Standplaats Burencontact, in de ene wijk warmer dan in de andere, verloopt via appgroepen, straatfeesten en hier en daar een eetclub. „Eens per jaar en voel je vooral niet verplicht.”
Anne van Els woont in een nieuw appartementencomplex in Schiebroek-Zuid.
In het nieuwe appartementencomplex leerde Anne van Els (37) haar buren kennen via allerhande appgroepen voor klusjes, boodschappen en verloren gewaande pakketjes. Maar daarbuiten, in de sociale huurwoningen van Schiebroek-Zuid, kent ze niemand. In de Haagse Archipelbuurt leerden Victor Sterk (78) en José Schepman (76) hun buren kennen door te wandelen met de hond, „en daar is nu een eetclub uit ontstaan”. In het Zeeuwse Kwadendamme kijkt Gerdy van der Linden (75) elke dag even of de gordijnen van de buren wel open zijn. En Dennis Peterse (44) in Amersfoort-Vathorst ontdekte dat hij op zijn buren kan rekenen nadat er in zijn straat iets heel heftigs was gebeurd.
NRC volgt in 2025 drie stadswijken en een dorp die min of meer representatief zijn voor Nederland: een kwetsbare buurt in Rotterdam, een negentiende-eeuwse wijk in Den Haag, een dorp in Zeeland en een vinexwijk in Amersfoort. In januari vroegen we bewoners naar hun verwachtingen voor het nieuwe jaar, in februari naar hun noodpakket, in maart naar de boodschappen, in april naar de opvoeding, in juni naar hun avondeten, in augustus wilden we weten wat ze in hun zomervakantie doen, in september vroegen we naar sport en in oktober naar hun gedroomde woonplek. Nu willen we van ze weten: ken je je buren?
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: onbekend
Koopwoningen: 20 procent
Gemiddelde woningwaarde: 276.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 25- tot 45-jarigen (25 procent)
In 2023 verrees nieuwbouwcomplex Salix tussen de sociale huurwoningen in Schiebroek-Zuid. Een appartement van 90 vierkante meter kost er zo’n 1.670 euro aan huur. Binnen is een parkeergarage, een fietsenberging en een grote binnentuin.
Aan de muur van kinderarts Anne van Els (37) hangt een T-shirt van Nyasa Big Bullets, „het Ajax van Malawi”. Toen ze in Malawi haar opleiding tot kinderarts afrondde, speelde ze er profvoetbal. Ze is net wakker na een nachtdienst in het Bravis-ziekenhuis in Bergen op Zoom, haar vriendin uit Malawi bakt kip. Met haar buren links en rechts heeft Van Els goed contact en ze kent wat bewoners van de binnentuin. „Als dertiger met een drukke baan in een nieuwe stad leer je niet snel mensen kennen.” Er is wel een handige app voor alle 74 woningen in het complex.
In het appartementencomplex van Anne van Els zijn appgroepen voor klusjes, EHBO, boodschappen, planten, huisdieren, oppas en verloren gewaande pakketjes.
Toen ze zaterdag de kapstok niet aan de muur kreeg, plaatste ze een oproep en kreeg direct hulp. Van Els hielp op haar beurt de vrouw die zichzelf geen bloedverdunner durfde toe te dienen. Er zijn appgroepen voor klusjes, EHBO, boodschappen, planten, huisdieren, oppas, verloren gewaande pakketjes. De oproepen zijn soms in het Engels, voor de expats. Op de vraag wie tijd heeft voor een gesprek met NRC, komen direct twee enthousiaste reacties, van Jan en Joyce.
Kent Van Els ook buren buiten dit complex, in de sociale huurwoningen? „Nee het zijn werelden die naast elkaar bestaan”, zegt ze. Ze denkt na, misschien is het logisch. „Hier delen we gezamenlijke belangen.” De planten, de pakketjes, een schone binnentuin. Het belang van schone straten of een schone wijk „is toch anders”. In het complex zijn veel klachten over de buurt, weet ze. Jongeren die tegen fietsen trappen, de parkeergarage insluipen of belletje trekken. Dat leest ze in de appgroep.
Jan de Jong kent in de buurt alleen de mensen van zijn complex.
Jan de Jong (35) woont schuin boven Van Els. Hij is financial controller bij een evenementenbureau in Tilburg. Zijn vriendin is clustermanager voor Basic-Fit in Den Haag en Scheveningen. Hij kent de hondeneigenaren in het complex en de klussers met wie hij gereedschap uitwisselt. De bewoners voor hem hadden een peutermeisje en vertrokken om de vechtpartijen op straat, zegt hij, „dat vonden ze geen leuk gezicht”. Hij hoort soms harde muziek als mensen ’s avonds bij de avondwinkel of snackbar hangen. „Ik heb daar geen last van.”
Hij kent geen mensen buiten het complex. Als hij verder de buurt inloopt „voel ik een vijandigheid”. Waarom? „Je wordt al snel aangekeken met een blik van: jij woont zeker in dat grote gebouw.”
Joyce van der Niet (41) zit in de appgroepen over het Dina Sansonpad (haar kant van het complex), dieren verzorgen, klussen en buurtpreventie. Zij kent de mensen die net als zij kinderen hebben. Twee ouders organiseerden laatst Halloween, de kinderen gingen in het complex langs de deuren.
Joyce van der Niet: „Het complex en de buurt, ze mengen niet”.
Het complex en de buurt, ze mengen niet, zegt ook Van der Niet. „Mensen schalen bij overlast best snel op.” Dan bellen ze de politie. Via haar werk als sociaal ondernemer en via het voetbal van haar zoon kent ze wat buurtkinderen. Een vertelde eens hoe hij zelf voor de avondwinkel hing, foute vrienden kreeg en nu zijn broertje ervoor wil behoeden. Dat gaf haar inzicht. Van der Niet: „Ik gun iedereen zo’n gesprek.”
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 72.400 euro
Koopwoningen: 54 procent
Gemiddelde woningwaarde: 639.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 45- tot 64-jarigen (30 procent)
Victor Sterk (78) en José Schepman (76) woonden op een huuretage in de Riouwstraat toen ze besloten om in de buurt op zoek te gaan naar een koophuis. De makelaar kwam aanzetten met een appartement in de Malakkastraat, vijf minuten lopen bij hen vandaan. „De Malákkastraat?”, zegt Victor Sterk, op de bank bij hem thuis. „Die is, zeiden wij, wel heel heftig.”
Jaren tachtig, vorige eeuw. In de Archipelbuurt had je nog gangs die tegen elkaar vochten. Die van de Malakkastraat vochten het hardst, vooral na Oud en Nieuw. „Dan waren er kerstboomfikken en wie had de hoogste stapel.” Overal waren cafés, nog uit de tijd dat hier soldaten en onderofficieren uit de nabijgelegen kazernes woonden.
Victor Sterk en José Schepman rekenen sommige buren tot hun beste vrienden.
Was de Riouwstraat minder ruig?
„De Riouwstraat”, zegt Victor Sterk, „is altijd de deftigste van de hele buurt geweest, de breedste. Daar woonden de kolonels en generaals. In onze tijd” – hij glimlacht naar zijn vrouw, die koffie en appeltaart serveert – „waren veel van die kapitale panden verbouwd tot pensions.”
„Tegenover ons”, zegt zij, „woonden kunstenaars en musici”. Zelf werkte ze voor het audiovisuele bedrijf van haar broer. Later deed ze de communicatie bij Opera Zuid.
Ondanks hun twijfel kochten Victor Sterk – vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht, later producent bij de NOS – en José Schepman voor 130.000 gulden dat appartement in de Malakkastraat. Ze maakten mee hoe de Archipelbuurt, in de jaren zeventig nog op de nominatie om gesloopt te worden, vanaf eind jaren negentig begon te veranderen. „Er kwamen steeds meer jonge mensen die hier een huis kochten”, zegt hij. „Vaak academici met goede banen die als er kinderen kwamen allebei bleven werken. Ze knapten hun huizen op. De buurt werd netter, beter onderhouden. Allemaal particulier initiatief.” De cafés verdwenen en gangs waren er allang niet meer. Kinderstraatfeesten op Koningsdag zijn ervoor in de plaats gekomen, met zaklopen en touwtrekken en hardloopwedstrijdjes en karaoke, en aan het eind van de dag met elkaar de troep opruimen.
Victor Sterk en José Schepman kregen geen kinderen. Ze raakten gehecht aan hun buurt, aan de mensen die er wonen. De buurvrouw naast hen, operazangeres, noemen ze hun buurvriendin. De buurvrouw boven, met wie ze een vereniging van eigenaars vormen: buurvriendin. Buren verderop: sommigen rekenen ze tot hun beste vrienden.
„Het begon ermee”, zegt Victor Sterk, „dat ik vroeger vier keer per dag met de hond door de buurt liep. Hé, hallo, hoe gaat het? Alles goed? Op een keer hebben we een aantal van die jonge mensen uitgenodigd om te komen eten en daar is een eetclub uit ontstaan.” En nee, die komt heus niet elke week of maand bij elkaar. „Eens per jaar en voel je vooral niet verplicht.”
„Er zijn ook straatborrels”, zegt José Schepman. „Daar in die voormalige garage aan de overkant. Je doet 5 euro in de pot en je neemt hapjes mee.” Ook dat, zeggen ze, is niet verplicht. Maar de meeste buren komen, inclusief de vele expats die de laatste jaren in de Archipelbuurt zijn komen wonen. Sinds die er zijn wordt in alle straten uitbundig Halloween gevierd.
„Er zijn mensen die kritiek hebben op de veranderingen”, zegt Victor Sterk. „Het lijkt hier wel Beneurdenhout, zeggen ze.” Hij doet alsof hij een aardappel in de keel heeft. „Whah, whah, whah. Daar ben ik het niet mee eens. Het is hier gewoon heel prettig wonen en de meeste mensen zijn qheel aardig.”
Zijn laatste hond, „altijd een Duitse herder”, is anderhalf jaar geleden gestorven. Een nieuwe neemt hij niet meer. „Die zou mij overleven.” Sinds een paar jaar is hij ernstig ziek. Hij moet maar hopen dat hij de tachtig haalt. „Maar de belangstelling die ik krijg, de hulp die ons wordt aangeboden – hartverwarmend.”
Gerdy van der Linden en Ton drinken soms een bakje koffie met hun buurman Jan Geerts.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 36.400 euro
Koopwoningen: 72 procent
Gemiddelde woningwaarde: 317.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 45- tot 65-jarigen (30 procent)
„Ja hoor”, zegt Jan Geerts (73), „de buren zijn hier aardig”. Maar hij is nogal een eenling, zegt hij, dus veel doet hij er niet mee. Toen hij hier kwam wonen stonden ze één voor één aan de deur en daarna zag hij ze alleen in het voorbijgaan. Zijn ze belangrijk voor hem? „Nou”, zegt hij, „hier verderop woont een stel waar ik soms een bakje koffie mee drink”.
In Geerts’ voortuin staat een betonnen beeld van een beer met zijn klauw in een honingpot. „Loodzwaar”, zegt Geerts, hobbyimker. De beer werd zeven jaar geleden met speciaal vervoer van Brabant naar Zeeland verhuisd. Hij en zijn vrouw zochten een plek met een grotere tuin en meer ruimte voor hobby’s zoals honing maken, moestuinieren en vissen. Die vonden ze in Kwadendamme.
Het pensioen van stukadoor Geerts naderde en overal zou veel meer tijd voor zijn. Het liep anders. Hun volwassen dochter trok na een scheiding bij ze in, samen met haar jonge kinderen. Nadat ze haar eigen plek weer had gevonden, hoorde Geerts vrouw dat ze heel erg ziek was. Al gauw stierf ze aan alvleesklierkanker.
Sindsdien is Geerts nogal op zichzelf en daar heeft hij vrede mee. Zijn dochter woont om de hoek. En dan zijn er dus die buren van verderop, die er waren toen het tegenzat. Het is niet dat ze diepe gesprekken voerden over leven en dood, ze waren er gewoon. Met koffie en appeltaart. Af en toe kwamen ze langs. „Dat is dan waardevol.”
Die buren, die wonen in het hoekhuis met de felrode geraniums achter de ramen. Gerdy van der Linden (75) doet de deur open met haar rode windjack al in haar hand. Straks stappen zij en haar partner Ton van der Linden (82) de drempel over om op hun fietsen naar zee te gaan. Het weer is zacht voor de tijd van het jaar. Meer dan twintig jaar geleden verhuisde het stel van Gouda naar Kwadendamme. Hoe het hier is? „Geweldig.”
Gerdy en Ton van der Linden voelden zich voor hun verhuizing niet gebonden aan een plek; ze hebben bewust nooit kinderen gekregen en hun familie woont op verschillende plekken in het land. Daarom gingen ze naar Zeeland, de provincie die ze het mooist vinden en waar ze al het liefst vakantie vierden.
Ze kwamen hier ook voor de stilte – en die is er. Drukke wegen zijn er niet in de buurt. Het enige geluid komt van de dorpsgenoot die een paar straten verderop een kast aan het schuren is. Daar gaat-ie gebreide kerstballen in verkopen. En soms komt er wat drukte uit de speeltuin pal voor hun huis. Precies het geluid dat ze willen horen. „Heel gezellig”, zegt Gerdy van der Linden.
Ze wandelde bijna iedere dag met de inmiddels overleden vrouw van Jan Geerts. Dus daarna bleven ze hem in de gaten houden. En dat doen zij en haar man bij meer buurtgenoten. „Elke dag kijken we of de gordijnen wel open zijn. Bij de buren hiernaast, en de buren die er daarvoor woonden. Die zijn inmiddels dood.” Ton van der Linden is erbij komen staan en glimlacht. „Laatst liep ik een buurman van ver in de tachtig tegen het lijf en ik zei dat ik hem lang niet had gezien. Dacht je soms dat ik dood was, riep hij.”
Buren zijn in het dagelijks leven veel belangrijker dan verre vrienden of familie, vinden ze. In een dorp als Kwadendamme is het makkelijker om je buren te kennen en te waarderen, zeggen ze. „Het begint al met groeten. Dat doe je hier gewoon. In Gouda begin je daar niet aan want dan blijf je aan de gang.” Met buren, vinden Gerdy en Ton, gaat het erom dat je er bent. Ton: „Dat je ze ziet en vraagt: hoe gaat het vandaag?”
Dennis Peterse en zijn zoon Winston.
De kavel van het afgebrande huis.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 52.200 euro
Koopwoningen: 64 procent
Gemiddelde woningwaarde: 491.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 30- tot 39-jarigen (29 procent)
Het buurtcontact in de Nijmegenstraat was tot vorig jaar november niet anders dan in de rest van de wijk. Je groet elkaar in het voorbijgaan. Praatje pot met de buurvrouw. Je past op elkaars kat tijdens vakanties. Wenst elkaar geluk met Oud en Nieuw. Maar de meeste bewoners van de 25 adressen hebben al wat oudere kinderen, dus op straat is het best stil. En iedereen heeft een druk leven. En niet voor niets kozen ze allemaal voor een vrijstaande woning, deels gelegen aan het water.
Alleen, wat nu als er in de straat iets gebeurt dat niemand had voorzien?
„Het was op een maandag.” Michelle (29), staand in de deuropening, weet het nog goed. „Ik was thuis met een vriendin die kwam eten en ons huis is zó goed geïsoleerd, ik had het pas door toen de overburen belden.” Toen ze open deed zag ze pal naast haar huis een vuurzee. „En ik weet nog” – glimlach – „dat ik dacht: zal ik de tuinslang pakken?”
Het was groot nieuws, 25 november vorig jaar in Amersfoort-Vathorst. Brand, ’s avonds, in een zelfbouwwoning met rieten dak. Veroorzaakt, bleek later, door de accu van een fatbike. Geen gewonden, maar wel een heel gezin in één klap dakloos. Goed verzekerd, maar het huis was onbewoonbaar en het gezin wilde niet meer terugkeren. En dus vind je midden in de Nijmegenstraat, tussen de ruime nieuwbouwhuizen aan het water, weer één leeg kavel. Met alleen de fundering. En een jong boompje in de tuin. Zwartgeblakerd.
„Ik hoorde het van de buurjongen die aanbelde in paniek.” De gebeurtenis heeft ook op Hashmat (42), buurman aan de andere zijde, diepe indruk gemaakt. Hij moet nog altijd zijn ruit herstellen en bovendien had Hashmat – die net als Michelle niet met achternaam in de krant wil – goed contact met zijn gedupeerde buren. Die woonden al wat langer in de straat toen hij bij de afbouw van zijn eigen huis nog een tijdje zonder stroom en water zat. Dat mocht hij bij hen aftappen. „Later heb ik tegen de buurman gezegd: stuur een tikkie, maar dat heeft hij nooit gedaan.” En Hashmat zou nog eens bij hen op de koffie gaan, maar zover is het nooit gekomen.
Toen de vlammen uit de woning sloegen, stond de hele straat buiten met het getroffen gezin. En je wilt niet weten hoeveel buren hun huis wel niet hebben opengesteld. „Kom maar bij ons logeren hoor!” Iedereen wilde helpen, zegt Dennis Peterse (44), die één huis verderop woont. „Bij zulke gebeurtenissen trekken mensen samen.”
Zijn buurvrouw Michelle begon een straatapp, want die was er nog niet, en ook een inzameling, voor een cadeaupakket. Sommige buren gaven meer dan 100 euro. Ze kocht er bonnen van voor het getroffen gezin. Voor de sauna, de bioscoop, Ikea, karten, de schoonheidssalon. Doosje wijn. Wat lekkers voor de feestdagen. Een flinke bos bloemen – van zijde, want ja. „Je wilt doen wat je kunt.”
En nu, een jaar later, is de straatapp nog altijd in gebruik. Voor praktische zaken vooral. „Hebben jullie ook mollen in de tuin?” „Van wie is deze weggedreven sup?” En één buurman met een pizzaoven heeft al twee keer in de app gevraagd wie er pizza wil bestellen. Maar van de beloofde buurtborrel, moet gezegd, is het nog altijd niet gekomen.
Geeft niet, klinkt het in de Nijmegenstraat. Want je hoeft de deur niet bij elkaar niet plat te lopen. Als je maar weet, zeggen ze unaniem, dat je bij echte nood op elkaar kunt rekenen.
Vanwege de hond kent Jan de Jong ook alle andere hondenbezitters in het complex.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC