Home

Medicijnen zijn er amper in dit psychiatrisch ziekenhuis in Syrië, dus geven ze maar sigaretten

Verwerking Miljoenen Syriërs lijden aan extreme trauma’s, veroorzaakt door oorlogsgeweld en decennia dictatoriaal bewind. Geestelijke gezondheidszorg is er nauwelijks. „De pijn blijft. Wat ik ook doe, niets helpt daartegen.”

Een slaapzaal in het Ibn Sina psychiatrisch ziekenhuis in Douma.

Nasr Hannan staat roerloos voor de toonbank van zijn kruidenierszaak op de hoek van een straat in Douma, een verarmde voorstad van Damascus. De 27-jarige Syriër staart strak voor zich uit en praat nauwelijks met zijn klanten. De mensen in de wijk nemen hem dat niet kwalijk. Nasr is nu eenmaal ongelukkig, weten ze, en dat gaat niet veranderen.

Nasr Hannan was twintig toen het Assad-regime een projectiel met chloorgas op zijn huis afvuurde. Zijn moeder, zusje, twee broertjes en de vrouw met wie hij net getrouwd was, kwamen om het leven. Nasr zelf stond onderaan het trappenhuis en raakte bewusteloos. Toen hij weer bij bewustzijn was, werd hij meegenomen door mannen van Assads geheime dienst. Die dwongen hem te verklaren dat zijn familie niet door het regime gedood was, maar door „terroristen”.

Sinds de val van president Bashar al-Assad afgelopen december hangen er twee A4’tjes in Hannans winkel. Daarop staan de portretten van zijn vermoorde familieleden en de tekst: „Met trots en eergevoel presenteren we u onze martelaren.” „Het lucht op dat ik eindelijk over hen kan praten”, zegt hij. „Maar de pijn blijft. Wat ik ook doe, niets helpt daartegen.”

Het lukt de twintiger niet om te ontsnappen aan zijn gedachten. Dag in dag uit gaat hij diezelfde donkere tunnel in, vertelt hij. Dan ziet hij de lijken in het trappenhuis en beeldt hij zich in hoe zijn familie is vergast. Gevraagd of hij ooit overwogen heeft professionele hulp te zoeken, schudt Nasr Hannan verontwaardigd zijn hoofd. „Ik ben niet ziek”, zegt hij kortaf. „Ik heb er gewoon voor gekozen de rest van mijn leven ongelukkig te zijn.”

Kwade geest

In Syrië zijn extreme trauma’s zoals die van Nasr niet uitzonderlijk. Op iedere straathoek kom je wel mensen tegen die familieleden hebben zien omkomen in oorlogsgeweld, gemarteld zijn in ondergrondse cellen, weten dat hun geliefden daar vermoord zijn of juist tot op de dag van vandaag blijven zoeken naar een van die 130.000 Syriërs die spoorloos zijn verdwenen.

Toch is er in dit zwaar getraumatiseerde land nauwelijks aandacht voor mentaal welzijn.

Deels komt dat doordat de geestelijke gezondheidszorg onder het regime van vader Hafez en zoon Bashar al-Assad, die van 1970 tot 2024 heersten, nooit echt ontwikkeld is. Zo heeft heel Syrië slechts drie psychiatrische ziekenhuizen en waren er vorig jaar 75 psychiaters werkzaam in het gebied onder het regime, aldus Syrische media. In Nederland zijn er ongeveer 3.500 psychiaters.

Een medewerker van het Ibn Sina psychiatrisch ziekenhuis prepareert medicijnen.

Bovendien rust er in Syrië een groot taboe op psychische zorg, zegt Abdullah Khaled Dahir, psychiater en directeur van het Ibn Sina-ziekenhuis, even buiten Douma. „Veel van onze patiënten zijn bang dat ze na hun opname hier nooit meer een huwelijkspartner zullen vinden”, zegt hij vanuit zijn kantoor. „Dat komt doordat er extreem veel geroddeld wordt en psychische aandoeningen verkeerd begrepen worden. Zeker in conservatieve gebieden denkt men soms nog dat mensen die psychisch lijden, bezeten zijn door een kwade geest.”

Het Ibn Sina-ziekenhuis telt zo’n 350 patiënten en ligt op een groot ommuurd terrein. Tijdens de oorlog gebruikte Assads leger een deel van het complex als militaire basis. Hoewel het ziekenhuis ook toen in bedrijf was, vuurde het regime vanuit hier projectielen af op de rebellen in Douma – en de rebellen schoten terug. Nog altijd zijn veel gebouwen op het terrein doorzeefd met kogelgaten.

„Er waren hier voortdurend explosies”, zegt verpleger Ahmed Nadda, een oudere man met diepe wallen onder zijn ogen. Hij werkt al 25 jaar in Ibn Sina en bleef ook tijdens de oorlog bij zijn patiënten. „Wanneer de bommen vielen, kreeg iedereen een paniekaanval, zowel de patiënten als het personeel.”

Nadda zit op een ziekenhuisbed in zijn kleine werkkamer. Achter een zware ijzeren deur ligt één van de gedeelde slaapzalen van de patiënten. Een tiental kaalgeschoren mannen doolt er in het rond. Hun blikken staan op nul, veel van hen zijn nauwelijks aanspreekbaar. Om de zoveel tijd bonzen ze driftig op de ijzeren deur, waarop Nadda het luik in de deur opent en wat sigaretten aanreikt. „Geloof me, een sigaret lost heel veel op”, zegt hij. „Zeker als je te weinig medicijnen hebt.”

Constante surveillance

Vrijwel alle patiënten zijn getekend door de oorlog, zegt psychiater Dahir. Dat ziet hij niet alleen aan de vele angststoornissen, slaapproblemen en gevallen van PTSS (posttraumatische stressstoornis), maar ook aan het feit dat deels genetische aandoeningen zoals schizofrenie vaak abnormaal vroeg tot uiting komen. „Normaal gesproken wordt schizofrenie pas merkbaar wanneer iemand eind twintig of begin dertig is”, zegt de arts. „Maar in Syrië zien we schizofrenie zelfs al tot uiting komen in kinderen. Dat is erg zeldzaam en komt door abnormale stress.”

Nog afgezien van de oorlog heeft ruim een halve eeuw Assad-dictatuur de psyche van Syriërs ook op tal van andere manieren aangetast. Politieke onderdrukking is een vorm van vernedering die vaak leidt tot een beschadigd zelfbeeld, aldus de arts, en de constante surveillance door Assads geheime diensten heeft ervoor gezorgd dat veel Syriërs tot op de dag van vandaag kampen met nervositeit en gebrek aan vertrouwen in anderen.

De surveillance ondermijnde ook de vertrouwensband tussen arts en patiënt. Zo herinnert Dahir zich gesprekken met patiënten van wie hij sterk vermoedde dat ze gemarteld waren, maar met wie hij dit niet kon bespreken. „Dat had ons allebei in gevaar kunnen brengen”, zegt de psychiater, wiens eigen zwager ook verdwenen is in Assads martelgevangenissen. „Zoals we in Syrië zeggen: de muren hebben oren.”

Gebouwen van het Ibn Sina ziekenhuis zijn beschadigd tijdens de oorlog.

Nu Assad er niet meer is, merkt Dahir dat patiënten langzaamaan beginnen te vertellen over trauma’s uit hun verleden. Ook kloppen er steeds meer slachtoffers van marteling aan bij het ziekenhuis. Sommigen zaten jaren geleden vast en zoeken nu pas hulp, anderen zijn bevrijd toen het regime ten val kwam. Met name die laatste groep is er vaak zo slecht aan toe dat praten soms nog niet lukt.

Neem Wael, die afgelopen december vrijkwam uit de beruchte Saydnaya-gevangenis. „Hij slaapt, eet, maar zegt geen woord”, zegt Mohammed, een verpleger die zich over Wael ontfermt. Mohammed wil niet met zijn achternaam in de krant, Wael kan daar geen toestemming voor geven. De verpleger wijst op een jonge man die in stilte rondjes loopt op een afgesloten binnenplaats naast één van de slaapzalen. „In het begin was hij extreem bang voor bezoek en gooide hij ’s nachts water over andere patiënten, zoals het regime met gevangenen deed. Heel soms zingt hij, dan denken we dat hij bijna gaat praten, maar zover is het nooit gekomen.”

Wael is één van de vele duizenden mensen die tegelijkertijd vrijkwamen toen Assad ten val kwam. Zij hebben dringend hulp nodig, maar opname in een gesloten instelling als Ibn Sina kan voor ex-gevangen extra traumatiserend werken, erkennen ook Dahir en zijn personeel. Dat Wael toch is opgenomen, komt omdat zijn moeder hem ten einde raad naar Ibn Sina bracht omdat hij haar alsmaar bleef aanvallen.

Stap voor stap

Er zijn humanere en effectievere manieren om overlevenden van marteling bij te staan, zegt Maasa al-Ma’ari, een psychiater verbonden aan het Ibn Rushd-ziekenhuis in Damascus. Samen met drie collega’s begon zij kort na de val het initiatief om ex-gevangenen te helpen: ‘Sila’, wat in het Arabisch ‘connectie’ betekent. „Het idee ontstond in onze WhatsAppgroep”, zegt Al-Ma’ari vanuit haar kantoor. „We zagen de gruwelijke beelden van vrijgelaten gevangenen en dachten: we móéten iets doen.”

De vier vrouwen legden contact met psychiaters door heel het land, die bereid zijn ex-gevangenen thuis op te zoeken. Ook vonden ze hulporganisaties en medische instellingen die gratis behandelingen kunnen aanbieden en organiseerden ze met een belangenvereniging van ex-gevangenen een iftar-maaltijd om overlevenden van Assads martelmachine met elkaar in contact te brengen.

Het idee achter Sila, zegt Al-Ma’ari, is ex-gevangenen eerst concrete medische hulp aan te bieden en vervolgens het gesprek over mentaal welzijn stap voor stap op gang te brengen. Dat is voor hen veel minder beangstigend dan een consult in een psychiatrische instelling, wat herinneringen aan ondervragingen in de gevangenis kan oproepen. Bovendien sluit het beter aan bij de prioriteiten van de ex-gevangenen, want zij kampen vaak met dringende medische problemen zoals botbreuken, tuberculose, infecties van het gebit en overgevoeligheid voor zonlicht.

Ex-gevangene Ahmed is thuis bezocht door de vrijwilligers van Sila. De dertiger is zes jaar lang zwaar gemarteld in de Saydnaya-gevangenis. Sinds zijn vrijlating droomt hij iedere nacht hoe hij lijken uit zijn cel sleept, terwijl hij gemarteld wordt door de bewakers, vertelt hij vanuit zijn woonkamer. Hij kan geen harde geluiden verdragen en heeft moeite een band op te bouwen met zijn zoon, die werd geboren terwijl hij vastzat. „In de cel dacht ik constant aan hem”, zegt Ahmed, die vanwege de privacy zijn achternaam niet in de openbaarheid wil. „Maar nu ik hier ben, kan ik hem niet aanzien.”

Bewoners van het ziekenhuis delen een maaltijd.

Ahmed heeft dubbele gevoelens over het bezoek van de vrijwilligers. „Het was heel fijn dat ze naar mijn pijn luisterden”, zegt hij. Maar het slaapmiddel dat hij kreeg maakt hem duizelig en hij heeft dringend behoefte aan oogdruppels. Ook had hij gehoopt dat de psychiaters na het bezoek contact zouden opnemen met zijn celgenoten, die ook hulp nodig hebben. „Daar heb ik niets meer over gehoord.”

Met alle goede bedoelingen blijft een initiatief als Sila duidelijk een druppel op een gloeiende plaat. „We kunnen niet door blijven gaan zonder financiering”, zegt psychiater Al-Ma’ari. „De ex-gevangenen zitten economisch totaal aan de grond, dus alles moet voor hen betaald worden. Zelfs wanneer we een dokter vinden die hen gratis wil behandelen, kunnen ze vaak niet komen omdat ze de busrit niet kunnen betalen.”

Ook in het Ibn Sina-ziekenhuis blijft geld het grootste probleem. „Het taboe op psychische zorg is sinds Assads val iets afgenomen”, zegt Dahir, „maar financieel is er voor ons niets verbeterd.” De ziekenhuisdirecteur verdient zelf omgerekend 65 euro per maand. Het salaris van verplegers is 30 euro. „Veel van hen komen niet opdagen en ik kan hen dat niet eens kwalijk nemen”, zegt Dahir. „Ikzelf vraag me eerlijk gezegd iedere dag af hoe lang ik het nog volhoud.”

Gevraagd wat hij zou doen met een groter budget, heeft de psychiater een lijst klaar. Hij zou meer medische specialisten inhuren (nu zijn dat er vijf op 350 patiënten), zijn personeel fatsoenlijk betalen, therapiesessies verzorgen, de slaapzalen renoveren, de verwarming repareren en een tuin of recreatieterrein aanleggen. „Onze patiënten kunnen nu niet eens naar buiten”, zegt hij. „Op deze manier kunnen ze niet herstellen.”

Maar investeringen in de geestelijke gezondheidszorg worden niet als een prioriteit gezien, verzucht Dahir. Dat is volgens hem een grote fout. Als mentaal welzijn niet dringend meer aandacht krijgt, waarschuwt hij, zullen de trauma’s van miljoenen Syriërs onverwerkt blijven en is de kans groot dat die later op gewelddadige wijze tot uiting komen.

„Het gaat nu alleen maar over de wederopbouw van gebouwen”, zegt de psychiater. „Maar we vergeten de wederopbouw van de mens. Ook die is door deze oorlog volledig verwoest.”

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Zie www.fondsbjp.nl

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next