Home

De psychologie van spijt (en wat je ermee kunt in je werk)

Spijt komt in vele soorten en maten. Waarom levert de ene keuze hooguit een weekje wroeging op en de andere levenslang leed? En wat helpt als je spijt hebt?

Spijt. Als ik er even goed voor ga zitten, dan vult mijn hoofd zich met archiefbeelden waarvan ik denk: ja joh, dat had beter gekund. Loopbaankeuzes, gesprekken met collega’s, interacties met dierbaren. Meestal met een stelligheid waarvan ik achteraf denk: dat was niet mijn beste werk.

Toch lig ik er niet vaak wakker van. Hoe komt dat? Waarom levert de ene keuze hooguit een weekje wroeging op en de andere levenslang leed? En wat helpt als je spijt hebt?

Welke keuzes extra pijn doen

Wat is spijt? Volgens het psychologisch woordenboek is het een emotionele reactie op een situatie of ervaring waarvan je wenste dat die anders was geweest. Je hebt een keuze gemaakt of iets gedaan wat niet past bij wat je had moeten of willen doen.

Hoe werkt dat in ons hoofd? Psycholoog Edward Tory Higgins ontwikkelde zo’n veertig jaar geleden de zelfdiscrepantietheorie (self-discrepancy theory). Volgens Higgins vergelijken wij onze daadwerkelijke situatie (actual self) met de persoon die we zouden kunnen zijn (ideal self) en met de persoon die we zouden moeten zijn (ought self).

Dat leidt ruwweg tot twee soorten spijt. Spijt van het niet realiseren van je eigen doelen, ambities en hoop. En spijt van het niet nakomen van verplichtingen en niet nemen van verantwoordelijkheden.

Interessant: volgens spijtonderzoeker Thomas Gilovich voelen we in de regel meer spijt als we tekortschieten ten opzichte van ons eigen ideaal dan ten opzichte van onze verplichtingen. Een belangrijke reden is dat we ‘verplichtingsspijt’ vaak snel oplossen. We bieden excuses aan, maken het goed en sluiten het dossier. Niet gerealiseerde idealen kunnen echter jarenlang blijven broeien in je brein.

Van niets doen heb je langer spijt

Spijt komt dus in verschillende soorten en maten. Zo stelde Gilovich ook vast dat we meer spijt hebben van inactie dan van actie. Oftewel, als we een mooie kans voorbij laten gaan, dan hebben we daar meer en vooral langer spijt van dan wanneer we een vergelijkbare kans wel pakken en vervolgens falen. Hoe komt dat?

Als je actie onderneemt en faalt, praat je dit achteraf vaak goed en zie je ook positieve kanten. Daarnaast kun je, als je jezelf of anderen schade berokkent, vaak nog wel iets repareren. Je zegt sorry tegen een paar mensen, stelt je plan bij en begint opnieuw. Of je gaat iets anders doen.

Maar wanneer je geen actie onderneemt, gebeuren er andere dingen in je hoofd. Vaak is de reden voor je inactie allang vergeten, maar pijnig je jezelf nog wel met mijmeren over die mooie kans. Veel mensen idealiseren achteraf de kansen die ze lieten lopen, en weten – veel zekerder dan destijds – dat ze zouden zijn geslaagd als ze wel in actie waren gekomen.

Inacties hebben bovendien de onhebbelijke eigenschap dat je ze niet echt kunt afronden. Daardoor keren ze soms jarenlang terug in je hoofd.

Meer speelruimte, meer spijt

Misschien is het volgende herkenbaar. Bij sommige fouten denk ik: tja, zo gaat dat. Of: je hebt nu eenmaal niet alles onder controle. En bij andere fouten laat mijn Groningse onverstoorbaarheid me plotseling in de steek.

Volgens onderzoekers Neal Roese en Amy Summerville is dat niet zo gek. We voelen niet binnen alle levensdomeinen evenveel spijt. Dat heeft onder meer te maken met de handelingsruimte die we waarnemen. Hoe ‘kansrijker’ een domein, des te groter de spijt. We kunnen ons binnen sommige domeinen heel goed voorstellen dat ons leven anders had kunnen lopen en dat contrast doet pijn tussen je oren. Andersom geldt ook: minder speelruimte leidt tot minder spijt.

Op basis van elf verschillende studies hebben Roese en Summerville een ranglijst van spijtdomeinen gemaakt. Van meeste tot minste spijt, ziet die er als volgt uit: 1) opleiding; 2) carrière; 3) romantiek; 4) ouderschap; 5) zelfontplooiing; 6) vrije tijd.

Even persoonlijk: deze ranglijst komt mij prima uit. Als de blaadjes van de bomen beginnen te vallen vraag ik me altijd af of het wel zo nuttig is wat ik doe. Lesgeven en stukjes schrijven over werk. Maar uit deze lijst blijkt zonneklaar dat opleiding en werk best belangrijk zijn voor ons. En dan ook nog eens omdat we ons binnen die domeinen daadwerkelijk kunnen ontwikkelen. Tjonge.

Praktisch

Spijt voelt vervelend, maar is eigenlijk een nuttige emotie. Zeker wanneer je je een beetje in het onderwerp verdiept en vooraf nadenkt over de spijt die je ergens van zult hebben. Geanticipeerde spijt noemen psychologen dat. De vraag ‘krijg ik hier spijt van?’ helpt ons keuzes te maken waar we achteraf tevredener over zijn.

Uit de research hierboven kun je een paar praktische vuistregels destilleren voor dat denkproces.

– Neem je idealen serieus, anders blijven ze je nog jarenlang in je slaap lastigvallen.

– Iets proberen en falen levert korter en minder spijt op dan passief blijven.

– Dat geldt zeker bij kansen op het gebied van opleiding en werk.

Nog een korte nabrander. Recent Brits onderzoek laat zien dat het verstandig is om spijt met betrekking tot je loopbaan serieus te nemen. Wie passief blijft bij werkverdriet, loopt het risico mentaal vast te lopen. Erover praten met anderen, in actie komen en nieuwe dingen proberen leidt doorgaans tot meer tevredenheid.

Dus? Sla dicht die krant, sluit dit webvenster en ga aan de slag. Daar krijg je geen spijt van.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next