is econoom en publicist.
Je kunt er nog niet in eten en slapen. Je kunt er nog niet onder de douche. Op de bank hangen met een goed boek is er eveneens onmogelijk. Maar de voorraad huizen waarin nog niemand kan wonen neemt wel spectaculair toe. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde deze week dat het aantal nieuwbouwwoningen waarvoor een vergunning is verleend afgelopen kwartaal is gestegen met ruim achtduizend stuks. De totale voorraad ongebouwde huizen stijgt hiermee tot 215 duizend, 65 duizend méér dan vijf jaar geleden.
Steeds meer ongebouwde huizen? Hoe kan dat nou? Belangrijker nog: wat doe je ertegen?
Het korte antwoord: prijzen. Ambtenaren van diverse betrokken ministeries onderzochten hoe de woningbouwmachinerie in Nederland soepeler kan werken en publiceerden hierover vorig jaar het document Op grond kun je bouwen. Ze kijken naar alle schakels in de bouwketen en constateren dat de economie ervan niet goed werkt. De prijzen zijn verkeerd, en als prijzen niet kloppen, ga dan maar met je bouwambities naar de dokter. Dan schiet het niet op.
Het begint al met de grondprijs. Die stijgt maar door, en vormt een steeds groter deel van de bouwkosten van een nieuwe woning. Dat is een feestje voor de grondeigenaar. Als de overheid een stuk weiland aanwijst als toekomstige woningbouwlocatie verveelvoudigt de waarde van de grond. Voor deze grondwinst heeft de grondeigenaar geen enkele inspanning geleverd; de winst komt uit de lucht vallen. De hoge grondprijs maakt het vervolgens wel lastig om de gehoopte (ook betaalbare) woningbouw op dat weiland daadwerkelijk te realiseren. De ontwikkelaar en de bouwer moeten met die hoge prijs hun project zien rond te rekenen. En de overheid staat aan de lat voor de aanleg van wegen en andere infrastructuur en moet er met de ontwikkelaar zien uit te komen wie wat betaalt.
De ambtenaren zeggen: voer toch een ‘planbatenheffing’ in, een belasting op de waardestijging van de grond als de overheid de bestemming ervan verandert. De opbrengst kan worden gebruikt voor de woningbouwplannen op die locatie. En, zo gaan ze verder, als je toch bezig bent met prijzen inzetten om de wereld te verbeteren, belast dan ook het onbebouwd laten van bouwgrond. Want hiermee geef je de grondeigenaar een financiële prikkel om daadwerkelijk te gaan bouwen in plaats van te speculeren op de toekomst.
Prijzen kunnen ook helpen in andere schakels van de woningbouw. Het Rijk zou gemeenten financieel kunnen belonen voor elke opgeleverde woning, eventueel alleen voor ‘betaalbare’ woningen. Een ‘realisatie-impuls’ noemen de ambtenaren het.
En vergeet de eindgebruiker niet, als het gaat om prijzen. De politieke gewoonte om ‘huurprijzen te gebruiken om de koopkracht te verbeteren’ heeft ‘langjarig een groot negatief effect op de mogelijkheid voor corporaties om te investeren’. Verhoog de huren van sociale huurwoningen juist, en compenseer lage inkomens via de huurtoeslag. Dan hebben corporaties de financiële armslag om door te bouwen.
Hoe zet je meer vergunde, virtuele huizen om in concreet gebouwde woningen? Natuurlijk, door het stikstofprobleem op te lossen dat de uitvoering van projecten kan dwarszitten. Maar in elk geval ook door de economie in elke keten van het bouwproces te verbeteren. Goede prijzen helpen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant