Hypernerveuze samenleving Werknemers zitten lang achter een scherm, ook in hun eigen tijd. Zo lang dat ze er vaak verslaafd aan raken. Of overprikkeld: het ziekteverzuim wegens psychische klachten stijgt snel. „Ik ben altijd online.”
‘Jemig, ik greep net naar mijn telefoon”, zegt Ansgar (26). Het is zo’n automatisme om het schermpje te checken als er even een moment rust is, dat hij was vergeten dat zijn smartphone ergens anders ligt. Hij dacht dat hij hem kwijt was. Oh nee, bedacht hij toen, zijn telefoon ligt in een kluis bij de ingang.
Ansgar zit deze dinsdagavond in de Posthoornkerk in Amsterdam. Het is stil maar de kerk zit vol. Aan lange tafels zitten bijna tweehonderd jonge mensen te schrijven. Met de hand. Op papier. Ze schrijven een brief aan zichzelf, want dat is de opdracht. Hun telefoons liggen achter slot en grendel in een kluis. Ach wat leuk, zegt Ansgars buurvrouw als er na driekwartier weer gepraat mag worden. „Je hebt een brief aan jezelf over tien jaar geschreven. Wat mooi.”
„En hoe voelt het om even te reflecteren, zo zonder een scherm?”, vraagt de avondleider op het podium, in het Engels. De aanwezigen knikken tevreden. Hij somt de redenen voor deze offline-avond op: „We brengen te veel tijd door op onze telefoons. We remmen niet af, we zijn gehaast. We lezen niet, reflecteren niet.” Straks gaan ze knutselen.
Ansgar is softwaredeveloper, zijn vriendin Deborah, naast hem, studeert nog. Ze wonen in Utrecht en hebben zijn moeder, Corinna, de ‘Offline-avond’ gegeven voor haar 61e verjaardag. Ze vormen, als familie, een uitzondering vanavond. De meeste deelnemers zijn vrouwen tussen de 25 en 40 jaar.
Digitale detox, een paar uur je telefoon wegleggen en je bezighouden met iets anders, is een groeiende markt. Drie keer per maand organiseert de Offline Club bijeenkomsten waar mensen komen die een paar uur lang verplicht willen worden niet op een scherm te kijken. Telefoonverslaving is niet iets Nederlands, blijkt in de Posthoornkerk. De helft van de aanwezigen is expat.
Digitale verslaving is overal te zien. Op straat, op het perron, in de trein. Naast het sportveld, bij het schoolplein, in de speeltuin. Overal zijn reizigers, ouders en jongeren die onafgebroken naar hun telefoon kijken.
Tegelijk hebben velen het gevoel ‘altijd aan te staan’ en ze hebben daar last van. Dat digitale detox überhaupt nodig is, is een teken aan de wand, zegt coach Esther Stevens die werkgevers en werknemers adviseert over beperking van stress en werkdruk. „Ik zie één emotie, bij alle mensen die lijden onder het gevoel altijd ‘aan’ te moeten staan: angst. Angst om iets te missen. Angst om niet te voldoen aan wat ánderen verwachten.” Bovendien, zegt zij, is het in de westerse samenleving gebruikelijk om voor elk verondersteld probleem meteen een oplossing te zoeken. „Dus komt er een training, een app, een diagnose.”
Stevens spreekt mensen die „passief eindeloos zitten te scrollen op hun telefoon. Ze worden er murw van. En dan hebben ze achteraf spijt dat ze zo veel tijd eraan hebben verspild.” Eigenlijk, vindt Stevens, moet „iedereen zich een paar vragen stellen. Wat gebeurt hier? Hoe ga ik ermee om? En welke oplossing ligt binnen handbereik?”
Haar grootste zorg is dat er te weinig écht wordt gecommuniceerd, wat ze ziet in veel organisaties. „Wel veel elektronisch verkeer maar weinig echte gesprekken. Praat met elkaar, kijk elkaar in de ogen. Maak echt contact met de ander. Dat zijn we door alle apps, emails en sociale media verleerd. „
Afgelopen zomer lanceerde een student van de TU Delft de ‘tap-out’ – een klein apparaat waarmee je al het online-verkeer in de smartphone kunt uit (en aan) zetten. De Brits-Nederlandse Mike Cooper (62), communicatie-adviseur en schrijver van onder meer jaarverslagen, gebruikt het al. Hij heeft hem thuis aan de spiegel hangen. „Ik moet er fysiek heenlopen, om mijn apps te blokkeren. Dat is al fijn, dat het niet via een app gaat.”
Hij vond dat hij te veel op zijn telefoon zat – „dat was wel zeven uur per dag!” – en begon daar van te balen. „Dan keek ik weer naar mijn schaakspel, de financiële markten, mijn NYT-puzzels, het nieuws, sociale media. Het ging maar door.” Met de tap-out zorgt Cooper dat alle apps, behalve WhatsApp en zijn bank-app, tijdelijk worden geblokkeerd.
Hij kan zelf toch ook zonder telefoon naar buiten? Cooper: „Nee. Ik betaal met de telefoon, dat ben ik gewend. En ik moet bereikbaar zijn voor mijn gezin.” Het valt hem op dat zijn generatie net zo verslaafd is aan de telefoon als jongere generaties. Of misschien wel meer. „Ons jongste kind, van achttien, is kritischer over ons schermgebruik dan andersom.”
Toch lijken ook veel twintigers en dertigers er dagelijkse mee te worstelen. Daarom slaan de digitale detoxavonden zo aan. In de Posthoornkerk vertellen jonge professionals dat ze nooit „gewoon stil zitten, alleen of samen met iemand, met het ongemak van stilte”. Voordat ze gaan slapen, scrollen ze nog even door sociale media en als ze wakker worden, grijpen ze meteen hun telefoon en scrollen ze door de nieuwste berichten en posts. „Het is ook zo ontworpen dat je blíjft kijken. Maar ik wil dat niet”, zegt Anastassia Vivenco (35) uit Chili, die sinds zeven jaar in Nederland woont en nu haar proefschrift afrondt. Behalve dit offline knutselen houdt ze met collega’s op de universiteit weleens offline ‘crafternoons’, al is het „moeilijk om af te spreken met alle volle agenda’s”.
Sofia zit naast haar te knutselen, zij studeerde sociologie en doet marktonderzoek bij digitaal marketingbedrijf JDP. Ze test producten voor onder andere Douwe Egberts en Pickwick. Voor haar werk is ze voortdurend online, vertelt ze. Om uit te rusten leest ze het liefst een boek. Via een offline-boekenuitwisselingsdag stuitte ze op deze offline-avond. „Ik vind het heerlijk om zo te knutselen. Inmiddels is offline-zijn een luxe.”
Tegenover hen zit Jennifer, begin dertig, die jurist is bij een voedingsconcern. Zij is vrijwilliger bij de Offline Club omdat ze „altijd online is”. Ze probeert haar online-aanwezigheid te beperken. Door bijvoorbeeld níet te chatten via WhatsApp maar alleen nog functionele afspraken te maken via de app.
Knutselen en schrijven kan toch ook thuis? Jawel, zegt Jennifer, ze maakt er met vriendinnen in de herfst altijd een moodboard, die ze ophangt, en nu heeft ze een droomboek gevuld met dromen waar ze elke dag in kijkt.
Waarom geld betalen om met tweehonderd man naar een kerk te gaan? Nou, zegt Josien (48), die projectmanager is bij Booking.com, „thuis ben je toch geneigd naar de iPad te grijpen of naar een Netflix-serie”. Hier kan dat niet.
Is de moderne mens zo overprikkeld dat dit tot psychische klachten leidt? Ja, schreef de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving eind september. In 2005 zei 20 procent van de jonge vrouwen dat ze (nogal) veel druk ervaren, in 2021 was dat 52 procent, aldus het adviesorgaan. Bij jonge mannen was er ook een toename, van 18 tot 38 procent. Ziekteverzuim door burn-out steeg tussen 2014 en 2024 van 5,7 procent tot 8,6 procent, volgens cijfers van het gezondheidsinstituut RIVM. Vrouwen hebben er iets vaker last van dan mannen.
Onlangs bleek dat het aantal nieuw toegewezen WIA-uitkeringen (waarop je een beroep kunt doen na twee jaar ziekte) op die gronden het afgelopen jaar ook is gegroeid, met ruim 18 procent. In 2023 stroomden negentienduizend mensen onder de 60 jaar de WIA in met als hoofddiagnose een ‘psychische aandoening’, en vorig jaar 22.500 mensen. Het gaat vooral om vrouwen onder de 40 jaar, volgens uitkeringsinstantie UWV. „De stijging kunnen we niet precies verklaren, maar hangt vermoedelijk samen met de aanhoudende spanning op de arbeidsmarkt en met maatschappelijke trends zoals het steeds intensiever gebruik van sociale media en de toename van thuiswerken, waardoor werk en privé steeds meer in elkaar overlopen”, schrijft het UWV in een analyse van de cijfers.
Sinds de coronapandemie werken veel mensen een paar dagen per week thuis. Althans, mensen met een kantoorbaan. Werkgevers proberen thuiswerken weer een beetje terug te draaien, waarbij de Amerikaanse machinebouwer Caterpillar dit jaar het verst ging: zijn werknemers in Den Bosch moesten voortaan elke dag op kantoor komen. Dat vond de ondernemingsraad zo’n rigoureuze maatregel dat hij naar de rechter stapte die er in september een streep doorhaalde.
Er zijn meer werkgevers die ingrijpen, blijkt uit een recente enquête van werkgeversvereniging AWVN, waar vooral grote concerns bij zijn aangesloten. Van die werkgevers heeft 39 procent het thuiswerkbeleid de afgelopen paar jaar minder vrijblijvend gemaakt of is van plan dat te doen; 78 procent van de organisaties verplicht medewerkers om een aantal dagen per week naar kantoor te komen. Al is het maar omdat de sociale cohesie op kantoor eronder lijdt als er te weinig mensen zijn, zegt een woordvoerder van AWVN. „Elkaar zien en spreken is noodzakelijk, ook om nieuwe medewerkers in te werken.”
Toch vergroot thuiswerken de concentratie van werknemers, constateert bestuurskundige Samantha Metselaar die onlangs op dit onderwerp promoveerde. „Juist bij taken die concentratie vergen, pakt thuiswerken gunstig uit. Je kunt ontsnappen aan de onderbrekingen van het kantoor en daardoor makkelijker je werkdoelen behalen”, zegt de promovenda in de samenvatting van haar proefschrift.
Maar thuiswerken kan de werkdruk ook verhogen, schrijft Metselaar. „Je mist de natuurlijke onderbreking van de reistijd naar huis en blijft sneller achter je laptop zitten.”
Dat laatste ziet ook bedrijfsarts Iris Homeijer, medisch directeur van HumanCapitalCare, dat de arbodienst levert voor zo’n een miljoen werknemers. Maar volgens Homeijer is er meer dat invloed heeft op de gezondheid van de werknemer dan thuis of op kantoor werken en het vele schermgebruik. „Werknemers moeten veel ballen in de lucht houden. Ze hebben vaak het gevoel ‘altijd aan te staan’ en bereikbaar te moeten zijn.”
Ook is er minder baanzekerheid dan vroeger, zegt ze. Maar er is toch een enorme krapte op de arbeidsmarkt? „Ja, maar mensen veranderen vaak van baan, op eigen initiatief. Dus ze moeten zich steeds opnieuw bewijzen. Wij zeggen: je carrière is een marathon, geen sprint.” Verder ervaren jongeren veel financiële druk, ziet Homeijer: alleen huisvesting is al heel duur.
Uit cijfers van ArboNed en HumanCapitalCare (samen HumanTotalCare) blijkt dat het ziekteverzuim door stressgerelateerde klachten in de afgelopen vijf jaar met 36 procent is gestegen tot 34 procent van het geheel.’ Jongeren hebben er meer last van dan ouderen, constateert ze: het ziekteverzuim wordt bij 40-minners voor 43 procent veroorzaakt door psychische klachten en bij 40-plussers voor 29 procent. „Hoe ouder de werknemer, des te minder hij of zij ziek wordt van stress.”
Homeijer ziet ook manieren om stress en werkdruk te verminderen. „Zorg voor hersteltijd van het scherm, gedurende de hele dag. Laat iedereen even wandelen, even naar beneden. En verwacht niet dat men dat ’thuis ’s avonds wel doet’. Thuis wil je misschien ook beeldbellen met vrienden of iets doen op een scherm.”
Voor iedereen geldt: „Laat elkaar duidelijk weten wat je van elkaar verwacht. En blijf praten. Zeg op welke tijden een werknemer bereikbaar moet zijn en op welke tijden niet. De leiding moet het goede voorbeeld geven – en ook niet altijd bereikbaar zijn.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC