Home

Slappe mannen, ontgoochelde vrouwen: hoe moet het toch met die arme hetero’s? Wat romans ons leren over ‘heterofatalisme’

Heterofatalisme Waren we maar lesbisch, verzuchten moderne vrouwen tegen elkaar, teleurgesteld over mannen. Nieuwe romans onderzoeken de liefdesverhoudingen in tijden van ‘heterofatalisme’. Met datingapps is seks gemakkelijk te krijgen, maar een relatie niet.

Journalist Jean Garnett had een goede eerste date met een onbekende man; het liep uit op goede eerste seks. De volgende date zegde hij echter af, schreef ze afgelopen zomer in een veelbesproken essay in The New York Times Magazine. De reden: hij had die dag een „intense episode” van angstigheid. „Ach, arm schaap!” meesmuilen haar vriendinnen die avond in een veganistisch restaurant. Hij is bang! Om de beurt dissen ze verhalen op van recente pogingen tot dates met mannen, die vol enthousiasme en passie begonnen, maar eindigden in ontgoocheling. Steeds probeert de begeerde man onder een mogelijk vervolg uit te komen, vaak met een beroep op vermeende mentale problemen, soms gewoon door zich in stilzwijgen te hullen.

Saba Sams: Gunk. Bloomsbury, 240 blz. € 12,45

Sophie Kemp: Paradise Logic. Simon & Schuster, 256 blz. € 21,50

Tony Tulathimutte: Afwijzing (Rejection). Vert. Arjaan van Nimwegen en Thijs van Nimwegen. Nijgh & Van Ditmar, 278 blz. € 23,99

In haar essay onderzoekt Garnett de frustraties van de hedendaagse heteroseksuele vrouw die op zoek is naar een relatie. Ze lijdt aan ‘heterofatalisme’, schrijft ze, een variant op een term die is gemunt door schrijver Asa Seresin: heteropessimisme.

Heterofatalisme is een brede term om de impasse aan te duiden waarin de heteroseksueel van nu verkeert. Het ontmoedigde gevoel blijkt een haast universele conditie te zijn, als je de vele online-reacties op het stuk van Garnett mag geloven. Seks is met een keur aan datingapps gemakkelijk te krijgen, relaties niet.

Het aantal singles stijgt dan ook hard, zowel in Azië als in  Westerse landen. Het Britse weekblad The Economist becijferde onlangs dat er mondiaal sprake is van een ware ‘relatie-recessie’. Het aantal alleenstaanden is wereldwijd in de afgelopen 15 jaar met tenminste 100 miljoen personen méér toegenomen dan op grond van patronen in het verleden te verwachten zou zijn geweest.

Het begrip heterofatalisme beschrijft het gevoel gevangen te zitten in heteroseksualiteit, als een systeem dat vooraf al helemaal ingevuld lijkt  en dat weinig creativiteit toelaat. De heterofatalist verlangt naar een relatie waarin wederzijdse zorg, respect en stabiliteit mogelijk zijn; tamelijk normale wensen zou je denken, en toch worden die niet vervuld. Mannen voelen zich vaak onzeker en verward over wat er van hen verwacht wordt, vrouwen zijn bitter en boos. „Waren we maar lesbisch”, zeggen vrouwen soms tegen hun vriendinnen – de heterofatalistische uitspraak pur sang, volgens Sarasin. Alsof heteroseksualiteit een instituut is waaruit je je kunt uitschrijven.

Geen betere plek om zo’n morele crisis van alle kanten te bekijken dan in fictie. De literatuur is een vrije ruimte waarin verschillende perspectieven op elkaar kunnen botsen – vaak in uitvergrote proporties, zoals we zullen zien – zonder dat er een directe oplossing hoeft te worden aangedragen. Hoe zijn we geworden wie we zijn? En wat zien we over het hoofd? Dat zijn rijke literaire vragen. Simpelweg ‘het patriarchaat’ of ‘seksisme’ als boosdoener aanwijzen is voor een schrijver van literatuur niet interessant en niet bevredigend.

De laatste jaren verschijnen er steeds meer boeken die de heterofatalistische impasse onderzoeken vanuit zowel mannelijk als vrouwelijk, hetero en queer perspectief. Romans waarin hedendaagse personages net als in het echte leven worstelen met frustratie en eenzaamheid. Kenmerkend voor het  heterofatalistische perspectief in romans is de tegenstelling tussen seksuele verlangens en de roep om sociale rechtvaardigheid.

Enerzijds zijn de verlangens waar de personages in deze romans door gegrepen zijn van alle tijden: ze verlangen naar liefde, seks, erkenning. Specifiek van nu is hoe deze romanfiguren de conflicten en teleurstellingen voor zichzelf uitleggen, en hoe ze die te lijf gaan. Het zijn precies verklaringen als ‘het patriarchaat’ of ‘seksisme’ die deze schrijvers ontleden en bevragen.

Wie zich een paar weken onderdompelt in zulke romans, zoals schrijver dezes, krijgt de indruk dat de millennial en zoomer wegkwijnen van eenzaamheid, zelfverachting en mannenhaat. Vrouwen én mannen zijn wanhopig, al gaan ze de wanhoop op verschillende manieren te lijf.  Dat is beklemmend, omdat deze romans heterofatalisme effectief opblazen tot uitvergrote proporties; een goede manier om morele kwesties te onderzoeken. Maar voor wie zelf weleens heterofatalistische gedachten heeft (zoals schrijver dezes, heel soms), is dat ook confronterend.

Individualisme

„Terugkijkend kan ik zeggen dat ons huwelijk geen echte verbintenis was, maar een huwelijk van individualisme. Ik accepteerde geen toewijding van hem, geen aandacht, geen echte zorg”, analyseert twintiger Jules haar mislukte, korte huwelijk met Leon, in Saba Sams’ debuutroman Gunk. Leon en Jules ontmoeten elkaar in studentenkroeg Gunk in het Britse Brighton, waarvan Leon de baas is. Ze trouwen in een opwelling. Leon is een lapzwans, gaat vreemd. Hij gebruikt zoveel drugs dat de kroeg nauwelijks winst maakt. Na vijf jaar gaat Jules verbitterd en verslagen bij Leon weg, maar ze blijven wel samen de bar runnen.

Typisch heterofatalistisch is de taal waarin Jules in de roman haar mislukkingen vat: „Misschien ben ik als vrouw getraind om heel weinig van mannen te verwachten, om meer van mezelf te geven in een relatie dan mijn partner, om het huwelijk als een test voor mijn uithoudingsvermogen te zien, in plaats van als een wederzijds waardevolle manier om mijn leven te leiden.”

Jules analyseert het echec van haar huwelijk niet als haar unieke lotgeval, maar als een universeel probleem dat duidt op de dieper liggende ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de samenleving. Ze erkent de ongelijkheid, maar haar verlangens zijn nu eenmaal ‘getraind’ om als vrouw een man te willen dienen. Impasse.

Jules’ feministische zelfanalyses komen de hedendaagse lezer/vrouw vertrouwd voor, maar binnen de kaft van een roman zijn ze weinig elegant. „Een huwelijk van individualisme” klinkt uitleggerig, vreemd formeel ook. Toch bezwijkt de roman niet onder dit soort kant-en-klare interpretaties. Sams (1996) daagt het zelfbeeld van Jules uit, wanneer de achttienjarige verloren ziel Nim ten tonele verschijnt.

Na een onenightstand raakt Nim zwanger van Leon. Ze vindt zich te jong voor het moederschap en stelt Jules, die een vurige kinderwens heeft, voor om haar baby te adopteren. Jules accepteert het aanbod, en tussen de twee vrouwen ontstaat een bijzonder teder partnerschap. Maar Nim heeft ook flinke kritiek op Jules’ zelfgenoegzaamheid, op al haar heterofatalistische zelfbeklag. Jules voelt zich pas echt veilig, denkt Nim, wanneer een man haar slecht behandelt; dan is haar ongeluk in elk geval nooit Jules’ eigen verantwoordelijkheid. Jules  weigert volgens Nim ook om Leon als een mens te zien, ze verkiest de versimpeling. Hoewel Sams het aan de lezer laat om een eigen oordeel te vellen, lijkt de auteur ook de lezer zo een spiegel voor te willen houden: is het niet te comfortabel om ‘mannen’ of ‘heteroseksualiteit’ de schuld te geven van alle pijn? Zijn we zelf wel bereid om kwetsbaar te zijn?

Queeste

Debutant Sophie Kemp (ook uit 1996) kiest een heel ander perspectief  in haar debuutroman Paradise Logic. In een bizarre parodie op John Miltons Paradise Lost omarmt ze juist volledig de patriarchale status quo. Ze blaast die status quo op tot groteske, absurde proporties en houdt dat consequent vol tot het einde – committing to the bit, noemen ze dit in stand-up comedy. Paradise Logic is dan ook vreselijk grappig en pijnlijk tegelijk.

Kemps heldin Reality heeft een missie: ze wil het beste vriendinnetje aller tijden zijn. Dat is haar queeste, haar Bijbelse taak. Reality, die ook Valerie heet of soms alleen Girlfriend, is geen gelaagd personage. Ze is een idioot, een schelm, een Don Quichot als jonge, begeerlijke vrouw. Ze haalt haar informatie over hoe te leven uit Girlfriend Weekly, een tijdschrift dat haar jarenvijftigideeën aanpraat over wat er van een perfecte girlfriend verwacht wordt. Ze kan nog geen kubus tekenen, kan links amper van rechts onderscheiden, al spreekt ze Frans en blijkt ze wel goed op de hoogte te zijn van de canon van de Europese kunst en literatuur.

Reality spreekt in complexe volzinnen, in het Bijbels idioom van de King James-vertaling. Ze laat zich verleiden door een griezelige dokter en zijn wondermiddel, het medicijn ZZZZvx ULTRA (XR).  Dat brengt haar in een permanente dissociatieve toestand. En ze laat zich altijd betasten en penetreren. Ook al wil ze niet, ze zegt altijd ja. Dat is toch wat het betekent om de beste vriendin aller tijden te zijn?

Met inktzwarte en soms flauwe humor voert Kemp een vrouw ten tonele die een product lijkt van het klassieke Westerse patriarchaat: een door conservatieven en datinggoeroes gedroomd ideaalbeeld van de vrouw als gewillig, meegaand object: hoogopgeleid doch inhoudsloos. Een vrouw die zelf geen subjectiviteit krijgt. Wat anders zou de hoogste ambitie kunnen zijn van zo’n vrouw, dan de perfecte vriendin te zijn voor een man? Kemp accepteert die patriarchale voorwaarden binnen haar roman, dwingt ze tot het uiterste, tot ze imploderen.

Kemp kiest niet de weg van Sams, die de grieven van jonge vrouwen van nu in Gunk serieus neemt maar ook van kritiek voorziet. Reality heeft geen afstand tot haar verlangen tot onderwerping; het is haar levensdoel. Ze heeft ‘seksisme geïnternaliseerd’, zeggen we dan.

Toch is  de vraag of Paradise Logic de schuld wel bij de eerste sekse legt. De mannen in het boek hebben voortdurend kritiek op Reality: van hen hoeft het niet zo, die onderdanigheid, al profiteren ze er natuurlijk wel van. Het zijn vooral Reality en haar leger perfecte vriendinnen die het stereotype beeld van de vrouw als object in stand houden, koste wat kost. Ze lijden eronder, maar weten zich er toch mee te verzoenen.

„Het bestaan is betekenisloos en willekeurig, maar dat betekent niet dat het niet mooi mag zijn”, zegt Reality aan het slot. Een pessimistisch einde: Reality is ontelbaar keer verkracht en geobjectiveerd en iedereen vindt haar een idioot, en toch ziet ze de schoonheid van het bestaan. Misschien heeft Kemp zelf ook seksisme geïnternaliseerd?

Ideaalbeelden

In de verhalenbundel Afwijzing (Rejection, vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen) speelt Tony Tulathimutte (1983) ook met de absurditeit van ideaalbeelden, maar zijn parodie betreft het progressieve wereldbeeld. In ‘De feminist’, het openingsverhaal, is een heteroseksuele (cis-)man aan het woord die zich voorbeeldig heeft aangepast aan de klachten en verlangens van vrouwen. Hij heeft zich hélemaal doorgelicht op gendernormen, onbewuste patriarchale ideeën en ongelijkwaardige schoonheidsidealen.

Zijn beste vrienden zijn allemaal vrouwen. Met bezorgdheid en aandacht luistert hij naar hun verhalen over wat voor tuig mannen wel niet zijn. Hij is de perfecte man, denkt hij zelf – en toch is hij nog maagd. Vrouwen willen alleen maar vrienden met hem zijn, en wijzen zijn seksuele avances af. Ondertussen blijven ze maar vallen voor foute mannen, grenzeloze mannen, ongevoelige mannen, en dan mag hij weer naar de verhalen luisteren. Zoals veel mannen geeft de Feminist uiteindelijk toch alsnog vrouwen van alles de schuld. De Feminist is verslaafd aan zijn slachtofferschap. En slachtoffer zijn is veilig, want je hebt altijd gelijk, je kunt altijd naar de ander wijzen.

Hebben Gunk, Paradise Logic en Afwijzing iets gemeen? Misschien valt uit deze verschillende literaire verbeeldingen het inzicht te halen dat intimiteit en verlangen momenteel wel erg snel als iets symptomatisch, traumatisch of problematisch wordt beschouwd. Als een probleem dat gefikst kan en moet worden, als een systeemfout of de schuld van het patriarchaat.

Gaat hier niet iets verloren? Is verlangen niet inherent wanordelijk en ongrijpbaar, iets wat zich afspeelt in het donker, voorbij het zoeklicht van ons bewustzijn? Als we al iets kunnen leren van goede literatuur, dan over de oneindige complexiteit van menselijke relaties, over verlangen dat zich nooit laat kennen. Verlangen zet ons in beweging, jaagt ons op, en steeds als we denken het te kennen, is het weer van vorm veranderd. Schrijvers verheugen zich daarin.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next