Twee jaar geleden werd Mariëlle Paul door de VVD naar voren geschoven als bewindspersoon om rust te brengen. Maar nu ligt de demissionair minister van Sociale Zaken voor de tweede keer in korte tijd onder vuur vanwege haar handelwijze omtrent de positie van arbeidsmigranten.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Mariëlle Paul heeft donderdag wat uit te leggen in de Tweede Kamer. In rap tempo haalde de demissionair minister van Sociale Zaken zich de afgelopen weken de woede op de hals van vakbonden, belangenorganisaties en een flink deel van de Kamer. De reden: Paul trok zonder debat, en ogenschijnlijk eigenhandig, een voorstel van haar voorganger Eddy van Hijum (NSC) in dat de positie van arbeidsmigranten moest verbeteren.
Van Hijum, die in september na het vertrek van zijn partij uit het kabinet door Paul werd opgevolgd, wilde af van een regeling die het mogelijk maakte voor werkgevers om tot 25 procent van het minimumloon van arbeidsmigranten in te houden in ruil voor huisvesting. In de ogen van de NSC’er, die zich baseerde op een flinke stapel adviezen en rapporten, maakt dat migranten te afhankelijk van hun werkgevers. Zo kunnen ze sneller op straat belanden, omdat ze ook hun huis kwijtraken als ze hun baan verliezen.
In een brief erkende Paul dat probleem, desondanks kwam ze tot een andere conclusie. Een dag na de verkiezingen maakte de demissionair minister ogenschijnlijk uit het niets bekend dat ze het voorstel van haar voorganger introk.
Het kwam haar op forse kritiek te staan. De demissionair minister benadrukte dat ze de voor- en nadelen had ‘gewogen’ en vond dat de regeling juist arbeidsmigranten en werkgevers in een krappe huizenmarkt in staat stelt huisvesting te regelen. Maar die inhoudelijke verdediging kon niet voorkomen dat er al snel vooral werd getwijfeld aan Pauls beweegredenen.
Niemand minder dan Van Hijum suggereerde in een commentaar op LinkedIn dat de VVD’er was gevallen voor de invloed van de ‘uitzendlobby’. SP’er Jimmy Dijk vond dat de demissionair minister niet de belangen van de arbeidsmigranten vooropstelde, maar die van de uitzendbranche.
De manier waarop Paul zich daarna verdedigde, hielp haar niet. Het ministerie verklaarde tegenover NRC dat de demissionair minister ‘een zo breed mogelijk geluid’ had opgehaald voor ze haar besluit nam, maar achteraf bleek dat juist de voornaamste belanghebbenden niet waren gepolst. Zo vertelden vakbonden FNV en CNV, de belangenorganisatie voor arbeidsmigranten Fairwork, de branchevereniging voor uitzendbureaus ABU en SER-voorzitter Kim Putters dat er niet met hen was gesproken over het intrekken van het voorstel.
Ook de timing riep vragen op. ‘De voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Niet doen!’, schreef Paul al kort na haar aantreden in september in grote letters in een nota over het voorstel. Het duurde vervolgens nog anderhalve maand voordat ze het uiteindelijk publiceerde. Onduidelijk is waarom ze zo lang wachtte. Bovendien nam Paul het besluit ondanks de inmiddels zelfs dubbel demissionaire status van het kabinet. Gezien de smalle basis waarop het rompkabinet van VVD en BBB nog steunt, verwacht de Kamer terughoudendheid.
Daarmee ziet Paul zich al voor de tweede keer in haar carrière als bewindspersoon geconfronteerd met kritiek die niet alleen gaat over de inhoud, maar ook over haar verhouding met de Tweede Kamer.
In haar vorige rol als staatssecretaris van Onderwijs kwam Paul al onder vuur te liggen in een zaak die gelijkenissen kent. Meermaals benadrukte de toenmalig staatssecretaris dat er onderzoek werd gedaan naar de sterk uiteenlopende resultaten bij de doorstroomtoets in het basisonderwijs, een belangrijk dossier dat raakt aan de kansen van kinderen. Maar uit navraag door de Volkskrant bij de instantie die volgens Paul naar de zaak zou kijken, bleek zo’n onderzoek niet te lopen. Kamerleden reageerden verontwaardigd. Ze voelden zich ‘op het verkeerde been gezet’.
Ook wekte Pauls werkwijze verbazing toen ze met een paardenmiddel dreigde tegen basisscholen die de doorstroomtoets vanwege twijfel over de betrouwbaarheid niet wilden doorvoeren. Ze betichtte de scholen van ‘vermoedens van wanbeheer’ en dreigde de geldkraan dicht te draaien.
Iets meer dan twee jaar geleden werd Paul juist door haar partij naar voren geschoven om rust te brengen. Het leek de voornaamste reden dat het toen nog relatief onbekende en politiek onervaren Kamerlid ogenschijnlijk uit het niets werd benoemd tot opvolger van toenmalig minister van Onderwijs Dennis Wiersma, die opstapte na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag.
De uit het bedrijfsleven afkomstige Paul was geknipt voor die taak, zo vertelden oud-collega’s. Ze was het tegenovergestelde van de vertrokken Wiersma, die bekendstond om zijn ideologische dadendrang. Paul, die onder meer werkte bij lobbykantoor Hill & Knowlton, ABN Amro en bouwbedrijf Bam, kon haar eigen mening opzijschuiven om de vrede te bewaren. De confrontatie zou ze alleen in een uiterst geval aangaan.
Maar nu ze alsnog de woede van de Kamer heeft gewekt, moet ze de confrontatie aangaan. De suggestie dat ze zich zou hebben laten leiden door de lobby noemde ze tegenover Nieuwsuur ‘echt een heel smerige gedachte’. ‘Ik ben überhaupt niet voor welke lobbyclub dan ook. Dit raakt me.’
Ook als ze de Kamer van haar intenties weet te overtuigen, is het nog altijd de vraag of een meerderheid wel wat ziet in het terugdraaien van het voorstel van haar voorganger. De steun voor stevigere maatregelen tegen de uitwassen van arbeidsmigratie is van links tot rechts na herhaalde waarschuwingen immers alleen maar toegenomen. Met haar besluit roeit Paul dus in tegen een stroom die de afgelopen jaren juist sterker is geworden. Dat ook haar handelwijze vragen oproept, maakt haar verdediging een stuk uitdagender dan die al was.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant