Home

Waarschuwing aan een nieuw kabinet: met het juiste beleid win je nog geen harten

Column Zelfs voor een stabiel kabinet dat grote problemen oplost, blijft het keihard werken om de kiezer terug te winnen. Mensen hebben nu eenmaal hun eigen gedachten over goed beleid en feiten.

Als we nou maar snel een stabiel kabinet krijgen dat grote problemen oplost, dan komt het allemaal goed. Dan zijn minder Nederlanders ontevreden, krijgen ze wat meer vertrouwen in de politiek, worden kiezers minder grillig in hun stemgedrag, én stemmen ze misschien in minder groten getale op radicaal-rechtse partijen.

Het is een verwachting die ik heel vaak proef bij politici en in analyses over de afgelopen verkiezingen. Goed beleid als remedie tegen de nog steeds historisch grote steun voor partijen als FVD en PVV.

Nou denk ik ook dat er veel misgaat als we geen stabiel kabinet krijgen dat probeert grote problemen op te lossen. Politieke stilstand en chaos tasten het vertrouwen in de overheid aan, en laten de economie en samenleving vastlopen in rechtszaken en strijd om ruimte. Een aanpakkabinet is een noodzaak, een basisvoorwaarde. Maar ook met kneitergoed beleid blijft het winnen van politieke steun hard werken. Want met goed beleid win je nog geen harten.

Die gedachten kwamen bij mij op toen ik onlangs luisterde naar de Tinbergenlezing van de veelgeprezen Harvard-econoom Stefanie Stantcheva (39). Zij doet fascinerend onderzoek naar hoe mensen denken over economische kwesties zoals belastingen, klimaatbeleid, handel en inflatie. En naar hoe die houding wordt gevormd. Door hun eigenbelang? Hun politieke overtuiging? Hun afkomst? Daarvoor gebruikt ze grootschalige online enquêtes en experimenten.

Een van de fascinerende dingen die ze ontdekte: Donald Trumps economische beleid mag in de ogen van veel economen onverstandig zijn, veel burgers vinden zijn beleid uitermate logisch. Neem inflatie.

Hoge rente, hoge inflatie

Trump pleit er al tijden voor de rente te verlagen om de inflatie te verminderen. Economen weten: dit is doorgaans het omgekeerde van wat een centrale bank moet doen. Door een lagere rente wordt geld lenen goedkoper en sparen minder lucratief, dat wakkert de vraag aan naar goederen en diensten, en stuwt prijzen verder omhoog.

Maar veel Amerikaanse burgers redeneren zoals Trump, ontdekte Stantcheva al voor zijn aantreden. „Veel mensen geloven dat een hogere rente tot hogere inflatie leidt.”

Die gedachtegang kan gebaseerd zijn op wat mensen hebben meegemaakt, oppert Stantcheva: hoge inflatie en hoge rentes komen vaak tegelijk voor. Als de inflatie hoog is, verhogen centrale banken immers vaak de rente. Wat ook kan: net als inflatie verhoogt een hoge rente de kosten van levensonderhoud. Leningen worden immers duurder. Mensen zien een hoge rente dus als een onderdeel van inflatie. Daarom vinden ze het volkomen logisch die rente te verlagen om de inflatie te verminderen.

Economen mag het glazuur spontaan van de tanden springen als Trump zegt dat de rente omlaag moet om de inflatie te bestrijden, veel burgers zijn het met hem eens.

Zero-sum-denken

Er is meer dat Stantcheva ontdekte. In rijke landen neemt het zero-sum-denken al decennia toe: meer ruimte voor een ander betekent minder ruimte voor mij. De vooruitgang van de een gaat ten koste van een ander. Jonge generaties in rijke landen zijn vaker zero-sum-denkers dan oudere generaties, die – net als economen – vaker geloven dat de taart voor iedereen groter kan worden en we er dus allemaal op vooruit kunnen gaan.

De zero-sum-mentaliteit is geen vooroordeel, benadrukt Stantcheva, maar is geworteld in de economische omstandigheden waarin mensen opgroeien. Mensen die in de eerste decennia van hun leven economische vooruitgang hebben ervaren zijn vaker positive-sum-denkers. Het omgekeerde geldt voor mensen die tijdens economische stagnatie opgroeiden.

Precies hierom zijn jongere generaties in rijke landen vaker zero-sum-denkers: ze maakten minder vooruitgang mee dan oudere generaties. Jongere generaties in ontwikkelende landen zijn juist weer vaker positive-sum-denkers. Ook interessant: Amerikanen in steden denken vaker zero-sum dan mensen op het platteland. Mogelijk omdat een huis bemachtigen in steden moeilijker is, oppert Stantcheva. Nog interessanter: zero-sum-denken neemt af met opleidingsniveau, maar Amerikaanse academici denken weer sterk zero-sum.

Zero-sum-denken loopt dwars door partijvoorkeuren heen. Het komt grofweg net zo vaak voor bij Democraten als Republikeinen, laat Stantcheva zien. Zero-sum-denkers zijn vaker voorstanders van herverdeling, diversiteitsbeleid en het beperken van migratie – een cocktail van links en rechts beleid.

Trump spreekt dus een heel diverse groep mensen aan met zijn zero-sum-denken. Bijvoorbeeld over handel: twee landen kunnen niet beide beter worden van handel, het ene land verdient ten koste van het andere. Maar het resoneert waarschijnlijk breder.

Bijvoorbeeld omdat mensen enorm overschatten hoeveel migranten er in hun land zijn, concludeerde Stantcheva in 2018 in zes westerse landen. Ze denken bovendien dat immigranten veel vaker afhankelijk zijn van een uitkering dan in werkelijkheid het geval is. Waarom? Het gaat in de media voortdurend over migranten, zegt Stantcheva in een podcast van econoom Steven Levitt. Mensen vertellen dat er veel minder migranten in hun land zijn, verandert gedachten over migratie niet sterk, ontdekte ze. Wat mensen wel positiever laat denken: ze een verhaal vertellen over een hardwerkende migrant.  

Goed verhaal

Mensen hebben dus zo hun eigen gedachten over goed beleid en over de feiten. Hun beeld van de economie is daarbij ook nog politiek gekleurd. Dat geldt bijvoorbeeld sterk bij belastingbeleid, onderzocht Stantcheva onder Amerikanen. Linkse mensen overschatten vaak de ongelijkheid en onderschatten de belastingdruk. Rechtse mensen onderschatten de ongelijkheid en overschatten de belastingdruk.

De les die we hieruit moeten trekken, is niet dat goed beleid geen zin heeft. Beleid dat voor iedereen de koek groter maakt, zoals investeringen in onderwijs, heeft invloed op hoe zero-sum mensen denken, volgens Stantcheva. Ook hoopgevend: uitleggen hoe beleid uitpakt, vergroot de steun voor klimaatbeleid, blijkt uit ander onderzoek van Stantcheva in twintig landen.

De les die we hier wél uit moeten trekken, is dat goed beleid niet voldoende is. Want het is allerminst zeker dat het ook als goed beleid wordt herkend door grote groepen mensen. Een nieuw kabinet moet én grote problemen oplossen én de harten van kiezers veroveren met een verhaal over de economie en de samenleving dat mensen geloven.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next