Turangalîla-symphonie Componist Olivier Messiaen was een van de groten van de twintigste eeuw. Naast opera’s, orgelwerk en minutieuze vogelzangtranscripties schreef hij één symfonie, de Turangalîla. Wat maakt dit kosmische „liefdeslied” zo bijzonder?
Componist Oliver Messiaen.
Waarom zou je nog een symfonie schrijven? In de twintigste eeuw had het genre zijn relevantie verloren. De grote symfonische traditie was geëindigd met de dood van Mahler in 1911. Uitzonderingen daargelaten, zoals Sibelius en Sjostakovitsj, goten componisten hun zoektocht naar nieuwe wegen voortaan liever in nieuwe vormen. Of ze namen nadrukkelijk afstand van de traditie, zoals de modernist Webern met zijn atonale en ultrakorte Symphonie, opus 21 (1928) en avant-gardist Luciano Berio met zijn in ironie gedrenkte postmoderne Sinfonia (1968).
Precies tussen Webern en Berio in componeerde de Fransman Olivier Messiaen (1908-1992) zijn Turangalîla-symphonie (1948). Ironisch noch ultrakort is dit unieke werk, en in alle opzichten buitenissig: qua vorm, bezetting, harmonische taal, ritmische gelaagdheid. De Turangalîla groeide uit tot een ijkpunt in het twintigste-eeuwse orkestrepertoire en in Messiaens oeuvre. In de NTR ZaterdagMatinee is komend weekend een zeldzame uitvoering te horen, door het Radio Filharmonisch Orkest en dirigent Karina Canellakis, met pianist Cédric Tiberghien en Cynthia Millar op ondes-Martenot (daarover zo meer).
Zeven jaar voor de Turangalîla speelde Messiaen in het Duitse krijgsgevangenenkamp Stalag VIII-A zijn eveneens legendarische Quatuor pour la fin du temps, dat hij daar gecomponeerd had voor de toevallige bezetting van enkele medegevangenen. Het contrast tussen beide sleutelwerken kan nauwelijks groter zijn. Aan de oppervlakte althans – want de tijd is óók een belangrijk onderwerp in de Turangalîla, die bovendien vol zit met kamermuzikale onderonsjes en momenten van verstilling.
Messiaen was vrijwel onbekend buiten Frankrijk toen de beroemde dirigent Serge Koussevitzky van het Boston Symphony Orchestra hem een compositieopdracht verstrekte zonder enige beperkingen – vandaag de dag, en toen eigenlijk ook, onvoorstelbaar. Messiaen voelde zich geroepen geen voorzichtige ouverture af te leveren, maar een uitzinnige tiendelige symfonie van dik vijf kwartier.
Waar veel van zijn latere en eerdere werken expliciet de lof van het katholieke geloof zingen, putte Messiaen voor zijn symfonie uit de legende van Tristan en Isolde. Net als Richard Wagner in zijn Tristan-opera schiep Messiaen bedwelmend zinnelijke muziek. Maar in tegenstelling tot Wagner, bij wie een loodzwaar zondebesef op de legende drukt, viert Messiaen het paar met een onbezorgde lofzang op de seksuele en goddelijke liefde.
Hij noemde zijn symfonie dan ook „een liefdeslied”, een „hymne” aan de vreugde en de tijd, die hij opvatte als de cyclus van de seizoenen en het ritme van leven en dood. De titel stelde hij zelf samen uit het Sanskriet; het betekent iets als het goddelijke of kosmische spel (lîla) van de stromende tijd, „als een paard in galop” (turanga).
Van uitgesponnen ontwikkeling, zoals in de symfonieën van Beethoven en Mahler, is geen sprake. Deze symfonie is overwegend opgebouwd uit blokken, met een aantal duidelijk herkenbare en vaak terugkerende thema’s, zoals de koperfanfare vlak aan het begin. In dat opzicht lijkt Messiaen meer op Bruckner, die ook van die blokstructuren optuigde, en die net als Messiaen organist was. Maar bij Messiaen klinkt het orkest zoals het nooit eerder had geklonken, met wrange harmonieën, spetterende kleuren en een enorme slagwerksectie, medegeïnspireerd door klassieke Indiase muziek en Balinese gamelan. Het orgel, zou je kunnen zeggen, was geëvolueerd tot synthesizer.
Luister maar naar de bliepende en loeiende scifi-geluiden die her en der opduiken. Messiaen ontlokte ze aan de ondes-Martenot, een vroeg elektronisch instrument dat uiterlijk op een orgeltje lijkt en vaak klinkt als een zingende zaag. Héél modern in 1948 – en toch is er geen sprake van oubollig futurisme. Daarvoor is Messiaens muzikale verbeeldingskracht simpelweg te groot. Hij zet het instrument vooral in om lyrische melodielijnen door etherische hoogten te laten zwieren.
Maurice Martenot demonstreert zijn ondes-Martenot.
Uit Messiaens notities blijkt dat hij eerst de delen I, IV, VI en X componeerde, die je samen kunt beschouwen als een traditionele vierdelige symfonie: twee energieke hoekdelen, met daartussen een scherzo (IV) en een feeëriek langzaam deel dat très tendre moet worden gespeeld (VI). Daarna volgden drie relatief korte delen geïnspireerd op de complexe cyclische ritmiek van klassieke Indiase muziek, alle ‘Turangalîla’ geheten (III, VII en IX). Vervolgens werkte hij het liefdesthema verder uit in delen II en VIII, om te eindigen met de exuberante sterrendans van deel V.
Messiaens Turangalîla-symphonie door Radio Fil. Orkest o.l.v. Karina Canellakis in de NTR ZaterdagMatinee. 29/11 Concertgebouw A’dam. Ook (terug) te beluisteren via npoklassiek.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC