Vrouwen werden op de Spelen lang als ongenode gasten beschouwd. In ‘LA2028’ worden ze volgens de organisatie in het zonnetje gezet.
Nafissatou Thiam (voor) tijdens de Spelen in Paris, vorig jaar.
Eerder deze maand werd het programma voor de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles gepresenteerd. Als ik de Amerikaanse pers mag geloven, worden sportvrouwen tijdens het evenement bewierookt als nooit tevoren. Een vrolijk stemmend vooruitzicht.
Over ‘LA 2028’ later meer, maar eerst een stukje sportgeschiedenis. Want hoe zat het ook alweer met de deelname van vrouwen op de Spelen?
Lange tijd was het niet vanzelfsprekend dat vrouwen meededen aan het grootste sportevenement op aarde. Neem Pierre de Coubertin, grondlegger van de eerste moderne Olympische Spelen. In 1912 noemde hij de deelname van vrouwen in het Franse tijdschrift Revue Olympique „onpraktisch, oninteressant, onesthetisch en ongepast”.
„Als sommige vrouwen willen voetballen of boksen, laat ze dan maar, op voorwaarde dat het evenement zonder toeschouwers plaatsvindt, want de toeschouwers die op zulke wedstrijden afkomen, zijn daar niet om sport te kijken”, aldus De Coubertin in 1928 in een speech aan de universiteit in Lausanne. Hij was toen geen IOC-voorzitter meer, en inmiddels namen er aardig wat vrouwen deel aan de Spelen, maar het zou nog tot 1984 duren voordat vrouwen hun eerste olympische marathon liepen, om maar wat te noemen.
De weg naar numerieke gendergelijkheid op de Spelen was lang. Bij de Spelen in 1964 was het aandeel vrouwen nog 13 procent. In 1984 in Los Angeles 23 procent, in 2012 in Londen 44 procent, in 2021 in Tokio 48,7 procent. Tijdens de Spelen van 2024 in Parijs deden voor het eerst evenveel mannen als vrouwen mee, en was het aantal onderdelen voor vrouwen en mannen gelijk.
In de aanloop naar ‘Parijs’ sprak ik met Michele K. Donnelly, die als universitair docent verbonden is aan de faculteit sportmanagement van de Canadese Brock universiteit. Zij keek voor haar boek Gender Equality and the Olympic Programme (2023) naar de getallen door de jaren heen, maar ook naar de ervaringen met gemengde nummers en de kwalitatieve verschillen tussen mannen- en vrouwenonderdelen. Wat zijn de eisen voor deelname, gebruiken mannen en vrouwen dezelfde apparaten, hoe zit het met de kledingvoorschriften? Et cetera.
Als je dáárnaar kijkt, zei Donnelly, blijkt het behoorlijk tegen te vallen met die gelijkheid. De verschillen tussen vrouwen- en mannenonderdelen zijn soms groot en de logica erachter is niet altijd goed te volgen. Zo mogen mannen slobberige shorts en een mouwloos hemd dragen bij beachvolleybal, en is bij vrouwen een bikini verplicht. Bij turnen doen vrouwen mee op een brug met ongelijke leggers, mannen op een brug met gelijke leggers. Vrouwen lopen de 100 meter horden, mannen de 110 meter.
Dat soort verschillen – ‘kwalitatieve genderongelijkheid’ noemde Donnelly het – zullen voorlopig waarschijnlijk niet verdwijnen. Maar waar de organisatie van de Spelen in LA naar eigen zeggen wél goed naar heeft gekeken is de programmering van de olympische onderdelen. Komen vrouwelijke deelnemers evenveel tot hun recht als mannelijke? En zo nee: kan daar iets aan veranderd worden?
Nooit eerder werden op de eerste dag van de Spelen zó veel vrouwenfinales gehouden, jubelt olympics.com. Achtereenvolgens gaat het om de triatlon, de 100 meter, kogelstoten, judo in de klasse tot 48 kilogram, schermen, kanovaren, rugby sevens en 10 meter luchtpistool.
Die dag is volgens de organisatie van de Spelen extra speciaal, omdat dan alle drie de ronden van de 100 meter vrouwen – de series, halve finales en finale – worden gehouden. De 100 meter voor mannen is over twee dagen uitgesmeerd, met de finale een dag na die van de vrouwen.Waar in de openingsweek van de Spelen normaal het zwemmen centraal staat, is dat nu de atletiek. Het zwemmen is verplaatst naar de tweede week. Dat komt doordat zowel de openingsceremonie als het zwemmen in het SoFi-stadion worden afgewerkt, en die niet vlak na elkaar geprogrammeerd konden worden.
In de uitingen van het organisatiecomité wordt vooral het streven naar „gelijke deelname en gelijke behandeling” van sportvrouwen benadrukt. „We willen de Spelen op gang schieten met een knal en de snelste vrouwen ter wereld het podium geven”, zei Shana Ferguson, die verantwoordelijk is voor het competitieschema. Er wordt benadrukt dat 50,5 procent van de deelnemers in LA vrouw is. En dat dit jaar voor het eerst een vrouw tot voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité werd verkozen: Kirsty Coventry.
Ik bel met Jörg Krieger, medeauteur van Women in the olympics, een boek over de deelname van vrouwen aan de Spelen door de jaren heen. Is het programma van ‘LA 2028’ inderdaad reden voor een emancipatoir juichmomentje, vraag ik Krieger, universitair hoofddocent Sport en Lichaamscultuur aan de Deense Aarhus universiteit.
„Het is niet zo eenvoudig als het lijkt”, zegt hij. „Het is best revolutionair dat een conservatieve bond als World Athletics bereid is het programma om te gooien. En het klopt dat daardoor op dag één alle aandacht naar vrouwelijke atleten uitgaat. Maar de vraag is of ze wel zo blij zijn met drie races op een dag. Ik begreep dat atleten vooraf geconsulteerd zijn over deze verandering, maar ik vraag me af of mannelijke deelnemers ermee hadden ingestemd. Niet alleen is het fysiek zwaar, maar je mist ook de openingsceremonie.”
En met dat gekoketteer met cijfers – zoveel procent mannen, zoveel procent vrouwen – moeten ze ook maar eens ophouden, zegt Krieger. Een deel van die 50,5 procent vrouwen neemt deel aan gemengde onderdelen, daardoor kunnen ze minder makkelijk shinen. En wie zegt dat Kirsty Coventry de vrouwensport vooruit gaat helpen omdat ze een vrouw is? Tot nog toe heeft hij daar weinig van gemerkt. Zorg eerst maar eens dat er wat gedaan wordt aan het lage percentage vrouwelijke coaches op de Spelen, zegt Krieger. Dertien procent op de editie van 2020 in Tokio, dat moet en kán beter.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC