Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Lastig kiezen wat mijn favoriete deel uit het interview met Rafael van der Vaart was, afgelopen vrijdag in de Volkskrant. Van der Vaart, eens wonderkind op voetbalschoenen, toonde zichzelf een totale normalo. Iemand die naast je op de camping staat en je kinderen een hele zak chips laat leegeten.
Rafael van der Vaart houdt bijvoorbeeld van lege wegen. ‘Daar ontspan ik. Toen ik nog in Denemarken woonde, wilden gasten na het padellen naar huis. Nee, zei ik, we doen even een rondje. Bij het tankstation kochten we dan een paar flesjes wijn om daarna een beetje over de vrouwen te zeiken, dit en dat.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dit en dat. Dat zinnetje, die drie woordjes, vatten de essentie van zowel de mens als de voetballer Rafael van der Vaart. Iemand die ‘dit en dat’ zegt is een speciale. Het is het verbale equivalent van een bal met buitenkantje voet spelen.
Er stond veel meer moois in. Bijvoorbeeld dat Rafael van der Vaarts lievelingssnack een frikandel is, maar dat hij die de laatste tijd wat minder vaak eet. Niet omdat hij op de gezonde toer is. Maar omdat hij nu vaker naar de McDonald’s gaat. Tien jaar terug, toen hij in de nadagen van zijn carrière bij Real Betis in Sevilla speelde, wilde ik voor een reportage naar Sevilla – waar ik zelf ook heb gewoond – afreizen en daar een paar dagen in de voetsporen van Rafael van der Vaart treden. Ik stelde het voor aan zijn vader, die stond er voor open en hij zou het aan Rafael voorleggen. Het bleek helaas niet het juiste moment.
Het interview van vrijdag maakte pijnlijk duidelijk dat – als die trip wel was doorgegaan – het precies was gegaan zoals ik in mijn hoofd had. Samen banjeren door Sevilla, langs de rivier in de zon, wijntje hier, tapa’tje daar, over alles behalve voetbal babbelen, dit en dat.
Geconfronteerd met het dilemma ‘Louis van Gaal of Cooky Voorn’, antwoordde Van der Vaart dat hij zonder twijfel voor Cooky Voorn (een assistent-trainer met wie hij ooit had gewerkt) zou kiezen. Voorn was, zo omschreef Van der Vaart, een ontzettend innemend mens. Niet per se een vakman, maar wel enorm goed voor de sfeer. ‘De pionnen zette hij altijd op de verkeerde plek, maar dat maakte niets uit, want hij ging ook mee op stap, mee de sauna in.’
Ik denk dat Rafael van der Vaart daar, zonder het te weten, zichzelf in verhouding tot de rest van de wereld anno 2025 omschrijft. Alles staat in de brand, iedereen haat elkaar en tussen de smeulende puinhopen en het wapengekletter door slentert Rafael van der Vaart. Je hebt verder geen reet aan hem, maar wat is het goed dat hij er is.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns