Comedy In de VS is het makkelijk scoren voor rechtse comedians: lekker afgeven op ‘woke’. Dave Schut ziet een tegenbeweging van comedians die dat saai, voorspelbaar en politiek verwerpelijk vinden.
Vlnr: Kevin Hart, Roseanne Barr, Shane Gillis, Marc Maron.
Toen satiricus Jon Stewart, bekend van The Daily Show, drie jaar geleden de Mark Twain-prijs voor Amerikaanse humoristen in ontvangst nam, hield hij een speech die achteraf voorspellend kan worden genoemd. „Comedy verandert de wereld niet, maar dient wel als klokkenluider”, zei hij. „Wij zijn de bananenschil in de kolenmijn. Wanneer een samenleving in gevaar is, zijn comedians de eersten die worden weggestuurd.”
Stewarts betoog was niet alleen een waarschuwing, het was ook een corrigerende tik. Hij wilde de aandacht van zijn collega’s verleggen, die zich blind staarden op de door hen zo gevreesde ‘cancelcultuur’, het idee dat je carrière een vrije val maakt zodra de meute achter je aan komt vanwege een te harde grap.
Stewart wees naar het balkon, waar Bassem Youssef zat, de Egyptische comedian die in zijn thuisland weleens werd opgepakt en verhoord vanwege zijn satire. „Het is niet de ‘woke politie’ die een existentiële bedreiging vormt voor comedy”, benadrukte Stewart. „Het is niet de overgevoeligheid van het publiek. Het is de overgevoeligheid van leiders. Zo is het altijd geweest en zal het altijd zijn.”
Bassem Youssef
Hij kreeg gelijk – en snel ook. Slechts drie jaar later gebeurde wat voor velen ondenkbaar was: ABC ontsloeg tv-komiek Jimmy Kimmel na een maffioos dreigement van Brendan Carr, directeur van mediatoezichthouder FCC en tevens Trump-vertrouweling. De backlash was zo immens dat de zender Kimmel nog geen week later weer in de armen sloot. Maar de bananenschil had zijn werk gedaan: voor iedereen was duidelijk dat de vrijheid van meningsuiting in de Verenigde Staten niet langer vanzelfsprekend is.
Al langer bevindt de comedywereld zich aan het front van de Amerikaanse cultuuroorlog. Naast klassieke thema’s als abortus, wapenbezit en transrechten vormt ook de vraag welke grappen je wel en niet mag maken, of welke grappen je zou moeten maken, een splijtzwam tussen links en rechts. Lange tijd dachten de meeste comedians dat de dreiging van links kwam. Omdat ‘links’ in de publieke opinie gelijkstond aan woke en dus aan die verdraaide cancelcultuur.
Het is lastig na te gaan waar de terechte zorgen van deze comedians eindigden en de paranoia begon. Vaststaat dat de beroepsgroep in de late jaren tien van deze eeuw onder druk kwam te staan. Hoewel Trump al president was, waren de grote mediabedrijven nog niet bij hem op schoot gekropen. Het was de tijd van Black Lives Matter en MeToo; in een zijtak daarvan kwamen ook comedians onder een vergrootglas te liggen – voornamelijk online.
En met reële gevolgen. Roseanne Barr verloor haar sitcom na een racistische tweet over een voormalig adviseur van Obama. Kevin Hart moest afzien van de presentatie van de Oscars wegens grappen uit het verleden die homofoob werden bevonden. Shane Gillis zou onderdeel worden van Saturday Night Live, maar dat ging niet door toen er video’s opdoken waarin hij verschillende bevolkingsgroepen op de hak nam.
Toch waren dat uitzonderingen; meestal bleef het bij een storm van tweets. Ook Dave Chappelle, een van de populairste comedians ter wereld, kreeg bakken kritiek over zich heen omdat hij in zijn comedyspecials transgenders belachelijk maakte. Tientallen Netflix-medewerkers protesteerden voor het hoofdkantoor. Maar de directie bleef achter hem staan en Chappelle bleef shows maken.
De meeste comedians die last ondervonden van die beruchte cancelcultuur, klommen daarna gewoon weer op. In die zin was het eerder een consequentiecultuur, of beter een verontwaardigingscultuur. Soms terecht, soms overtrokken – ook heus weleens intimiderend, met al die opdracht- en werkgevers die werden benaderd – maar bijna nooit desastreus voor een carrière.
Voor de anti-wokebeweging maakte dat weinig uit. Terwijl de invloed van de meute op sociale media al gauw weer afzwakte, nam het verzet ertegen gek genoeg juist toe. Ook in Europa gebeurde dat, waar Ricky Gervais en Hans Teeuwen voorop gingen in de strijd. Je moet iedereen belachelijk kunnen maken, was de filosofie. En als iemand gekwetst is, dan is dat maar zo. Wij laten ons niet dwingen tot brave comedy.
Hans Teeuwen
Op zich een nobele gedachte. Maar omdat van cancelen nauwelijks sprake was, kreeg het verzet tegen ‘woke’ iets potsierlijks. Comedians die iedere avond volle zalen trokken, die miljoenen verdienden met hun comedyspecials, voerden in feite een kruistocht tegen socialemediagebruikers. De anti-wokecomedian wist precies welke onderwerpen gevoelig lagen, en zijn publiek wist dat ook. ‘Je mag tegenwoordig niets meer zeggen en wij pikken dat niet’, was het gedeelde sentiment. Verontwaardiging van de buitenwereld was niet eens meer nodig. Geanticipeerde verontwaardiging – ‘dit zullen ze wel weer verschrikkelijk vinden, wat ik nu ga zeggen’ – bleek al vermakelijk genoeg.
En het succes groeide. Mensen die zich sowieso al ergerden aan linkse politici, opiniemakers en activisten – en door het politieke klimaat werden dat er steeds meer – bulderden van het lachen om al die gewaagde grappen. Zo werd het werk van de anti-wokecomedian steeds makkelijker. Hij hoefde zijn publiek niet uit te dagen, op andere gedachten te brengen, te verrassen, hij hoefde alleen iets te zeggen over donkere mensen of transgenders; de kwaliteit van de grap was irrelevant, het ging erom dat de grap werd gemaakt. Hahaha, hij doet het gewoon!
Soms was de anti-wokecomedian nauwelijks te onderscheiden van een uiterst rechtse politicus, die vergelijkbare dingen zei, en die zich eveneens achter humor verschuilde; het is maar gekkigheid, doe niet zo lichtgeraakt. Toen er WhatsApp-gesprekken uitlekten waarin oud-FVD-leider Thierry Baudet verbanden legde tussen IQ en ‘ras’, verdedigde hij zich met de observatie dat iedereen weleens een grapje maakt.
De laatste jaren is anti-woke mainstream geworden. Zeker in de VS, waar het verzet zich verzamelde rond Joe Rogan, naast comedian een van de populairste podcastmakers ter wereld – sowieso de bestbetaalde. In 2020 tekende hij een deal bij Spotify, naar verluidt voor meer dan 200 miljoen dollar. Dit was ook het jaar van corona. Rogan, die altijd al nieuwsgierig was naar alternatieve theorieën, werd steeds meer complotdenker. Ook zocht hij toenadering tot uiterst rechts, met als climax zijn steun aan Trump bij de laatste presidentsverkiezingen.
Een belangrijke motivatie is zijn haat voor alles wat hij woke noemt, en waarmee hij de Democraten in verband brengt. Hij maakt zich grote zorgen om de cancelcultuur en beschouwt zijn podcast als een van de weinige plekken waar grofgebekte comedians nog welkom zijn. Ook opende hij zijn eigen comedyclub, genaamd Comedy Mothership, waar politieke correctheid geen voet aan de grond zou krijgen.
Trump en de zijnen maakten hier dankbaar gebruik van; ook zij streden immers tegen woke. Toen vicepresident J.D. Vance eind vorig jaar in Rogans podcast te gast was, noemde hij de vrijheid van meningsuiting het hoofdthema van de verkiezingen. En ook al kwam Trump opnieuw aan de macht, de anti-wokebeweging doet zich tot op de dag van vandaag voor als de underdog, als een rebellengroep.
Maar op andere plekken lijkt er nu iets te verschuiven. De afgelopen tijd begonnen sommige comedians zich openlijk tegen de anti-wokebeweging af te zetten. Marc Maron bijvoorbeeld, die begin augustus zijn nieuwe special Panicked uitbracht bij HBO Max. Meteen al bij de opening begint Maron over zijn collega’s, die hij de winst van Trump kwalijk neemt. Het ging ze helemaal niet om de vrijheid van meningsuiting, zegt hij, die was nooit in het geding. „Ik bedoel, ze zeiden dingen en dan kwam er een tegenreactie, en dan hadden ze zoiets van: dat zou niet toegestaan moeten zijn.” Die vrijheid van meningsuiting gold dus vooral voor henzelf, wil Maron maar zeggen.
Wat ze vooral wilden, vat Maron hun ideologie samen, is het r-woord zeggen zonder consequenties: retard, een Engelstalig scheldwoord, al jaren omstreden, voor mensen met een verstandelijke beperking. Vandáár hun steun voor Trump, want die zou geen moeite hebben met zulke taal. Helaas, zegt Maron, hoort bij vrij gebruik van het r-woord ook „de ineenstorting van de federale overheid, de destabilisatie van de wereldeconomie, tienduizenden mensen die worden gedeporteerd naar plekken waar ze misschien wel helemaal niet vandaan komen, de daadwerkelijke onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en rechten van lhbtiq-mensen en vrouwen en de opkomst van het autoritarisme. En soms wil ik ze vragen: was dit het waard, you fucking retard?”
Niet alleen in politieke zin neemt Maron zijn collega’s iets kwalijk, hij vindt ook dat ze de comedywereld hebben verzwakt. Hun grappen zijn „gemakzuchtig, slordig en afgezaagd”, zei hij bij de podcast Howie Mandel Does Stuff. „Als ik nu in een comedyclub door de gang loop, doet in de ene zaal iemand zijn stuk over trans mensen. En verderop denkt iemand op het podium: nou, dan doe ik ook maar mijn stuk over transmensen.” Waar anti-woke comedians zichzelf zien als baanbrekend, zegt Maron: het is niet alleen haatdragend, het is ook nog eens saai.
Vorig jaar was het Anthony Jeselnik, een andere bekende comedian in de VS, die klappen uitdeelde. „Ik ben tegen de cancelcultuur”, zegt hij in zijn Netflix-special Bones and All. Meteen krijgt hij applaus. „Dankjulliewel”, vervolgt hij. „Dat was mijn imitatie van een waardeloze comedian die in de podcast van Rogan probeert te komen.”
Anthony Jeselnik
Jeselnik was zelf weleens bij Rogan te gast, hij noemt hem een vriend. Maar hij ergert zich aan de stroming die Rogan vertegenwoordigt. De comedywereld zou een verzameling van buitenbeentjes moeten zijn, legt Jeselnik uit bij de podcast Breaking Bread with Tom Papa, van onafhankelijke denkers. Terwijl iedereen rond Rogan zo ongeveer dezelfde dingen vindt.
Interessant aan de kritiek van Jeselnik is dat hij zelf groot liefhebber is van harde grappen. Ik heb zelden comedians gezien met donkerder humor. Zo ongeveer een kwart van zijn special gaat over kindermisbruik. Hij wil zijn publiek laten lachen om de gruwelijkste dingen. „Galgenhumor”, zegt hij in Bones and All, „is wanneer je iets in de wereld ziet dat zo afgrijselijk is dat je er wel om móét lachen, omdat het je anders zal vernietigen.”
Maar ben je dan niet boos op de cancelcultuur, is de vraag die hij het vaakst krijgt, zo vertelt hij in de show. Ben je niet bang? „Laat ik duidelijk zijn: I don’t give a fuck about cancel culture. Wat ik spuugzat ben, zijn comedians die klagen over de cancelcultuur. Zo moeilijk is het niet, doe gewoon je werk.”
Dave Chappelle
Natuurlijk overdrijft hij een beetje – het blijft een comedyspecial. Goede grappen maken over gevoelige onderwerpen is wel degelijk moeilijk, en het is ook niet makkelijk om de eventuele backlash te dragen. Dat zegt hij zelf ook wanneer hij Dave Chappelle bekritiseert. Chappelle is zijn shows bewust blijven vullen met grappen over transgenders, allemaal met een saus van heldenverering aan het eigen adres: ik doe dat toch maar even mooi. Zelfs hij, zegt Jeselnik bij Tom Papa, „die iedere prijs ter wereld heeft gewonnen, klaagt dat de cancelcultuur zijn werk moeilijker maakt. Maar jouw werk zóú ook helemaal niet makkelijk moeten zijn. Als je zo verdomd veel geld verdient, dan hé, misschien zou het werk een héél klein beetje lastig moeten zijn.”
Ook dat zei Stewart al, in 2022: „Jullie zijn ons niets verschuldigd, als publiek. Wij hebben een grote bek, jullie hebben een grote bek, en wij moeten beter zijn dan jullie.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC