Home

Oranje heeft nog te veel ‘slechte momenten’, vindt Ronald Koeman. ‘Het moet stabieler’

Voetbal Tegen Litouwen plaatste het Nederlands elftal zich maandagavond officieel voor het wereldkampioenschap van volgende zomer. Een overtuigende afsluiter van een wisselvallige kwalificatiereeks. Waar staat Oranje, ruim een half jaar voor het WK?

Tijjani Reijnders Nederland viert zijn 1-0 tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd tussen Nederland en Litouwen.

Na de moeizame uitwedstrijd tegen Polen (1-1) hadden ze op de training een poosje met elkaar staan praten, bondscoach Ronald Koeman en verdediger Matthijs de Ligt. Hoe kon het toch, wilde Koeman weten, dat Oranje zo veel moeite had met opkomende vleugelverdedigers? Het was hem thuis tegen Polen (ook 1-1), begin september, ook al opgevallen. Net als drie dagen later, in het ternauwernood gewonnen uitduel met Litouwen (2-3).

Koeman wist vooraf dat de ploeg van bondscoach Jan Urban met wingbacks Michal Skoras en Matty Cash het vaak via de flank zou zoeken. Samen met de spits en de twee aanvallende middenvelders vormt het duo vaak een vijfmansoffensief. Het plan was om het drietal in de as op te vangen met de centrale verdedigers en controleur Frenkie de Jong. Op die manier konden vleugelverdedigers Micky van de Ven en Lutsharel Geertruida alle aandacht richten op Cash en Skoras.

Die aanpak had niet gewerkt, concludeerde Koeman na de wedstrijd van vrijdag. Dat kwam omdat het ontbrak aan „goede communicatie”. Het wedstrijdplan van Oranje vereiste dat een van de centrale verdedigers doordekt naar een aanvallende middenvelder. Dat gebeurde niet, waardoor Van de Ven die taak op zich moest nemen. Met als gevolg dat Cash ongehinderd gevaar kon stichten langs de lijn.

De Ligt was de man met de oplossing, hoopte Koeman. De verdediger speelt bij zijn club Manchester United immers ook met vijf verdedigers, waarvan er twee hun hele flank bestrijken – vandaar dat gesprekje. De conclusie nadien was „dat we het anders gaan doen”, zei Koeman zondag. Al wilde hij in de persconferentie richting de beslissende kwalificatiewedstrijd nog niet uitleggen hoe.

Litouwen-thuis leek maandavond de ideale gelegenheid om die aanpassing meteen in de praktijk te testen: ook die ploeg speelt vaak met aanvallend ingestelde backs. Alleen het kwam er niet van, in de Johan Cruijff Arena. Litouwen speelde zo defensief, en Nederland zo dwingend, dat de bezoekers de bal vaak al weer kwijt waren voor hun vleugelverdedigers goed en wel in beweging waren.

Het werd daarmee een wedstrijd die tot op zekere hoogte bracht wat Koeman vooraf had beloofd, namelijk „goed voetbal”. Want hoewel Litouwen zich terugtrok in een compact blok voor het doel en vooral probeerde Oranje te ontregelen, slaagde Nederland er in met veel positiewisselingen en diepteloopjes regelmatig daar doorheen te breken. Al was dat wel pas na de rust. Een wisselvallige kwalificatiereeks kreeg daarmee een overtuigende afsluiter: 4-0.

Verkeerde keuzes

Koeman had gehoopt iets verder te zijn, zei hij afgelopen weekeinde. Met een selectie vol spelers die bij hun club wekelijks in de Europese (sub-)top spelen, had Oranje in kwalificatieduels soms moeite om „aanvallend gevaar te creëren”. En misschien nog wel zorgwekkender is de slordigheid waarmee Nederland soms verdedigt. Als voorbeeld noemde Koeman het tegendoelpunt in Warschau, na balverlies van Memphis, waar vijf man van Oranje er niet in slaagden om twee Poolse aanvallers af te stoppen.

Het was een samenloop van meerdere „verkeerde keuzes”, vond Koeman. Een back die aan de buitenkant dekt, een keeper die te snel uitkomt, een centrale verdediger die de spits te veel ruimte geeft. Een gebrek aan „urgentie”, kortom, duidelijke afstemming over wie welke tegenstander aanpakt. „Die slechte momenten moeten eruit”, zei Koeman er maandag over. „Want [op het WK] lig je er met één slechte wedstrijd uit.”

Bondscoach Ronald Koeman en zijn staf tijdens Nederland-Litouwen.

Zo blijft Koeman sleutelen, al is de tijd die daarvoor resteert inmiddels beperkt. Toen Oranje in het najaar van 2024 begon aan het traject richting het WK van komende zomer had Koeman zijn spelers voorgerekend hoeveel momenten ze nog hadden om aan de speelwijze te sleutelen. Negen, om precies te zijn, waarvan vier in het jaar voorafgaand aan het WK. Momenten die telkens bestaan uit twee duels en een handjevol trainingen. „Dat is heel kort, heel snel”, benadrukte hij.

In die spaarzame momenten is het bovendien wisselen tussen meerdere prioriteiten. In de eerste plaats draait het om resultaat, een WK-ticket veiligstellen, maar tegelijkertijd ook om proberen, evalueren en schiften. Uitzoeken of een nieuwe toevoeging aan de basis een nóg sterkere opstelling vormt. Het aanbrengen van finesses in de speelwijze. Zorgen dat internationals die elkaar maar een paar keer per jaar zien op elkaar ingespeeld raken.

De bondscoach gaf om die reden de voorkeur aan een „vaste groep”, herhaalde hij dit najaar nog maar eens. „Je werkt in korte periodes. Dan is het: hoe minder veranderingen, hoe beter.” Koeman was daarom zuinig met het uitproberen van nieuw talent: zes man slechts, in de twee jaar sinds het EK, onder wie spits Emmanuel Emegha en middenvelder Luciano Valente in het laatste blok met duels. Ter vergelijking: in de anderhalf jaar vóór het EK liet Koeman zestien talenten debuteren.

Stevig raamwerk

Veel is er toch ook wel gebeurd, in kalenderjaar 2025. Om te beginnen heeft Koemans elftal nu een raamwerk dat stevig staat. Virgil van Dijk is aanvoerder en linker centrale verdediger, Denzel Dumfries de eerste keuze als rechtsback. Eveneens onbetwist: Frenkie de Jong als controleur, Ryan Gravenberch als pendelaar ervoor, linksbuiten Cody Gakpo en doelman Bart Verbruggen. Plus spits Memphis Depay, zeker nu hij weer volop scoort.

Minder duidelijk is dat bij de positie van linksachter, rechts centraal achterin en rechtsvoor. Daar probeert Koeman tussen wedstrijden nog geregeld nieuwe dingen uit. En misschien het opvallendste: de plotselinge aarzeling rond de meest aanvallende middenvelder. Twee jaar lang was Tijjani Reijnders daar overduidelijke de eerste keuze, maar in de laatste interlands gaf de bondscoach de voorkeur aan de meer aanvallend ingestelde Justin Kluivert, wat in veel gevallen een versterking was.

Het Nederlands Elftal voorafgaand aan de wedstrijd tegen Finland op 12 oktober.

Ook winst is het herwonnen zelfvertrouwen. Want duidelijk is inmiddels ook dat áls het loopt, Nederland een ploeg is waar volop dreiging van uitgaat. Met middenvelders die het spel snel kunnen verplaatsen, die in een paar balcontacten het veld oversteken. Met een rechtsback die met zijn loopacties tegenstanders overrompelt. En met een linksvoor (Gakpo) die, zoals maandag, zich met een subtiele schijnbeweging ontdoet van een tegenstander en vervolgens een teamgenoot vrijspeelt in het strafschopgebied.

Voor het eerst werd dat zichtbaar in het tweeluik tegen Europees kampioen Spanje, in de kwartfinales van de Nations League in maart (2-2 en 3-3). Daar zag Koeman het spel dat „de standaard” moet worden, zei hij in juni. Zoals Oranje dat later opnieuw liet zien in het thuisduel met Malta (8-0), begin juni, en de thuiswedstrijd tegen Finland (4-0) vier maanden later. Wie op zulke momenten naar het Nederlands elftal kijkt, ziet een ploeg die op het WK ver kan komen, al moet gezegd dat de tegenstand in de kwalificatiepoule zwak was.

Gemakzucht

Maar Oranje heeft ook een ander gezicht. Dat van een ploeg die na een wervelend begin het tempo laat terugzakken, en zich dan in een moment van onzorgvuldigheid of gemakzucht laat verrassen. Een ploeg die moeite heeft als tegenstanders zich terugtrekken op de eigen helft, in een poging Nederland het voetbal onmogelijk te maken. Die in de kleine ruimte problemen heeft een vrije man te vinden.

Soms komt dat door het gebrek aan diepgang, zei Koeman eerder al. Te weinig diepteloopjes om de verdediging van een tegenstander open te breken. Te vaak kiezen voor de veilige pass ook, in plaats van één of twee tussenliggende spelers over te slaan en het meteen hogerop te zoeken. Doordat de centrale verdedigers nog onvoldoende zelf met de bal naar voren bewegen, om zo een meerderheid te creëren in de opbouw.

En dus die momenten waarin Oranje plotseling verdedigend heel onachtzaam en kwetsbaar is. Zoals tegen Polen, maar ook in de eerste ontmoeting tegen Litouwen, waar Justas Lasickas langs meerdere tegenstanders zomaar het veld kan oversteken. Met onnodig balverlies, zoals bij de onhandige terugspeelbal van aanvoerder Van Dijk tegen Malta. En deze maandag: de uitglijders van De Jong en Reijnders, vlak voor het eigen doel.

Het is dus nog te wisselend, concludeerde de bondscoach zelf ook. Na Spanje zei Koeman al dat hij de komende maanden „meer regelmaat in de prestatie” wilde zien. Het niveau en de concentratie uit die wedstrijd elk duel negentig minuten lang kunnen vasthouden. Dat heeft zijn ploeg nog niet getoond, oordeelde hij maandagavond. „We hebben bewezen dat het erin zit, alleen het moet bij momenten stabieler.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next