Home

Twintigduizend huilende ridders en andere huilende mannen: de geschiedenis van de mannentraan

Mannentranen Van veel dingen vragen we ons niet meer af waar hun oorsprong ligt. In deze rubriek wordt gezocht naar het begin der dingen. Dit keer: tranen, vooral van mannen.

I'm Too Sad To Tell You, 1970, van Bas Jan Ader.

Politici, diplomaten, generaals, ze schijnen allemaal een keer in huilen te zijn uitgebarsten tijdens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, ook als ze zelf voor dat uitbreken verantwoordelijk waren. Margot Asquith, vrouw van de Britse premier H.H. Asquith, schreef in haar dagboek over de tranen van de Duitse ambassadeur in Londen, prins Lichnowsky, en die van haar eigen man. Ook in Parijs, Berlijn en Sint Petersburg werd geweend of geweeklaagd. Christopher Clark kan het niet droog houden in The Sleepwalkers. How Europe Went to War in 1914. Tom Holland en Dominic Sandbrook noemen het in de podcast The Rest is History – the Road to the Great War.

Deze tranen verbaasden mij. Echte mannen huilen niet, luidde lang het adagium, en welke mannen zijn echter dan de mannen die de Eerste Wereldoorlog niet wisten te voorkomen? Echte mannen vechten. Maar misschien was dat adagium een eeuw geleden nog niet in zwang. Veel tradities zijn minder oud dan je zou denken. Trouwen in het wit bijvoorbeeld, of vuurwerk met oud en nieuw.

Of was het vooruitzicht op een oorlog zo erg dat de mannen zich niet meer aan deze traditie konden houden? Alsof ze al wisten dat er miljoenen zouden sneuvelen. Asquith huilde weer in 1916, toen zijn oudste zoon sneuvelde tijdens de slag aan de Somme.

Charles Darwin gaf in 1872 een geografische draai aan huilen in zijn studie Het uitdrukken  van emoties bij mens en dier. „Engelsen huilen zelden, behalve bij hevig verdriet, terwijl de mannen in sommige delen van het continent snel en vrijelijk hun tranen laten vloeien.” Darwin had zelf vaak last van  paniekaanvallen en „hysterische huilbuien”. Toen zijn dochter Annie overleed op tienjarige leeftijd, was hij niet in staat naar de begrafenis te gaan.

Vrouwen en mannen hebben in de loop der geschiedenis om andere redenen gehuild en vrouwen vrijwel altijd meer en openlijker dan mannen. Maar de literatuur bevat ook scènes waarin 20.000 mannen huilen, op het slagveld nog wel. Als de held sterft in  het middeleeuwse Roelantslied huilen alle twintigduizend aanwezige ridders, ze vallen zelfs flauw. Tom Lutz schrijft in Crying. The Natural & Cultural History of Tears: „Om de afstand tussen onze kijk op tranen en die van achthonderd jaar geleden te markeren, hoeft men zich alleen maar een filmversie voor te stellen van deze twintigduizend wenende, flauwvallende ridders in harnas die van hun paarden vallen.”

Male weepies

Volgens Lutz werd het ‘mannen huilen niet’-gebod pas in de tweede helft van de twintigste eeuw de standaard. Zelfs in de moderne kunst: Picasso schilderde een hele serie Huilende vrouwen in de jaren dertig maar geen man. Zelfs toen waren er afwijkingen van de norm. Hollywood produceerde niet alleen weepies maar ook male weepies. En in de jaren vijftig was de zanger  Johnny Ray populair met hits als ‘Cry’ en ‘The little White Cloud that Cried’. Zijn bijnaam was de ‘Crying Crooner’.

Die vraag komt nu ook op bij het aangrijpende kunstwerk over een huilende man, I’m too sad to Tell You van Bas Jan Ader. Ader maakte dit werk, waarvan zowel een foto als een filmversie bestaat, in 1970. Maakte dat werk toen meer indruk omdat het toen minder gewoon was om een man te zien huilen? Maakte Ader het omdat het toen minder gewoon was om een man te zien huilen? Die laag van het werk is misschien aan het verdwijnen.

De eerste keer dat ik mijn eigen vader zag huilen was toen hij hoorde dat de Franse filmmaker Jacques Tati was overleden, in 1982. De eerste keer dat ik mijn grootvader zag huilen was toen hij de jaarlijkse schoolfoto kreeg van mijn zus en mij, en wist dat dit vermoedelijk de laatste portretten waren die hij zou kunnen zien. Tranen van mijn moeder en oma heb ik niet onthouden. Huilden ze daarvoor te vaak? Huilden ze soms uit frustratie, uit onmacht? Ook daar zou ik nu om kunnen huilen, net als om de tranen om Tati en schoolfoto’s en zelfs om middeleeuwse helden en de dochter van Darwin;  maar dit heeft misschien meer met leeftijd dan met gender te maken: hoe ouder je wordt hoe makkelijker je huilt.

De eerste tranen waren regen. Talloos zijn de mythes waarin een gestorven god weer tot leven wordt gewekt door de tranen van een godin. Herfst. Lente. Regen. Leven.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next