Calamiteiten Bij een grote overstroming, natuurbrand of andere crisissituatie komen hulpdiensten en overheden al gauw handen tekort. Burgers die zich voorbereiden en getraind zijn, zouden enorm kunnen helpen, schrijft Christel Don.
Ruim voordat de Roer in Limburg buiten zijn oevers dreigt te treden, krijgt de 68-jarige Wim Tegels uit Vlodrop al een waarschuwing van de Duitse autoriteiten in zijn mailbox. Niet omdat hij moet evacueren – zijn huis ligt buiten het overstromingsrisicogebied – maar omdat hij dan in actie kan komen. Tegels is de spil van de Hoogwaterwacht Roerdalen, een burgerinitiatief dat ontstond na de overstromingen in 2021. Toen traden de Maas en de Roer buiten hun oevers na extreme regenval die ook in delen van Duitsland en België tot verwoestende overstromingen leidde, met meer dan tweehonderd doden tot gevolg. Die zomer mobiliseerde Tegels ruim honderd vrijwilligers. Ze legden zandzakken, hielden dorpsgenoten op de hoogte, en voorkwamen naar alle waarschijnlijkheid dat een cruciale dam brak.
Christel Don is journalist en schrijver. Haar nieuwste boek is Klimaatgetto’s, over hoe klimaatverandering onze huizen binnendringt en hoe we daarmee om kunnen gaan.
Hun inzet was geen luxe, maar noodzaak. Als de Maas en de Roer overstromen, heeft Vlodrop, een dorp van 2.300 inwoners, geen prioriteit bij de hulpdiensten, want stroomafwaarts dreigt veel groter gevaar voor veel meer mensen. En zo ontstond de hoogwaterwacht die intussen is uitgegroeid tot een geolied geheel. Tegels, van huis uit ecoloog met veel kennis over meanderende rivieren, heeft een eigen waarschuwingssysteem opgezet. Hij volgt de waterstanden in Duitsland, en maakt prognoses die soms zelfs nauwkeuriger blijken dan officiële voorspellingen. Is er reden tot zorg, dan informeert hij inwoners lang voordat de officiële diensten dat doen, zodat zijn dorpsgenoten zich kunnen voorbereiden: waardevolle spullen naar boven brengen, zandzakken klaarzetten, kwetsbare buren helpen.
Bij dreigende situaties werkt de hoogwaterwacht inmiddels goed samen met gemeente en waterschap, en toch hangt één cruciale kwestie al jaren in de lucht: het initiatief heeft nog altijd geen officiële plek in de crisisdraaiboeken. Dus is bijvoorbeeld onduidelijk wie de leiding heeft als de overstroming heftiger blijkt dan gedacht. En hoe zit het met verzekeringen? De vrijwilligers zijn op dit moment zelf aansprakelijk als ze een fout maken tijdens een reddingsactie. Dat deze vragen tot nog toe onbeantwoord blijven maakt het initiatief juridisch en organisatorisch kwetsbaar. Als Tegels stopt voordat het initiatief goed in een draaiboek verankerd is, valt essentiële lokale weerbaarheid weg. En wat te doen als het morgen opnieuw misgaat?
Vlodrop is geen uitzondering. In steeds meer wijken bundelen burgers hun krachten om beter voorbereid te zijn op een crisis, ziet de Landelijke Samenwerkingsorganisatie Actieve bewoners (LSA). In Hilversum werkt wijkcentrum De Geus eraan om bij een calamiteit te functioneren als noodsteunpunt. In Mook en Middelaar inventariseren bewoners welke hulpmiddelen en vaardigheden er in de buurt beschikbaar zijn. Van megafoons tot mensen die kerkklokken kunnen luiden, het wordt allemaal vastgelegd op een lokaal platform, zodat ze bij verstoringen snel kunnen schakelen. Of neem een initiatief als de Burgerreserve: zij leiden met een korte fysieke en een online training burgerreservisten op die weten hoe ze kunnen handelen in een crisissituatie, zonder in de weg te lopen bij brandweer, politie of ambulances. Wanneer de communicatie uitvalt, kunnen deze getrainde burgers bijvoorbeeld assisteren bij noodsteunpunten, eerste hulp bieden, informatie delen en de boel veilig houden, in afstemming met de professionele hulpdiensten.
Het is geen toeval dat er steeds meer van dit soort initiatieven ontstaan. De overheid predikt de laatste jaren steeds nadrukkelijker dat burgers zelfredzamer moeten worden. De overheidscampagne Denk Vooruit, die deze maand van start is gegaan, moedigt mensen aan een noodpakket samen te stellen, een noodplan te maken en met elkaar het gesprek aan te gaan. Terecht, want het wordt steeds aannemelijker dat in geval van een crisis de hulpdiensten en overheden al snel handen tekortkomen. Zo stelt het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) in haar recente rapport Strategieën voor schaarste dat „vanwege toenemende geopolitieke en klimaatrisico’s de Nederlandse crisisbeheersing waarschijnlijk steeds vaker te maken zal krijgen met situaties waarbij er niet genoeg mensen en/of middelen voorhanden zijn om iedereen te kunnen helpen”.
Afgelopen jaren kwam dat tekort soms al in zicht. Neem de natuurbrand in De Meinweg in 2020, waarbij een heel dorp geëvacueerd moest worden terwijl hulpdiensten al overspoeld waren door de coronacrisis. Of storm Eunice in 2022, toen alarmlijn 112 dermate overbelast raakte dat er een noodmelding uit ging: bel alleen nog bij levensgevaar. Tegelijkertijd groeit de dreiging van grootschalige crises door een langdurige stroomuitval, een nieuwe pandemie of klimaatramp, of zelfs een oorlog, waarbij professionele hulpverlening simpelweg ontoereikend zal zijn. Het NIPV identificeert in haar rapport zes strategieën voor crisisteams om met dergelijke situaties om te gaan. Eén daarvan is het uitbreiden van de capaciteit van de hulpdiensten, onder meer door burgervrijwilligers. Dat werkt volgens de onderzoekers het beste wanneer ze „begeleid en geïntegreerd worden in de crisisrespons”. Toch gebeurt dat nog niet.
Op basis van mijn gesprekken met verschillende burgerinitiatieven, instanties en overheden blijkt dat te liggen aan een combinatie van bureaucratische traagheid en institutionele terughoudendheid. Veel gemeenten en veiligheidsdiensten vinden het een uitdaging om vrijwilligers op te nemen in hun calamiteitendraaiboeken. Er spelen juridische vragen: wie is aansprakelijk als er iets misgaat? Er zijn hiërarchische bezwaren: hoe verhoudt een burgerinitiatief zich tot de commandostructuur van de hulpdiensten? En er is ook gewoon onwennigheid: hoe werk je samen met een groep mensen die je niet in dienst hebt, terwijl ze wel een cruciale rol kunnen spelen.
Die terughoudendheid is tot op zekere hoogte begrijpelijk. Crisisbeheersing is complex, de inzet is hoog, en fouten kunnen levens kosten. Maar het is ook kortzichtig, want burgers komen sowieso in actie, of je ze nu erkent of niet. Toen in 2021 in Limburg het water steeg en officiële hulp op zich liet wachten, gingen mensen zelf aan de slag. Ze legden zandzakken, verstevigden lekkende dijken, en evacueerden kwetsbare buren. Dat gebeurde ad hoc, chaotisch, en zonder officiële coördinatie. Soms ging het goed. Soms botste het met de werkwijze van bijvoorbeeld de brandweer, die later arriveerde en zandzakken weer anders wilden leggen. Burgers die zich voorbereiden en getraind zijn, zouden juist voor minder chaos kunnen zorgen, mits ze een vaste plek krijgen in de protocollen en crisisdraaiboeken.
Een extra reden om dat te doen: zonder officiële erkenning ebt de motivatie weg. Mensen steken over het algemeen enorm veel tijd in het opzetten van een burgerinitiatief, het coördineren of trainen van vrijwilligers, het maken van plannen. Maar als ze jaren later nog steeds niet structureel zijn opgenomen in calamiteitendraaiboeken, en ze steeds weer met nieuwe gemeenteambtenaren te maken krijgen, dan haken mensen af. Dat is zonde van alle opgebouwde kennis en energie. En het is gevaarlijk, want in geval van een calamiteit zijn juist deze betrokken, kundige burgers hard nodig.
De samenwerking tussen overheden, hulpdiensten en vrijwilligers moet nog op gang komen, en dat vraagt inzet en vertrouwen van beide kanten. Overheden en hulpdiensten moeten leren werken met mensen die ze niet in dienst hebben. Burgervrijwilligers moeten bereid zijn afspraken te maken over taken en communicatielijnen, en leren om leiding te geven én te ontvangen. Welke stappen zijn nu nodig?
Om te beginnen: inventariseer als gemeente, hulpdienst of waterschap welke burgerinitiatieven er in jouw regio zijn. Niet om ze te controleren of in een keurslijf te persen, maar om te begrijpen wat ze kunnen betekenen in aanvulling op de bestaande noodhulpstructuren. Wim Tegels kent zijn rivier door en door. De Burgerreserve heeft steeds meer getrainde mensen klaarstaan. Wijkcentrum De Geus weet precies welke kwetsbare bewoners er in de buurt wonen. Die kennis en capaciteit liggen er, klaar om benut te worden.
Ten tweede: ga om tafel, maak concrete afspraken en leg ze vast. Vrijwilligers hoeven geen onderdeel te worden van de commandostructuur van hulpdiensten, dat zou waarschijnlijk ook niet werken. Maar er moeten wel heldere afspraken zijn zoals bij welke fase van een crisis zij kunnen worden ingezet, wat hun rol is en waar die stopt. Stel een vast contactpersoon voor burgervrijwilligers aan bij een gemeente of veiligheidsregio. Dit soort afspraken horen in een crisisdraaiboek, niet ergens op een los lijstje dat na de eerste ambtelijke wisseling van de wacht weer kan verdwijnen.
Een mooie illustratie hiervan is de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). Die werkt al meer dan tweehonderd jaar met vrijwilligers die op zee levens redden. Ze zijn geen onderdeel van de overheid, maar werken nauw samen met de kustwacht. Er zijn heldere afspraken over wie wat doet, de vrijwilligers zijn goed getraind, verzekerd en niet persoonlijk aansprakelijk tijdens hun inzet, en niemand twijfelt aan hun kundigheid en legitimiteit. Als het op zee kan, waarom dan niet aan land?
Tot slot de derde stap: zorg voor continuïteit. Eenmalig het crisisdraaiboek updaten is niet genoeg. Er moet structureel iemand verantwoordelijk zijn voor het onderhouden van de relatie met burgerinitiatieven, voor het actueel houden van contactgegevens en afspraken, en voor scenario-oefeningen. Dat hoeft geen fulltimefunctie te zijn, maar het moet wel geborgd zijn binnen crisisteams.
Waarom dat belangrijk is, weten ze als geen ander in de gemeente Leudal. Daar werden afspraken gemaakt om lokale vrijwilligers van de dorpsraad Buggenum op te nemen in het officiële calamiteitendraaiboek van de gemeente. Tijdens de overstromingen in 2021 werd namelijk glashelder dat de gemeente de capaciteit niet had om adequaat te handelen. Burgers bleken onmisbaar: ze reguleerden het verkeer toen ramptoerisme op gang kwam, en hielden via sociale media dorpsgenoten op de hoogte, omdat officiële informatie uitbleef. Naderhand beloofde de gemeente de samenwerking vast te leggen in de crisisdraaiboeken. Maar ruim vier jaar later blijkt bij navraag dat, ondanks goede wil, deze samenwerking nog steeds niet formeel is geborgd in het gemeentelijk crisisdraaiboek.
Denemarken laat zien dat het anders kan. Laurits Rauer Nielsen, onderzoeker aan University College Copenhagen, documenteerde hoe burgervrijwilligers in Roskilde (vlak bij Kopenhagen) na een serie overstromingen tussen 2013 en 2017 niet alleen operationeel werden ingezet, maar ook aan tafel zaten in de commandopost van de hulpdiensten. Waarom lukte dat? Een reeks van overstromingen dwong burgers en autoriteiten samen te werken, waardoor hun onderlinge vertrouwen groeide. Tegelijkertijd zorgden ze samen voor ‘professionalisering zonder formalisering’: er kwamen trainingen en duidelijke afspraken, maar vrijwilligers kwamen niet in dienst, en hun initiatieven behielden hun eigen organisatiestructuur. Maar het allerbelangrijkste: autoriteiten gaven hun exclusiviteit op. Ze vertrouwden de vrijwilligers, omdat ze inzagen dat zij onmisbaar waren. Het resultaat? De betrokkenheid van vrijwilligers verhoogde de kwaliteit van de crisisrespons. En dus, concludeert Nielsen: burgervrijwilligers zijn meer dan een ‘leuke toevoeging’. Hun betrokkenheid en bevoegdheid in crisissituaties zijn een ‘essentiële professionele verantwoordelijkheid’, die moet worden ontwikkeld.
Voor Nederland betekent dat het volgende: de overheid kan niet én zelfredzaamheid prediken én burgers die zich organiseren buiten de deur houden. Dat is niet alleen inconsequent, het is ook contraproductief. Alles wijst erop dat ook wij binnen afzienbare tijd met grote ontwrichtingen te maken zullen krijgen. Misschien is het weer een overstroming, misschien een natuurbrand, misschien iets anders. Dan zullen er mensen klaarstaan om te helpen. De Denen leren ons: wacht niet tot alles perfect is geregeld. Begin nu een concrete samenwerking rond een actuele bedreiging. Gebruik die ervaring om wederzijds vertrouwen op te bouwen. En durf daarna de grenzen te verschuiven: door vrijwilligers structureel op te nemen in de crisisdraaiboeken. Zo bouw je niet alleen aan een sterker crisisteam, maar tegelijkertijd aan gemeenschappen waar mensen elkaar weten te vinden, ook in goede tijden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC