Barbi Marković Zijn het horrorscenario’s? Nachtmerries? In elk geval ontsporen de realistische verhalen in Minihorror over de hedendaagse geliefden Miki en Mini telkens in cartooneske absurditeit. Met verve: toch ga je om deze personages geven.
Barbi Marković: Minihorror. (Minihorror) Vert. Lotte Lentes. Koppernik, 183 blz. € 22,50
Miki en Mini lijken normale geliefden: ze gaan naar de IKEA voor een nieuw aanrechtblad, ze kijken tv, ze geven feestjes. Ze wonen in het keurige Wenen, waar Mini als Servische weliswaar veel te vaak de vraag krijgt „waar ze vandaan komt”, maar waar ze ook meeliften op dat mooie laat-kapitalisme dat hen „op de been houdt”. Mini is zzp’er, ze schrijft boeken, Miki heeft een kantoorbaan.
Maar er gebeuren ook rare dingen. Mini’s nicht Jennifer achtervolgt hen en eenmaal thuis blijkt zij „een klomp druipend vlees” te zijn met gaten op de plekken van haar ogen en neus. Op bezoek in Oost-Tirol blijkt Mini’s schoonfamilie van koekdeeg. Een avondje Oud en Nieuw bij de buren brengt Mini plots terug in haar eigen ouderlijk huis. „Wat sta je dom te kijken”, zegt haar moeder, „ga zitten”. Als Miki wil gaan winkelen ziet hij ineens overal kopieën van zichzelf lopen, „elk in een ander stadium van hun Mikificatie”. Hij probeert ze in het gareel te krijgen, maar heeft totaal geen gezag.
Horrorscenario’s? Nachtmerries? Hilarische gedachtenexperimenten? In Minihorror, haar vijfde boek en het eerste in het Nederlands vertaalde, doet de in Servië geboren Barbi Marković (1980) eigenlijk alles. Korte verhalen, samenhangend maar ook met telkens nieuwe gebeurtenissen, nemen de lezer mee in het leven van Miki en Mini. Alledaagse zaken als personeelsuitjes en keukens van grootmoeders ontsporen in trippy sektes en huizen vol ongedierte. Onbenullige opstootjes worden gigantische drama’s, kleine horror wordt niet op te lossen kwaad.
Soms uiterst grappig, zoals bij de vriend die net te vaak benadrukt hoe goed het met hem gaat en dan, verspreid over de cafévloer en de bar, in stukken uit elkaar valt. Miki: „Hij was in het begin echt in een goede bui.” En soms oprecht spooky, zoals Miki’s ontmoeting met een schoolvriend van wie naderhand blijkt dat hij al lang geleden is overleden. Ook de wereldproblematiek schuwt Marković niet; klimaat, digitalisering en wooncrisis komen zo Miki en Mini’s woonkamer binnen. In een ijzersterk verhaal ontdekt Mini plots dat ze in alle sociale media-accounts ter wereld kan inloggen. Dag en nacht probeert ze extreemrechtse posts te bewerken, trollen monddood te maken, maar dan komt ze erachter dat ze een prijs betaalt voor deze gave: ze kan haar ogen nergens anders meer op richten dan op haar scherm. „Alles om haar heen geeft licht, ze wint elk spel en geen betaalmuur of wachtwoord houdt haar nog tegen. Ze vloeit samen met de data.” Natuurlijk loopt dit niet goed af. Miki schreeuwt, want Mini’s ogen lopen leeg. „Het laatste vocht druipt uit Mini’s ogen. Ze is helemaal geruïneerd.”
Telkens vermoed je als lezer verborgen betekenissen. Die kat waar Miki niet van afkomt en die thuis ravages aanricht, staat die niet symbool voor een toxische relatie? Het kietelmonster dat aan Mini’s geestesoog verschijnt op de momenten dat iemand in nood geen hulp krijgt, wat zegt dat over de manier waarop Mini is opgegroeid? In het groteske schuilt het waarachtige. Mini’s oma’s („schaduwmatriarchen die niet bepaald zachtzinnig waren omdat ze in de Tweede Wereldoorlog veel bloed hadden gezien”) hielpen haar niet. Haar moeder hielp haar niet. Uiteindelijk herkent niemand Mini meer. De slotsom van elk verhaal is vaak even zakelijk als ellendig. In een volgende episode zit Mini bij de kapper omdat ze blond wil worden, maar het mislukt compleet. „Mini’s hoofdhuid brandt. De sfeer is miserabel.”
Markovićs stijl is onderkoeld en droogkomisch, surrealisme van het verontrustende soort. Ondertussen passeren wezenlijke kwesties de revue. Geluk wordt telkens op de proef gesteld, gewantrouwd. „Ik weet niet of jullie het begrijpen”, schrijft Marković, „maar Miki heeft een perfecte dag te pakken.” Meteen doemt het probleem al op: „Miki wil koste wat kost het moment niet missen waarop het tij keert, waarop het leven weer kantelt en alles bergafwaarts begint te gaan.”
Af en toe moet ik aan de hitserie Severance denken, waarin de personages zowel hun eigen leven leiden alsook in een parallelle werkelijkheid aanwezig zijn. Niet omdat de verhalen in Minihorror zo uitgesproken buiten de realiteit staan, juist niet, maar omdat het lijkt alsof er niet één Mini, één Miki bestaat, alsof ze meerdere personen zijn, voor meerdere personen staan. Aan het einde van het boek zoomt Marković ook uit: „Miki en Mini zijn allang dood, maar er ontstaan mensen die op hen lijken, we noemen ze Miki en Mini.”
Zijn Miki en Mini prototypes? Ik heb toch echt het idee dat ik ze leer kennen, dat ik van ze begin te houden. Dat doet Marković slim. Ze laat haar personages tegen de klippen op leven, en hoewel ze ze als poppen bestuurt, schemert regelmatig hun menselijkheid door. Als Miki en Mini op een feestje zijn beschrijft Marković en passant de ongemakkelijke omgang op zulke plekken: „Iemand vertelt voor de derde keer dezelfde grap… ‘SORRY, ik snap ‘m nu pas, IK LIJK WEL EEN ADHD’ER!’ zegt Miki, daarmee beledigt hij een paar mensen die binnen gehoorafstand staan, later zal hij zich die opmerking herinneren en zich rot voelen.”
De droomachtige absurditeiten staan op zich, op geen enkel moment heb ik behoefte aan duiding, aan een overkoepelend plot. De familieleden die je langzaam maar zeker leert kennen, de relatie van Miki en Mini met zijn ups en downs, en ieder hoofdstuk weer die ontwrichting en ontsporing – die zorgen voor voldoende eenheid. En in de vloeiende vertaling van Lotte Lentes sjees je door de pagina’s. Marković zoekt gekte, maar is ook doodernstig. Je leest over trauma, oorlog, disfunctionele familie, racisme, zelfverlies. Je leest over goeroes, monsters, kakkerlakken, onbetrouwbare paternosterliften. Werkt geweldig samen. Aan het einde word je nog getrakteerd op een opsomming van 105 aanzetjes voor horrorscenario’s. Hoogtepunten: „Tien jaar lang schrijft Mini in het Duits, tot ze plotseling beseft: ik kan helemaal geen Duits.” „Miki heeft niet genoten van de zomer.” „Miki verdraait zijn knie. Dat luidt een tijdperk in van pijn, lijden en vertraagd leven. Tot nader order.” „Het is vreselijk: Mini probeert cool te zijn.”
In Duitsland won Marković met Minihorror vorig jaar de prestigieuze Preis der Leipziger Buchmesse. De jury roemde de manier waarop ze de banaliteit van het dagelijks leven weet te situeren: „Ironie verscherpt zich hier tot satire, humor tot sarcasme en het perspectief maakt kleine wezens groot. De vergeten oorlog van de jaren 90 in het midden van Europa en de gevolgen daarvan vormen de duistere achtergrond.”
Staat de horror van Marković op zichzelf? Haar werk past in een traditie van hedendaagse auteurs als Mariana Enriquez, Samanta Schweblin en Etgar Keret die het groteske, de griezel en haast cartoonachtig onheil niet schuwen. Markovićs werk lijkt luchtiger, humoristischer, maar ook bij haar is een dreigende droefgeestigheid nooit ver weg.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC