Home

Noord-Hollands rugbytalent maakt furore bij de Nieuw-Zeelandse All Blacks

Rugby Op zijn zestiende vertrok rugbytalent Fabian Holland (23) naar Nieuw-Zeeland met één droom: voor de legendarische All Blacks spelen. Zaterdag speelt hij zijn twaalfde wedstrijd tegen Wales. „Een speler die maar eens per generatie voorbijkomt.”

Fabian Holland springt hoog op bij de line-out in de wedstrijd tegen Ierland, begin november. Hij werd uitgeroepen tot man of the match.

Het is 11 november 2012. Het Nieuw-Zeelandse rugbyteam, de All Blacks, speelt tegen Schotland in het Murrayfield-stadion in Edinburgh. Fabian Holland zit met zijn moeder op de tribune, tussen meer dan 67.000 andere rugbyfans. Hij is tien jaar oud. Zijn moeder heeft hem voor zijn verjaardag verrast met tickets voor zijn lievelingsteam. De Nieuw-Zeelanders winnen comfortabel: 51-21. Voor Schotland staat de Nederlandse rugbyer Tim Visser in het veld. De jonge Holland ziet hem twee tries maken. Een vlammetje is ontstoken.

„Tim was voor mij het voorbeeld”, vertelt Holland. ,,Hij liet zien dat je niet voor Nederland hoeft te spelen als je in Nederland geboren bent.”

Op 8 november 2025, dertien jaar later, staat de 23-jarige Holland zelf op het veld. In hetzelfde stadion waar hij zijn idolen uit Nieuw-Zeeland voor het eerst zag spelen, mag Holland het opnemen tegen Schotland. In het zwarte shirt van de All Blacks. Zijn ouders, broertje en zusje zijn er bij en zien Nieuw-Zeeland winnen met 25-17.

Deze zaterdag speelt Holland zijn volgende wedstrijd voor de nationale rugbyploeg van Nieuw-Zeeland, zijn twaalfde interland alweer. Dit keer tegen Wales, als laatste wedstrijd van de zogeheten ‘Grand Slam’, een tour door Groot-Brittannië en Ierland. Op donderdag werd hij genomineerd voor de World Rugby Breakthrough Player of the Year-onderscheiding.

De aura van de All Blacks

Fabian Holland (2002) groeide op in het Noord-Hollandse Akersloot, vlak bij Castricum. Hij begon op zijn zesde met rugbyen. Vanaf het eerste moment dat hij de All Blacks op televisie zag spelen – hij was een jaar of vijf – was hij betoverd. „De aura, waar ze voor staan, de manier waarop ze spelen”, zegt hij via de telefoon vanuit Londen.

Op zijn zestiende wilde Holland van de Nieuw-Zeelandse rugbycultuur proeven. Samen met zijn ouders onderzocht hij de mogelijkheden en meldde hij zich uiteindelijk aan voor de Christchurch Boys’ High School. Dat is een bekend opleidingsinstituut voor All Blacks; de jongensschool heeft er 46 voortgebracht, waaronder Dan Carter en Luke Romano. Beiden werden wereldkampioen met de All Blacks in 2015. Holland werd toegelaten en vertrok naar Christchurch, zo’n 19.000 kilometer van huis. In eerste instantie voor zes maanden.

Patrick Coady, leraar en coach op die middelbare school, kan zich de eerste keer dat hij Holland zag nog goed herinneren. Tijdens een van zijn lessen brak rumoer uit in de klas, vertelt hij via een videoverbinding. Coady liep eropaf om te zien wat er aan de hand was. „Ik keek uit het raam en dacht: mijn god, hoe groot is deze jongen?!” Buiten werd rugby gespeeld en de jonge Holland speelde mee. Hij viel op tussen de andere jongens. „Zijn skillset, zijn snelheid, zijn lichaamsbouw”, zegt Coady. „Who the hell is this kid?, dacht iedereen die hem zag spelen.”

De combinatie van Hollands bouw – hij is inmiddels 2,04 meter lang en weegt 124 kilo – en talent maakt hem zeer geschikt voor zijn positie: een lock, die deel uitmaakt van de tweede rij in de scrum. Dat moeten grote en sterke spelers zijn, die veel fysiek werk opknappen: hard inlopen op tegenstanders, tackelen en de bal veroveren in de scrum of de line-out. Maar volgens zijn oude coaches onderscheidt Holland zich het meest met zijn werklust.

Kort voor wedstrijden op de Christchurch Boys’ High School, herinnert jeugdcoach Coady zich, liep Holland in opperste concentratie in zijn eentje het veld rond. Met muziek op zijn koptelefoon probeerde hij zich in te leven in zijn rol in de wedstrijd die zou volgen. Hij deed alsof hij een bal ving, in een scrum stond of omhoogsprong voor een line-out. „Zijn teamgenoten vonden dat apart”, vertelt Coady. ,,Maar als je nu ziet hoe professionele teams zich op een wedstrijd voorbereiden, is dat visualiseren heel logisch.”

Zes maanden op de Christchurch Boys’ High School werden twee jaar. Holland viel in de smaak bij een talentscout van de Highlanders, een professioneel team in de Super Rugby-competitie, een competitie tussen teams uit Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en Australië. Hij werd uitgenodigd in Dunedin om een trainingskamp te volgen. Niet veel later tekende Holland bij het onder-twintig-team. Tegelijkertijd trainde en speelde hij mee met de mannen van de lokale rugbyclub.

Goddelijke status

Op dit moment staan de All Blacks tweede op de wereldranglijst, net achter Zuid-Afrika, maar zowel in Nieuw-Zeeland als ver daarbuiten heeft het team een legendarische reputatie. „Een All Black heeft in ons land een soort goddelijke status”, zegt Lee Piper, zijn gastouder in Dunedin, bij wie Holland in 2020 een paar maanden verbleef. Er zijn duizenden jonge jongens en meisjes, zegt hij, die alles geven om ooit het begeerde zwarte shirt te mogen dragen. „Het klinkt wat bruut, maar een professionele rugbyloopbaan in Nieuw-Zeeland werkt een beetje als een fabriek”, zegt Piper. „Wie niet goed genoeg is, wordt gewoon aan de kant geschoven.”

Het is volgens Piper en Coady juist Hollands mentaliteit die maakte dat hij al binnen een paar jaar na zijn opleiding in Christchurch voor de All Blacks werd opgeroepen, afgelopen juli. „Fabian is een speler die maar eens per generatie voorbijkomt”, zegt Piper. Hij viert nog altijd kerstmis bij zijn oude gastgezin. Naast zijn enorme eetlust – de jonge Fabian at wel tien eieren per dag – herinnert Piper zich zijn ambitie en strijdlust. „Zelfs toen hij achttien was en tegen ervaren mannen van in de dertig speelde, deed hij nooit een stap terug.”

Holland weet dat hij op jonge leeftijd al veel heeft opgeofferd om zijn droom in Nieuw-Zeeland te verwezenlijken. Dat hij belangrijke momenten voor zijn familie heeft moeten missen, vindt hij pijnlijk. Holland vertrok naar de andere kant van de wereld toen zijn broertje Quinten en zusje Franka dertien waren. Toen het coronavirus uitbrak in Nieuw-Zeeland in 2021 ging het land in een complete lockdown. Holland zag zijn familie tweeënhalf jaar niet.

In de ogen van zijn begeleiders was hij een tijd lang té veel gericht op zijn ambitie een topspeler te worden, en nam hij weinig tijd voor afleiding buiten de sport. „Juist omdat hij op jonge leeftijd zijn ouderlijk huis verliet en zoveel heeft moeten opgeven , wilde hij niet teleurstellen”, vertelt Kane Jury, de talentmanager van de Highlanders die Holland binnenhaalde.

Holland erkent dit. Bij het zo nu en dan uitzetten van de ‘rugbyknop’, zegt hij, kreeg hij veel steun van zijn huidige ploeggenoten. „Inmiddels zijn er veel dingen buiten het veld – niet gerelateerd aan rugby – die me energie geven, zoals met vrienden een kop koffie drinken, een potje kaarten, en bellen met mijn familie in Nederland.”

Fabian Holland bij zijn debuut in het shirt van de All Blacks in de wedstrijd tegen Frankrijk begin juli.

Een ‘boekie’ voor zijn familie

In juni 2025 werd Holland gebeld door Scott Robertson, de hoofdcoach van de All Blacks. Met het eervolle verzoek of hij beschikbaar was voor het nationale team. Holland voldeed inmiddels aan het criterium van de internationale rugbybond: hij stond zestig maanden ingeschreven bij een rugbybond of -club in zijn nieuwe land.

Begin juli debuteerde hij in het zwart, in een wedstrijd tegen Frankrijk in zijn thuisstad Dunedin, als eerste Nederlander die uitkomt voor het Nieuw-Zeelandse team. Broer Quinten en zijn moeder zaten op de tribune. Holland heeft een vast ritueel: kort voor hij het veld op gaat, schrijft hij iets in zijn ‘boekie’, altijd een stukje over zijn familie. „In het nationale team vertegenwoordig ik mijn land, Nieuw-Zeeland. Dat is mijn huis, ik beschouw de mensen om me heen hier als familie”, vertelt hij. „Maar ik heb natuurlijk ook mijn eigen familie in Nederland: mam, pap, Quinten, Franka. Voor hen schrijf ik altijd, voor elke wedstrijd, een stukje in mijn boek.” De reden? „Ik wil hen gewoon heel erg trots maken.”

Fabian Holland behoort tot het uitzonderlijke rijtje Nederlandse rugbyers die de internationale top hebben bereikt. Zeno Kieft (34) speelde jaren professioneel rugby voor de Franse club La Rochelle, Tim Visser (38) voor Schotland en de Engelse Harlequins.

Kieft hoopt dat Hollands verhaal jonge talenten aanspoort om ook hun dromen na te jagen. „Er zit een grote ontwikkeling in de jeugd van Nederlands rugby”, zegt hij aan de telefoon. De afgelopen jaren heeft de Nederlands rugbybond geïnvesteerd in trainingscentra en academies door het gehele land. Deze opleidingsprogramma’s lijken hun werk te doen – ruim dertig Nederlandse mannen en vrouwen rugbyen op hoog niveau in het buitenland. „Het zou fantastisch zijn”, zegt Kieft, „als Fabian de eerste Nederlander wordt die straks wereldkampioen rugby wordt”. De laatste keer dat Nieuw-Zeeland de wereldtitel veroverde was in 2015. Het volgende WK is in 2027. „Maar ik hoop vooral dat hij het heel erg naar zijn zin heeft.”

‘Elke dag een stukje beter’

Deze zaterdag spelen de All Blacks hun laatste wedstrijd van de Grand Slam-tour. Daarna neemt Holland een paar weken rust in Nederland om zijn familie en vrienden te zien.

Wat hij nog in het rugbyen zou willen bereiken, houdt Holland liever voor zich. De ultieme droom zou zijn om op een dag naast zijn broertje op het veld te staan. Quinten Holland is immers óók een getalenteerde rugbyer en volgde in het spoor van zijn oudere broer. Hij vertrok, drie jaar geleden, op zijn zeventiende naar Nieuw-Zeeland, ging naar een andere school in Dunedin en maakt nu ook deel uit van het Highlanders-talentenprogramma. Blessureleed houdt Quinten al een tijdje aan de kant.

Los van die familie-ambitie, bekijkt Fabian Holland zijn loopbaan stap voor stap. „Ik probeer geen enkele dag for granted te nemen”, zegt hij – want niets is vanzelfsprekend. „Gewoon elke dag een stukje beter te worden.” Voor nu is zijn kortetermijndoelstelling eenvoudig: volgend jaar nog steeds deel uitmaken van de All Blacks.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next