Home

Met dit programma wil de EU de gigantische gaten in de Europese chipindustrie dichten

Chipsector Met een tweede subsidieprogramma wil de EU een eigen, zelfstandige chipindustrie ontwikkelen. Dat geldt voor geavanceerde AI-projecten, maar ook voor spotgoedkope chips zoals die van Nexperia. Maar hoe? 

In Dresden wordt gebouwd aan een chipfabriek van de European Semiconductor Manufacturing Company.

„We zagen het écht niet aankomen”, erkent Pierre Chastanet, de Brusselse topambtenaar die de Europese chipindustrie moet gaan verbeteren. Hij begint zijn praatje op de Semicon-conferentie München met de naam die al over de beursvloer gonst: Nexperia. Dat bedrijf, in Chinese handen, bedreigt door een diplomatiek conflict na een ingreep van demissionair minister Vincent Karremans (Economische Zaken, VVD) de toeleveranciersketen van de autoindustrie met een chiptekort. „Dit is een van de grootste chipcrises die Europa treft”, zegt Chastanet, „en het beste bewijs dat we lang niet zo’n betrouwbare chipproductie hebben als we zouden willen.”  

Chastanet was afgelopen week in München om zijn plannen voor de tweede Chips Act te bespreken. Volgende week eindigt de consultatieronde voor dit nieuwe subsidieprogramma, dat Europa weerbaarder moet maken, minder afhankelijk van buitenlandse technologie, en vooral ‘crisisbestendig’.  

Europa móét daarbij snelheid maken, vindt Bart Groothuis, Europarlementariër voor de VVD, om niet „gekoloniseerd” te worden door de VS of China. Hij stelt dat de EU vooral moet inzetten op ‘demand politics’. „We moeten verdienmodellen creëren – denk aan eigen cloudbedrijven en inzetten op AI – zodat er meer vraag komt naar geavanceerde chips in Europa. Dan volgen fabrieken zoals die van TSMC vanzelf.”  

De eerste Chips Act, in 2022 ingevoerd, was een kentering in het Europese industriebeleid. Met dit subsidieprogramma van 43 miljard euro moest de EU minder gaan leunen op productie van buitenaf. De aanleiding was het chiptekort tijdens de coronacrisis, waardoor autofabrieken hun productie gedwongen pauzeerden. Dat resulteerde in een miljardenschade. Met het geld van de eerste Chips Act werd onder meer een TSMC-fabriek naar Dresden gehaald: ESMC, een joint venture met NXP, Infineon en Bosch. De productie gaat in 2027 van start.  Het Amerikaanse GlobalFoundries breidt ook uit in Dresden en investeert in een fabriek in het Franse Crolles, bij Grenoble, samen met STMicroelectronics.  

Succes of niet?

Met de Chips Act kwamen daarnaast miljarden vrij voor proefprojecten voor nieuwe chiptechniek. Het programma was dus een succes, stelt Chastelet. Daar valt wel iets op af te dingen. De fabriek in Crolles loopt vertraging op en de grootste investering, een geavanceerde Intel-chipfabriek in Maagdenburg, gaat niet door omdat het bedrijf alleen wil uitbreiden bij voldoende vraag.

Ook vanuit Europese ondernemers klinkt kritiek. „Beleidsmakers moeten ervoor zorgen dat ook kleine bedrijven toegang hebben tot productiefaciliteiten. Anders kunnen we niet verwachten dat er Europese kampioenen ontstaan”, zegt Meri Helle, voorzitter van het Finse halfgeleiderproductiebedrijf OneFab Nordic Oy. In 2015 richtte ze Summa Semiconductor op, dat spaak liep op „onvoldoende beschikbare en te kostbare nanotechnologie-infrastructuur”, zoals geavanceerde chipmachines en stofvrije ruimtes (zogenoemde clean rooms). Ze heeft haar huidige productie onder meer naar India verplaatst.

Nederland was een van de lidstaten die aandrong op een snelle opvolging van de eerste Chips Act. Den Haag tuigde de Semicon Coalition op, waar inmiddels alle lidstaten aan mee doen. Het zijn met name Nederland, Duitsland en Frankrijk die willen dat Europa vaart maakt met een nieuw stimuleringsprogramma.

Wie gaat dat betalen? De 43 miljard van de eerste Chips Act kwam vooral van de lidstaten en de Europese meerjarenbegroting. Ook werden lidstaten uitgenodigd via de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF), ook wel bekend als het coronaherstelfonds, te investeren in halfgeleiders. „Toen kreeg ik opeens Spaanse lobbyisten achter me aan, omdat ze 62 miljard euro over hadden uit hun RRF-fondsen”, lacht Groothuis. „Maar in een woestijn bouw je niet zomaar een oase, en zo bouw je in Spanje ook niet maar zo een Silicon Valley. Je hebt lokale kennis nodig.” De waarde van de tweede Chips Act staat nog niet vast. De eerste onderhandelingen over de nieuwe EU-meerjarenbegroting lopen inmiddels. Europa moet niet alleen meer investeren, maar vooral de krachten bundelen.  

Onderschatting

„De waardeketen is zo complex dat samenwerking en technologieoverdracht essentieel zijn, niemand kan het allemaal alleen”, stelt Jordan Bish, halfgeleiderexpert en partner bij Deloitte Nederland. „Met de Chips Act wilde Europa geavanceerde chips produceren. De Nexperia-kwestie maakt ook duidelijk dat standaard chips ook van strategisch belang zijn. Dat wordt in Europa onderschat.” 

De beurswaarde van Nvidia (zo’n 4.400 miljard dollar) bewijst: investeerders zien vooral brood in bedrijven die chips ontwerpen. Maar overheden willen juist chipfabrieken binnen hun grenzen en die zijn een stuk minder winstgevend.

Productie in de EU is bovendien duur, chipbedrijven willen zich hier alleen vestigen als er daadwerkelijk een afzetmarkt is. „Chips zijn een van de belangrijkste geopolitieke instrumenten in de komende jaren. Met de huidige geopolitieke spanningen is het van belang om grote spelers in Europa nog groter te maken, om zo de concurrentiepositie ten opzichte van andere continenten te versterken”, benoemt Bish van Deloitte. De autoindustrie is in Europa een belangrijke afnemer van chips. Als de automakers niet worden weggevaagd door hun goedkopere Chinese concurrenten, dan zullen ze behoefte hebben aan meer rekenkracht voor zelfrijdende auto’s en chips voor elektrische aandrijving. In een ideale wereld zouden al die halfgeleiders uit Europa moeten komen. 

Maar de Nexperia-crisis toont aan hoe kwetsbaar de productieketen is als bedrijven vertrouwen op levering uit China. De autoindustrie telt elke cent en vindt het te duur om voor die allergoedkoopste bestanddelen een alternatieve leverancier achter de hand te houden, in geval van nood.  

Volgens onderzoeker Joris Teer van het European Institute of Security Studies moeten automakers hun verantwoordelijkheid gaan dragen. „Dwing ze om Europese materialen te kopen, of van partnerlanden die Europa vertrouwt.” Het onderliggende probleem, volgens Teer, is dat de productie van zeldzame metalen volledig onder controle staat van China. Daardoor kan dat land gunstige voorwaarden afdwingen in handelsbesprekingen met de EU, waardoor importheffingen op Chinese auto’s beperkt blijven.  

Langzaam

Het doel van de eerste Chips Act, 20 procent van de wereldwijde productie van chips in Europa, blijkt onhaalbaar. De grafiek die Anne Hidma van chipmachinemaker ASML laat zien tijdens haar presentatie in München, liegt er niet om: van de vijfduizend ‘standaard’ ASML-lithografiemachines die wereldwijd draaien, staan er maar vierhonderd in Europa. De Europese chipindustrie, concludeert Hidma, groeit twee keer zo langzaam als die in de rest van de wereld.  

De gaten in de Europese chipindustrie zijn gigantisch, zeker als het gaat om kunstmatige intelligentie (AI). Dat is de aanjager van toekomstige economische groei en een onmisbaar ingrediënt voor de modernisering van de Europese defensie.  

Momenteel is de EU afhankelijk van AI-chips die in de VS worden ontworpen en in Taiwan geproduceerd. Taiwan ligt in de geopolitieke gevarenlinie, omdat China het eiland opeist en kan blokkeren. De toegang tot AI-chips is bovendien niet zeker omdat de Amerikanen begin dit jaar een ‘AI-Diffusion’ wet optuigden die de levering van zulke chips kan afknijpen. Trump zette een streep door die wet, maar de afhankelijkheid van de VS blijft. 

Hoe krijgt Europa de productie van geavanceerde AI-chips binnen de landsgrenzen? Door zijn industrie te vernieuwen en productiever te maken, met AI als motor.  Chipproducenten willen dicht bij hun klanten zitten, maar afnemers voor AI-chips komen er pas als de EU haar plannen voor grote datacenters – ‘AI gigafabrieken’ – waarmaakt. Voor de productie van de chips zou een samenwerking met het Rapidus-project, een Japans initiatief om de eigen chipindustrie op te schalen, een optie zijn, als Zuid-Koreaanse of Taiwanese fabrikanten hun modernste fabrieken niet in Europa willen neerzetten. 

Systeemkampioenen

Europa heeft sterke techspelers, zoals het Britse ARM (basisbestanddeel voor chipontwerpen) en chipmachinemaker ASML, en zijn bijbehorende toeleveranciersketen. De onderzoeksinstituten, zoals het Belgische imec, het Franse CTA-Leti en de Nederlandse technische universiteiten zijn toonaangevend in halfgeleiders. Ook wat betreft fotonische chips, die licht geleiden, en quantumtechnologie is de EU kansrijk. Maar wat ontbreekt zijn ‘systeemkampioenen’, zoals Nvidia en Apple in de VS of Huawei in China, die een volledige industrie kunnen dragen én sturen.  

De les van chipkampioen Taiwan, zegt Jeremy Chang van het Taiwanese onderzoeksbureau DSET, is dat een overheid niet eenmalig subsidies moet verstrekken voor nieuwe fabrieken, maar chipmakers langdurig moet ‘helpen’ met bijvoorbeeld gunstiger belastingtarieven. Die regelingen gelden in Taiwan ook voor andere ict-bedrijven, om een steviger industriële basis te garanderen. 

Dan blijven er de praktische problemen. Chipfabrieken bouwen duurt in Europa twee keer zo lang als in Taiwan, legt Herbert Blaschitz van Exyte uit, een bedrijf dat zich specialiseerde in de aanleg van complexe complexen. Er is een overschot aan bureaucratie en een gebrek aan vakmensen: voor de bouw van een chipfabriek zijn volgens Blaschitz bijvoorbeeld vijfhonderd tot duizend lassers nodig. Die zijn nog schaarser dan Nexperia-chips.  

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Source: NRC

Previous

Next