Home

De kamerplanten van de clichématige havermelkstedelingen in de roman ‘De perfecties’, die wil ik dus ook

is columnist voor de Volkskrant

Al na een minuut lezen in De perfecties, de roman van de Italiaanse schrijver Vincenzo Latronico, begon ik me te schamen. Ik voelde aan alles dat deze roman de havermelkstedeling te kakken zet, en toch was er iets in mij, vrij veel zelfs, dat meteen wilde gaan googelen op de succesvolle kamerplanten van de hoofdpersonages van het boek, Anna en Tom, ‘een klein oerwoud aan alocasia’s, reuzeneuphorbia’s, ficus benjamina’s en philodendrons met donzige stelen, strelitzia’s en dieffenbachia’s’. Ik appte de vriend die me het boek had aangeraden dat ik mezelf nu al herkende in de clichématige mensen met hun blankhouten vloeren, en hun planten wilde. ‘Het gaat over ons, dat is het enge’, appte hij terug.

De perfecties is een opsomming van alle manieren waarop mensen van nu perfect willen zijn, en die perfectie wordt dus nagestreefd door Anna en Tom, een jong stel uit een niet nader gedefinieerd Zuid-Europees land, dat zich vestigt in Berlijn. Het hele boek is in de zij-vorm geschreven, Anna en Tom doen niets alleen. Ze leven een expatleven, ze werken als grafisch ontwerpers, ze gaan met andere internationale types naar openingen in galeries, clubs, ontbijttenten.

Allemaal jagen ze hetzelfde na: een fijn, licht kunstzinnig beroep, een mooi ingericht huis, een seksleven waarin soms iets avontuurlijks wordt geprobeerd, fermenteren, umami dingen eten. Ze scrollen op Instagram en bespreken ’s avonds de nieuwtjes die ze daar hebben gezien met hun vrienden; ze zijn beter op de hoogte van ‘racistische of seksistische incidenten die in New York plaatsvonden’ dan die in hun eigen woonplaats Berlijn of Europa.

Op een gegeven moment voelen Anna en Tom dat ze meer met hun leven moeten gaan doen om het zinvol te maken, en zij, en veel van hun vrienden, storten zich op de gelukkig net voorhanden zijnde massa Syrische vluchtelingen die tijdelijk worden gehuisvest in Berlijn.

In mijn lievelingspassage in het boek willen Anna en Tom erg graag een Arabisch-Duits taalgidsje vormgeven voor de vluchtelingen, maar ‘iemand anders is ze voor geweest’ en heeft al een stijlvol boekje opgemaakt, ‘met asymmetrische, gecentreerde alinea’s, met ruime, luchtige marges’. Even later liggen de ‘elegant opgemaakte taalgidsjes’ verwaarloosd in een hoek van de vluchtelingenopvang: de vluchtelingen gebruiken vertaalapps.

In alles herkende ik mezelf: het eindeloze gezoek naar perfecte vakanties en muurkleuren, de goed-etenfetish, het eindeloze gelul over gentrificatie door mensen die zelf alles gentrificeren, zelfs mijn vrijwilligerswerk tijdens de coronaperiode, waarbij ik in een gaarkeuken meer in de weg liep dan van pas kwam. Ik ben Anna en Tom.

En Anna en Tom zouden dit boek ook goed vinden, want zo onderkoeld kritisch, zo goed geschreven, zo minimalistisch.

Ik raadde het anderen aan. Mijn schoonzus had het al gelezen, zei ze, maar terzijde gelegd. ‘Een eindeloze opsomming van leegte’, noemde ze het. Dat is waar, maar wel een heel goeie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next