Home

Directeur DutchCulture bezuinigt zichzelf weg. ‘We laten zien dat cultuur financieel veel kan opleveren’

Cultuurbezuiniging Onderzoek van DutchCulture laat zien dat internationale culturele samenwerkingen niet alleen maatschappelijk, artistiek en diplomatiek van grote waarde zijn, maar ook economisch lonen. Hoopvol, maar de subsidie van DutchCulture werd met 44 procent gekort. Per januari heeft directeur Kirsten van den Hul zichzelf wegbezuinigd.

Kirsten van den Hul

De geur van een nieuw begin. De muren van Domo, het kantoor in een vleugel van het Amsterdamse H’ART Museum, ademen verse latex. Bouwstof ligt langs de plinten. Hier zijn eerder dit jaar drie culturele organisaties –DutchCulture, European Cultural Foundation (ECF) en Cultural Emergency Response (CER) – naartoe verhuisd, deze maand zal ook het Prins Claus Fonds volgen. De organisaties zijn niet gefuseerd, maar delen faciliteiten en organiseren samen evenementen in een gedeelde ruimte. Dit zijn slechts enkele voordelen van deze samenwerking, zo vertelt directeur van DutchCulture Kirsten van den Hul terwijl ze een rondleiding geeft. Aan het begin van 2026, als het Prins Claus Fonds ook een beetje gesetteld is, zal er een feestelijke opening zijn. Van den Hul is er waarschijnlijk wel bij, maar niet als directeur van een van de organisaties. Want waar Domo net begint, zal het voor Van den Hul in december ophouden. Haar vertrek is vrijwillig, maar niet van harte. Daarover later meer.

In een vergaderruimte op de derde verdieping van het pand vertelt ze over het onderzoek dat haar organisatie, die zich inzet voor internationale culturele samenwerking, in opdracht van de gemeente Amsterdam deed naar wat deze samenwerkingen opleveren. De resultaten werden gepresenteerd tijdens de World Cities Culture Summit die van 15 tot 17 oktober in Amsterdam plaatsvond. Uit het onderzoek blijkt dat internationale samenwerkingen in de culturele sector niet alleen artistiek, diplomatiek en maatschappelijk van grote waarde zijn, maar ook economisch belangrijk zijn voor Nederland. Volgens het onderzoek kan dit oplopen tot 10,6 miljard euro bovenop de 14 miljard die de Nederlands kunst- en cultuursector jaarlijks bijdraagt aan het Nederlandse BBP, zo’n 1,5 procent van het totaal. „Het is niet alleen the right thing to do”, citeert van den Hul, „Maar ook echt the smart thing to do.”

Voor een organisatie die zich juist richt op internationale culturele samenwerking, kwam dit misschien niet helemaal als verrassing?

„Wij weten natuurlijk wel hoe ontzettend belangrijk internationale culturele samenwerking is voor de sector. Zeker in Nederland is de sector klein, de wereld is nodig om te kunnen groeien en bloeien. Wij houden al jarenlang alle uitgaande culturele activiteiten bij en we volgen de trends, dus weten we dat het groeit en hoe belangrijk het is voor makers. Maar wat voor ons wel nieuw was, was dat we die economische impact in kaart hebben gebracht. En dat het dus echt miljarden opbrengt.”

In de onderzoeksresultaten wordt de genoemde 10,6 miljard opgesplitst in 3,6 miljard aan directe waarde en tot 7 miljard aan indirecte waarde, via sectoren als horeca, zakelijke dienstverlening en toeleveranciers. Het grootste deel is dus niet aan de cultuur zelf toe te schrijven? En valt die 10,6 miljard volledig weg bij het verdwijnen van cultuur?

„Makers zijn onderdeel van een organisatie, die op hun beurt onderdeel zijn van een keten. Je hebt een heel ecosysteem waarin cultuur opereert. Ik denk dat dit vaak onderbelicht blijft in het debat over cultuur, zeker de laatste tijd onder de huidige populisten. Kijk naar de VS, daar zie je een discours dat kunst afdoet als elitair, als luxe. Dat is een veel te beperkt gezichtsveld. Tot dat ecosysteem behoren makers, bezoekers, toeleveranciers, allerlei mensen die er hun brood mee verdienen. Je moet de indirecte waarde zien als een bandbreedte, afhankelijk van wat je erop kan toerekenen varieert dat van 2,2 miljard tot 7,7miljard euro. Maar we hebben ons gebaseerd op reële cijfers en een ding is duidelijk: het gaat om miljarden.”

Impact van internationale culturele samenwerking De belangrijkste cijfers uit het onderzoek, waar mogelijk gebaseerd op data uit 2024.

Nederland produceert zo’n 23 miljard euro aan kunst en cultuur, 27 procent hiervan wordt geëxporteerd naar het buitenland.

Muziek is de sector die het meest exporteert op basis van activiteiten (47 procent), gevolgd door Theater, Dans en Performance (15 procent), en Film (14 procent).

Beeldende kunst is de sector die het meest importeert (31 procent), gevolgd door Film (24 procent) en Theater, Dans en Performance (16 procent).

Amsterdam is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de kunst- en cultuuractiviteiten in Nederland.

22,5 miljoen euro van de rijksbegroting 2024 was bestemd voor internationale culturele samenwerking (2,7 procent van de totale begroting voor kunst en cultuur).

Heeft de Nederlandse politiek al gereageerd op de resultaten?

„Die zijn nu nog even te druk bezig met zichzelf, maar we hopen natuurlijk van harte dat de bezuinigingen op internationale samenwerkingen worden teruggedraaid. We doen onszelf als land er echt te kort mee.”

Culturele ontwikkelingssamenwerking was volgens minister Reinette Klever niet in het „Nederlandse belang”, dus zette ze de Rijksfinanciering van o.a. kantoorgenoten het Prins Claus Fonds en CER per 2029 stop. Ook DutchCulture werd geraakt, het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft per 2027, voor de laatste twee jaren van de beleidsperiode, de subsidie met 44 procent gekort. Om de bezuiniging van zo’n 8 ton nu al op te kunnen vangen, moet de organisatie flink bezuinigen – ook op personeel. Hierop besloot Van den Hul ook zichzelf weg te bezuinigen.

Is dat geen ongewoon besluit?

„Als je als organisatie moet bezuinigen en dit ook consequenties heeft voor je formatie, dan vind ik dat je als directie en managementteam ook naar je eigen samenstelling moet kijken. Toen heb ik gezegd: ‘dan ben ik een van de mensen die weggaat’. Dat is heftig en ook wel verdrietig. Maar voor mij is leiderschap ook verantwoordelijkheid nemen en ik laat de organisatie in goede handen achter. Het MT gaat van 5 naar 3 personen. Jelle Burggraaff, die nu al in het MT zit, is per januari de nieuwe directeur.”

En nu? Kunnen we slechts hopen op een cultuurminnend kabinet?

„Wat je nu al ziet, is dat steden in de bres springen. Kijk naar de gemeente Amsterdam, die heeft besloten het tekort vanuit het Rijk zelf op te vullen. Je ziet dat dat loont. Amsterdam is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de cultuuractiviteiten in Nederland. Je ziet dit ook in andere landen gebeuren, in steden als Helsinki, Boedapest of Londen. Cultuur is zo belangrijk, dat heeft het onderzoek allemaal in kaart gebracht. Het brengt gezondheidswinst, betere sociale cohesie. Alleen daarom al moet je in cultuur investeren. Maar als dat niet genoeg is hebben we nu ook laten zien dat het Nederland financieel veel kan opleveren.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next