Home

De liedjes van Vladimir Vysotski laten het absurde Russische leven klinken

In een tot cultureel centrum verbouwde kolenmijn in het Belgische Genk werd ik samen met de Vlaamse VRT-journalist Jan Balliauw en de Belarussische schrijver Aleksandr Skorobogatov geïnterviewd over het oorlogszuchtige Rusland. Uit de bomvolle zaal kon je opmaken dat iedereen zich daar duidelijk zorgen over maakte, nu Poetin steeds vaker Oekraïense burgerdoelen bombardeert en van geen ophouden lijkt te weten zolang hij zijn zin niet krijgt.

Skorobogatov vertelde over zijn nieuwe boek Achter de donkere wouden, dat gaat over zijn zoon die in Moskou is vermoord door een stel schooiers in opdracht van een priester. Behalve een relaas over rouw en schuld, is het een aanklacht jegens een onmenselijk systeem dat zulke moorden ongestraft laat.

In zijn 400 pagina’s dikke De droom van Poetin legt Balliauw dat systeem onder de loep. Nauwgezet en chronologisch vertelt hij over de geleidelijke opkomst van Poetin en diens toenemende agressieve optreden naarmate Oekraïne een min of meer functionerende democratie werd en daarmee zijn eigen machtspositie bedreigde. Ook laat Balliauw zien hoe het Westen dat allemaal heeft laten gebeuren, ervan uitgaand dat het wel mee zou vallen. Je zou bijna vergeten dat Rusland ook zijn leuke kanten heeft, al zijn die inmiddels ondergesneeuwd door Poetins repressie.

Alleen daarom al geniet ik van Vladimir Vysotski’s Instructies voorafgaand aan een buitenlandse reis. Een halfhonderd en een chansons. Het is een door Robbert-Jan Henkes gemaakte en zowel speels als knap vertaalde keuze uit de zeshonderd liedjes die de Russische Jacques Brel heeft nagelaten.

De bard en filmster Vladimir Vysotski (1938-1980) was in de Sovjet-Unie mateloos populair. Mede door zijn liedjes, die onder het communisme nooit op de plaat mochten worden gezet maar illegaal op cassettebandjes werden opgenomen en verspreid, heb ik Russisch geleerd. Hij zong over het leven van gewone mensen, maar ook over alpinisten, kosmonauten en vrijgelaten Goelag-gevangenen die al die jaren Stalin hadden vereerd om nu te ontdekken dat hij hun beul was.

Vaak gaan Vysotski’s liedjes over datgene waar je in de Sovjet-Unie maar beter je mond over kon houden, als je niet in de problemen wilde raken. Over een strafbataljon in de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld, dat diende als kanonnenvoer: „Wodka voor de aanval? Da’s een goeie!/ Hebben wij ons soms in burgertijd niet bezat?/ Ons hoor je geen hoera of zoiets loeien./ Wij spelen zwijgend met de dood – en dat is dat.” Of het liedje ‘Ik heb de pest’: „Ik heb de pest aan vadsig en tevreden/ dan liever zonder remmen naar de meet./ Ik vind het niks dat ‘eer’ is afgegleden/ en dat achterbakse laster eervol heet.” En dan is het ook nog een heerlijk lied over het opeten van ontdekkingsreiziger kapitein Cook („ze aten Cook uit achting en respect”).

Maar het hoogtepunt in deze geweldige bundel is het lied uit de titel van het boek, waarin de paranoia doorklinkt die iedere Sovjetburger op de mouw werd gespeld als hij naar het buitenland reisde: „Geen kip, zeg ik, geen hond verstaat me daar,/ ik spreek immers geen woord over de grens!/ geef me een moker en één-twee-klaar, / heb ik ze omgevormd tot een nieuw mens.” Het is bijna alsof je Poetin hoort spreken.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next