul Belmondo en Jean Seberg, de welwillende cameraman Raoul Coutard, de praktische assistent Pierre Rissient, de wanhopige filmproducer Georges de Beauregard.
Linklater is een aimabele avonturier. In 1990 debuteerde hij vrij spectaculair met een film over de ultieme antiheld van Generatie X: Slacker. Naast ongewone studiofilms – Dazed and Confused, School of Rock, recent Hit Man – maakte hij filosofische rotoscoop-animatie (A Scanner Darkly) en een trilogie praat-en wandelfilms – Before Sunrise (1995) Before Sunset (2004) en Before Midnight (2013) – waarin twee geliefden voor onze ogen oud worden. Net als Ellar Coltrane die Linklater in Boyhood (2014) twaalf jaar volgde van kind tot jongvolwassene.
In Cannes vertelde producer Halberstadt dat ze Jean-Luc Godard hoorde zeggen dat hij films maakte uit noodzaak. „Wat is die noodzaak dan?”, vroeg ze hem. „O, dat ben ik vergeten”, antwoordde Godard. Wat maakte Nouvelle Vague voor Linklater noodzakelijk?
Linklater: „Geen film is noodzakelijk of gaat de wereld redden. Maar ik voel vaak een behoefte, een compulsie. Alsof je zwanger bent: het moet eruit. Weet je, ik dacht al dertien jaar na over Nouvelle Vague. En dan is het gelukt: enorm leuk.”
„Mijn idee was een film te maken die er precies zo uitziet als een film uit een bepaalde tijd, maar over een andere film uit die tijd. Dat was nog niet gedaan. En dan kom je op À bout de souffle, die zo uniek is, zo anders, zo tegendraads qua denken en methode. Hij zou niet mogen werken, maar hij werkt: een mirakel. De bliksem sloeg in en het werd een meesterwerk. Hoe meer ik over de film leer, hoe indrukwekkender dat is. En ik weet er nu echt alles over. Hoeveel takes voor elk shot. Elke draaidag, elke camerapositie.”
Zoey Deutch als Jean Seberg en Aubry Dullin als Jean-Paul Belmondo in ‘Nouvelle Vague’.
Guillaume Marbeck als Jean-Luc Godard in ‘Nouvelle Vague’.
Een beeld uit Richard Linklaters ‘Nouvelle Vague’
„Dit gaat ook over het maken van je eerste film. Ik maakte in 1990 Slacker zonder echt script, we filmden te hooi en te gras. Je bent jong, je zit vol grote ideeën, maar wat als je een prutser bent, full of shit? Die angst verberg je achter snedige quotes en theorie, maar de hele set houdt je in de gaten en vraagt zich af of je wel weet wat je doet.
„Dat is zenuwslopend, angstaanjagend en enorm opwindend. Je bent tegelijk vol zelfvertrouwen en doodsbenauwd, jongleert als het ware met meerdere persoonlijkheden. Gelukkig wordt het na die eerste film veel gemakkelijker.”
„De Indie-beweging was minder baanbrekend en ook niet zo geconcentreerd als de nouvelle vague in Parijs, met honderden filmmakers op de linker- en rechteroever, de Cinémathèque française, Cahiers du cinéma. Wij zaten over de hele Verenigde Staten verspreid: vooral New York en Los Angeles, maar Gus Van Sant filmde in Portland, Steven Soderbergh in Louisiana, ik in Austin. Na Slacker ontmoetten we elkaar op filmfestivals en ontstond het gevoel dat er een beweging was.„
„Ik zag de film voor het eerst in 1982, als jonge twintiger. Ik was toen op het begin van mijn ontdekkingsreis en zag Truffaut, Godard, Rohmer. En inderdaad, het ontgaat je niet dat het films zijn op de jazzmuziek die je aardrijkskundeleraar leuk vindt. Ze voelden als ‘period films’. Leerzaam, maar niet helemaal relevant voor je eigen leven.”
„De tweede keer dat ik À bout de souffle zag. En zelfs toen bleef ik wantrouwig. Die lange bedscènes in dat hotel trok ik niet echt, ik voelde meer affiniteit met Truffaut en Rohmer. Maar het besef groeide wel wat voor een uniek, snel en obsessief-compulsief brein Godard had.”
„Nee, ik ken niemand van mijn generatie die hem heeft ontmoet. Wel mensen die tien, twintig jaar ouder zijn dan ik. ‘Weet je, ik hing nog met Godard in Coppola’s Zoetrope Studio in San Francisco!’ ‘Weet je, we gingen met Godard naar Jerry Lewis’ Hardly Working in 1980 en hij lachte als enige in de zaal.’ In mijn tijd was hij al de kluizenaar van Genève. Wat denk jij, was Godard geblokkeerd geraakt door zijn status als icoon?”
„Ja, zonde. Ik vind zijn films geweldig tot Weekend. [1967] Toen begon die maoïstische fase, en daarna… mwah.”
„Dat zat mijn eigen film wel dwars, dat de Franse pers zo’n hekel leek te hebben aan Le Redoutable, die ik best grappig vond. Die gaat over Jean-Luc Godard die in een slechte relatie zit en probeert relevant te blijven, maar hij voelt zich oud. Ik maakte een film over Godard die jong, hip en happy is en in het hart van een bruisende filmgemeenschap zit.„
Regisseur Richard Linklater in Los Angeles, 2025.
„Inderdaad 180 graden het omgekeerde. We repeteerden elk gebaar, elke stap. Ik had als regel dat we losjes filmden, met alleen technieken waarover Godard zelf beschikte. Dus geen dolly’s of steadicam, niet filmen van een kraan maar vanaf een balkon, soms met slechte belichting. We hoefden weinig geld in het filmen zelf te steken, het ging allemaal naar de art direction. Godard filmde in 1959 op straat en in gewone kamers, zonder veel rekwisieten of kostuums. Dat konden wij niet doen, er moesten oude auto’s op straat en mensen in pak. Al is Nouvelle Vague nog behoorlijk low budget, hoor.”
„Uitgesloten! Ik ben een trage denker, meer een schrijver eigenlijk. Ik peins en ik plan. Ik ben geen performer die er wat op los kan improviseren. Anderen hebben wel zo’n snelle geest, Godard bijvoorbeeld. Dat bewonder ik.”
„Waarom maken zoveel schrijvers ooit een boek over schrijven? Je wil je visie op het leven, literatuur, film of de wereld delen als je naam maakte. Je kan ook een autobiografie schrijven. Maar film leent zich goed voor films, met larger than life persoonlijkheden, stress, ingewikkelde intriges en rijke decors. Film heeft al veel goede films opgeleverd.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC