Afscheidsdienst Woensdag zou eigenlijk zijn nieuwste show De Afterparty in première gaan. In plaats daarvan werd in Hoogeveen groots afscheid genomen van zanger René Karst. „Als Hoogevener ben je trots dat je zo iemand in de stad hebt.”
Openbaar afscheid voor René Karst in theater De Tamboer.
Boven het podium van theater De Tamboer zweeft het montuur van de iconische, gifgroene bril van zanger René Karst, op superformaat. Het moest het decor zijn voor zijn nieuwe theatertour, die hij deze woensdag zou hebben afgetrapt. Maar onverwachts overleed Karst afgelopen vrijdag op 59-jarige leeftijd, door een hartstilstand. In het theater in zijn geliefde Hoogeveen is daarom woensdag in plaats van de feestelijke première van zijn show De Afterparty, een afscheidsdienst georganiseerd.
In de voormalige veenkolonie in Drenthe is het overlijden van Karst „nog niet helemaal ingedaald”, zegt Tineke Smit (79). Ze is eigenaar van De Lekkernij, waar Karst elke donderdagochtend met zijn gitaar kwam optreden. „Ik kan het niet bevatten, dat hij morgen niet komt. Hij zat altijd daar”, wijst ze. „Tafel 18. Hij heeft hier ook dat nummer gemaakt over Hoogeveen, ken je dat?”
In Nederland is Karst vooral bekend vanwege zijn hits Liever te dik in de kist (2016), Atje voor de sfeer (2019), Dat interesseert met echt geen ene reet (2022) en als tekstschrijver voor talloze collega-zangers. Maar in Hoogeveen verliezen ze meer dan zomaar een volkszanger. Ze verliezen een geliefd icoon, een betrokken inwoner en een trotse Drent.
In Hoogeveen is het gemis voelbaar. In de Hoogeveense Courant staat tussen de rouwadvertenties een advertentie van de burgemeester, namens de gemeente: „René wist mensen te verbinden.”
Karst begint in 1979 als zanger. Samen met zijn moeder Jannie Karst-Dubbelboer start hij het ‘Duo Karst’. Ze brengen talloze cd’s met liedjes in streektaal uit en worden zo wereldberoemd in eigen omgeving, maar ook bij Drentse emigranten in Canada en Australië. Succes in de rest van Nederland komt pas veel later, als hij solo Nederlandstalige liedjes gaat maken.
In 2024 krijgt hij zijn zesde Gouden Plaat uitgereikt door zanger Marco Schuitmaker. Die schrijft op Instagram: „Rust zacht, lieve vriend. Een stem die nooit meer verstilt, maar altijd blijft zingen in ons hart.” En er zijn meer bekende Nederlanders die reageren. Frans Duijts schrijft: „Ongeloof en verdriet, mijn hart huilt”, en Jan Smit: „De troubadour is niet meer… rust zacht.”
Karst was voor zijn landelijke doorbraak ook een paar jaar actief als gemeenteraadslid, namens het CDA. Hij was ambassadeur voor de CliniClowns en voor Stichting Lezen en Schrijven. Collega Stef Ekkel, met wie hij zijn grootste hit maakte, zei tegen de NOS: „Zijn liedjes waren nooit standaardliedjes. Het waren goed doordachte teksten.” Naast het Nederlands was hij ook zeer begaan met het dialect, blijkt uit zijn repertoire.
Maar vooral was hij ambassadeur voor Hoogeveen, zegt oud-burgemeester Karel Loohuis: „Hij presenteerde altijd de bijeenkomst waar nieuwe inwoners welkom werden geheten. Dan zong hij ook een paar liedjes.”
Het aantal reacties op het overlijden van Karst is zo groot, dat in overleg met de gemeente is besloten om het publieke afscheid niet één maar vier uur te laten duren, laat zijn manager Marcel Wentink telefonisch weten. „Zo geliefd was hij.” Op het openbare deel zijn zo’n 1.500 mensen afgekomen, meldt het ANP. Daarna volgt een besloten afscheid voor achthonderd genodigden, onder wie Tineke Smit en Talpa-hoofdredacteur Marc Veeningen, die vlak bij Hoogeveen opgroeide.
Veeningen omschrijft Karst als een „ontzettend aardige, fijne man, die onwijs maatschappelijk betrokken was”. Hij vertelt dat Karst al in 2008 werd uitgeroepen tot Hoogevener van het jaar. „Een soort oeuvreprijs. Dat was vóór zijn grote doorbraak, maar toen was hij in Drenthe al zo gezien en gekend.” Toch is Karst door zijn succes nooit „borstklopperig” geworden, zegt hij. „Dat past niet in Drenthe en zéker niet in Hoogeveen.”
Grote belangstelling voor het afscheid van René Karst in De Tamboer.
Hoe dol mensen op hem waren blijkt uit de rij die om kwart voor drie al voor de deur van De Tamboer staat. Er klinkt tromgeroffel. „Dat is de trommelslager van Hoogeveen”, zegt Janny Santing, die eigenlijk vanavond naar de première van de voorstelling zou gaan. „Die trommelde vroeger mensen op voor de kerk”, zegt ze. Nu doet-ie dat voor Karst.
In de rij staat ook Bobby Goldstars (60, en nee: „Helaas niet met deze achternaam geboren, dat is De Jong”) om zijn „collega-zanger te eren”. Hij komt uit Duiven. „Anderhalf uur reizen, maar ik wilde afscheid nemen.” Hoogeveners Delana (22) en Alicia (17) staan er ook, samen met twee klasgenoten. „Je hoort zijn liedjes bij het uitgaan. Als Hoogevener ben je trots dat je zo iemand in de stad hebt.”
In stilte wacht de schuifelende menigte tot ze de zaal in kan. „Het is heel indrukwekkend”, zegt iemand die met een zakdoek weer naar buiten komt tegen een bekende in de rij. En dat is het inderdaad. Onder de herkenbare bril staan zijn gouden platen uitgestald, maar ook andere belangrijke herinneringen aan het leven van Karst. Zijn brief aan Vincent van Gogh, bijvoorbeeld, die in 1883 drie weken in het stadje verbleef: „Jij schreef met verf en ik schilder met woorden.”
In het midden van het podium staat, omringd door zijn gitaren, de witte kist. Daarop een boeket witte rozen – met in het midden één gifgroene, de kleur van zijn bril. Over de boxen klinkt zacht zijn muziek, in de zaal onderdrukt gesnik.
Buiten speelt de beiaardier op de klokken van het gemeentehuis zijn nummers. „Dat is wel het minste wat we als stad kunnen doen”, zegt Tineke Smit daarover. „Hij heeft Hoogeveen op de kaart gezet.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC