Met eigen werk én vrienden kan Bløf een mooi feest vieren in Ahoy in Rotterdam. Maar met een aantal covers laat de band de meligheid toeslaan. ‘Even aan mijn moeder vragen’: waaróm?
is redacteur popmuziek van de Volkskrant.
Als het aan de Zeeuwse band Bløf ligt, staan we aan de vooravond van een nieuwe traditie. Vlak voor we de feestmaand inrollen, kunnen we met Bløf de gemeenschappelijkheid vieren bij drie grote shows van de meezingband bij uitstek, in een altijd sfeervol Ahoy. Om samen te zijn. Of zoals het in een Bløf-liedje verwoord zou worden: ‘Drink nog één glas met mij.’
Met het samenzijn – en dat glas – komt het in elk geval goed, blijkt vrijdag bij de aftrap van de concertreeks: Rotterdam Ahoy loopt vol. En Bløf zelf staat er op het podium ook niet alleen voor. Al vanaf de eerste nummers sleept de band er ‘vrienden’ bij, die de Bløf-avonden een soort Vrienden van Amstel-allure moeten geven. Maar daar gaat het vanavond toch een beetje mis.
Bløf zelf kan een avond in een concertarena prima dragen. Vanaf het liedje Dansen aan zee blaast de band die warme menselijkheid de zaal in, die typische Bløf-melancholie, waarbij stelletjes elkaar even in de ogen willen kijken.
Zanger Paskal Jakobsen zingt zijn soms wat raadselachtige, maar altijd emotionele teksten donker en krachtig galmend. Zijn bariton dendert werkelijk de zaal door: ‘Laten we dansen, m’n liefste/ Dansen aan zee/ Een afscheidswals aan de waterlijn.’
Dat het decor voor zo’n feestelijk bedoelde avond eigenlijk vrij kaal is – een band op het podium, lampen erboven, een beeldscherm erachter – doet er even niet toe. De wonderlijke muzikale Bløf-mix van zeemanslied, rock en kleinkunst brengt sfeer genoeg.
Maar dan, na net een kwartiertje, is het al tijd voor de gasten. En die komen niet alleen: ze nemen hun eigen, vaak wat bedenkelijke covers mee. Een jongen als Lenny Monsou bijvoorbeeld, van wie waarschijnlijk nog geen enkele Ahoy-bezoeker had gehoord, brengt Bløf ertoe Nothin Compares 2 U van Prince te spelen. Waarom?
Dat vraagteken hangt daarna ook boven La camisa negra, gezongen met de ingehuurde latinstem Rolf Sanchez, en Born to Run van Bruce Springsteen, gezongen met Mercy John. Je moet maar durven.
Je merkt hoezeer deze avond op twee benen hinkt, als Bløf de eigen hits weer opvoert en je toch even opgelucht ademhaalt. En ja, daar mogen óók vrienden aan meedoen, maar de gezamenlijke optredens met Racoon (Glas) en zangeres Bente (Hoe hou ik dit vast) zijn verklaarbaar, omdat Bløf met deze ‘vrienden’ nu eenmaal een paar mooie nieuwe hits heeft gescoord.
Ahoy wordt nu echt even op zijn kop gezet, en bij de klassiekers Mannenharten en Later als ik groot ben viert de arena een mooi en hartstochtelijk karaokefeestje.
Helaas laat de gastheer daarna de meligheid weer toeslaan. Bij wijze van toegift zet Bløf de Bloem-cover Even aan mijn moeder vragen in, met gastzanger Hans van der Werf. Waarom? Gewoon, omdat het kan, zegt Jakobsen tegen de zaal. ‘Even een dijenkletser.’ En weg is het warme kerstgevoel.
Pop
★★★☆☆
21/11, Ahoy, Rotterdam. Herhaling: 22 en 23/11.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant