Televisiekok Nick Toet, bekend van Taarten van Babel, werkt keihard om zijn zoontje het veilige thuis te geven dat hij zelf niet had. Soms té hard: ‘Ik ben beter in voor anderen zorgen dan voor mezelf.’
is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.
WhatsApp, 19.45 uur.
Hoi Nick, ik sta voor je deur.
Ola
Ik dacht: ik bel maar niet aan. Dan wordt Noven misschien wakker.
Wat een timing! Noven wordt echt net een beetje wakker :(
Ik wacht anders nog wel even.
Duimpje omhoog.
Even later: Kom er zo aan, hij slaapt al!
De voordeur van Nick Toet gaat open. ‘Hi, mag ik je een knuffel geven?’, fluistert de Haagse televisiekok die sinds elf maanden vader is. Eigenlijk wilde hij het dit eerste jaar wat rustiger aan doen, maar doordat zijn carrière ineens als een speer gaat, werkt hij zich tussen de gebroken nachten door een slag in de rondte.
Zo presenteert hij het VPRO-jeugdprogramma Taarten van Babel, waarin hij met een kind diens leven bespreekt terwijl ze een taart maken. Of zoals Nick het zegt: ‘Terwijl we lekker bakken en snoep in onze bekkies douwen.’ Sinds hij het stokje twee seizoenen geleden overnam van Siemon de Jong – die het veelvuldig bekroonde programma, dat onder zijn leiding nog Taarten van Abel heette, twintig jaar presenteerde – sprak hij onder meer met Christian die tot zijn grote verdriet niet meer bij zijn eigen vader en moeder woonde, met de zussen Lynn en May wier ouders gingen scheiden, met Mohamed die een verrassingstaart maakte voor zijn broer die hem in Syrië altijd veilig naar school bracht, en met Sarah die een reuzenoliebollentaart bakte voor haar oma die dingen begint te vergeten.
Daarnaast is Toet sinds eind september jurylid van Heel Holland Bakt Kids, waarin hij op de stoel van de vertrekkende Janny van der Heijden plaatsnam. Ook werd hij rond die tijd het gezicht van de Jumbo-actie Samen lekker cheffen. Zijn YouTube-kanaal EtenmetNick, waarmee het vijf jaar geleden allemaal begon, loopt ondertussen gewoon door. Elke week kookt hij een nieuw recept voor zijn 200 duizend volgers, van risotto met kreeft tot frikandellen. Daarnaast is hij auteur van kookboeken, waarvan zijn derde deze week verschijnt. ‘Thuis met Nick is geen gewoon kookboek’, staat op de flaptekst. ‘Het is een liefdesverklaring aan eten. Voor Toet is eten nooit simpelweg brandstof. Het is herinnering, troost, verbondenheid. Het is hoe je oma haar liefde liet zien met een extra schep stamppot, hoe je vrienden je een pan soep brachten toen je het moeilijk had, en hoe de geur van knoflook en sambal je terugbrengt naar het huis waar je opgroeide.’ In het boek beschrijft hij de recepten die bij hem dierbare herinneringen oproepen.
Op tafel staat een babyfoon met een schermpje waarop in zwart-wit te zien is hoe zijn zoontje ligt te slapen. Zijn vriendin is zangles aan het geven.
‘Het gaat allemaal erg goed’, vertelt Toet terwijl hij een kop thee neerzet en de klanken van Over the Rainbow uit de babyfoon klinken. ‘Ik ben alleen hartstikke moe. Het blijft maar doorgaan met werk. Elke keer als ik denk: het kan niet toffer, komt er weer iets nieuws. Dan mag ik de Nederlandse versie van de animatiefilm Minecraft inspreken, en denk ik: vetter dan dit wordt het niet, en dan word ik opeens gevraagd voor een campagne van Jumbo en mag ik Janny vervangen in Heel Holland Bakt Kids.
‘Wow, denk ik steeds, wanneer houdt het op? Niet dat het hoeft op te houden, maar je kunt toch maar zo veel vette dingen op je pad krijgen? Ineens ben ik niet meer de youtuber, maar de presentator en het jurylid van twee NPO-programma’s. Dan hoor je een beetje bij the big boys, toch? Ik ben fysiek altijd een grote jongen geweest, maar nu in een keer ook op televisie.’
Had je dat gedacht toen je vmbo-kader deed?
‘Nooit, nooit! Ik wilde visboer worden. Als mij op de basisschool werd gevraagd wat ik wilde worden, riep ik altijd: ‘visboer, net als mijn vader!’
Wat vond je er leuk aan?
‘Ik denk dat je als kind tegen je ouders opkijkt en een voorbeeld aan ze wil nemen. Je ouders zijn superman, toch? Superman en superwoman. Mijn vader kwam uit een visfamilie, mijn moeder werkte bij hem in de winkel, dus ik dacht: dan ga ik ook de vis in.
‘Eerst hadden mijn ouders een visaanhangertje en ging ik met mijn broer langs de deuren venten. Ik was een jaar of 10. Soms kreeg je fooi, dat was vet. Als ik er nu aan terugdenk, denk ik: waarom the fuck wilde ik visboer worden? Urenlang stond ik bevroren haring schoon te maken. Soms was ik er zo klaar mee dat ik rauwe haringen verfrommelde en stiekem in de afvalbak gooide, dan hoefde ik er minder schoon te maken.’
Heb je veel haring gegeten?
‘Nee, ik heb een hekel aan haring. Ik heb het één keer geprobeerd, ik vond het niet te vreten. Als ik een andere visboer haring zie schoonmaken, krijg ik flashbacks naar die tijd. De haring, dat is mijn Vietnam.
‘Aan het eind van de basisschool moest ik kiezen tussen theorie en kader. Mijn ouders stuurden mij niet, ze vroegen alleen: ‘Nick, wat wil je?’ ‘Ja, weet ik veel, doe maar kader, dat klinkt leuk.’ Het bleek het laagste wat je kon kiezen bij vbo, zo heette het vmbo toen nog. Als ik theorie had gekozen, had ik nog door kunnen stromen naar de mavo, maar ik had geen idee.
‘Ik wilde gewoon buiten spelen, dingen dóén. En aan rekenen had ik echt een hekel. Als de meester sommen op het bord schreef, rekende ik uit wanneer ik aan de beurt was. Precies op tijd vroeg ik of ik naar de wc mocht. Ik begreep er geen reet van.’
Voelde je je thuis op het vmbo?
‘Totaal niet. Ik was een jaar of 11 en zo onzeker als wat. De puberteit kickte in, je kreeg net een beetje haar op je kin, en dan zat je opeens op een heel grote school. Nee, ik scheet vroeger in mijn broek. Ik ben altijd een grote jongen geweest, dus ik was letterlijk een groot doelwit. En ik had mijn achternaam niet mee. Daar werd ik ook mee gepest. Ik had wel vriendjes, maar die hoorden er ook niet echt bij. De buitenbeentjes waren mijn matties.’
Je moeder zei dat je heel lief was. Eigenlijk te lief.
‘Van kleins af aan ben ik conflictmijdend. Maar ik ben opgegroeid in het Laakkwartier in Den Haag, daar moet je je bekkie wel klaar hebben. Dus als ik thuiskwam met het verhaal dat ik klappen had gekregen, trokken mijn ouders me mee terug naar de degene die dat deed. Vervolgens gingen ze uit het zicht staan en wachtten ze net zo lang totdat ik een klap had teruggegeven. Zo leerde ik van me afbijten. Als je zoals ik een beetje op straat bent opgegroeid en je had geen grote mond, werd er over je heen gelopen. Dus als iemand jou twee klappen geeft, moet jij er minimaal een teruggeven om te laten zien: niet fucken met mij. Ik zoek het conflict zelf niet op, ik ben hartstikke lief, maar als je het wil, kan je het krijgen. Dat is een beetje hoe ik het vroeger heb geleerd.’
Soms sloeg je door naar de andere kant, hoorde ik.
‘Ja, als je de hele tijd aan mijn kooi aan het rammelen was, dan pakte ik je. Een meisje in de buurt waarmee wij altijd speelden, kreeg een ouder vriendje en die dacht: hé, dat is een dikkertje, die ga ik pesten. Hij trok mij zo hard aan mijn oren dat het aan de onderkant scheurde. Ik lag op de grond met hem bovenop mij, en was als een windmolen met mijn armen aan het zwaaien. Hij pakte me zo beet dat ik niets meer met mijn armen kon doen, toen ben ik hem kopstoten gaan geven. Er hingen uiteindelijk allemaal draadjes los uit zijn beugel. Mijn moeder kwam erbij en reageerde heel begaan naar die jongen. Ahhh, gaat het? Mij trok ze boos mee. Eenmaal thuis zei ze: ‘Goed zo, Nick, goed van je afgebeten.’ Dat is wat ik als klein pikkie meekreeg: niet met je laten sollen.’
Is die houding in je gaan zitten? Je vriendin Dinaira vertelde dat jij vanaf het eerste moment dat je haar veertien jaar geleden zag, verliefd op haar was. Maar zij vond jou een beetje een blaaskaak die zichzelf groter maakte dan je was. Pas toen je je kwetsbaarder opstelde, werd het wederzijds.
‘Ja. Ik werd keihard, tot ik iets met haar kreeg en in een andere bubbel terechtkwam. Zij is muzikant en veel van haar vrienden ook, zij waren veel zachter dan ik gewend was. Niet dat we bij mij thuis heel hard waren, maar wel minder zacht. We waren wel open. Dat heb je vast aan mijn moeder gemerkt toen je haar belde. Als je daar een leuk gesprek mee hebt, deelt ze alles. ‘Mam, heb je dat allemaal aan haar verteld?’, vroeg ik haar naderhand. ‘Eh ja’, zei ze. ‘O, oké, is goed.’
‘Maar de eerste keer dat ik Dinaira zag zingen dacht ik meteen: wow. Het waren haar ogen, denk ik. Ik vond haar zo knap en zo leuk dat ik dacht: ik maak nooit een kans.
‘Op een gegeven moment gingen we met een groep uit, zij was er ook, en ik had best een bakkie op. Ik kon mijn fiets niet meer vinden en zij vroeg: ‘Zal ik je thuisbrengen met de auto?’
Tijdens die rit zei ik tegen haar: ‘Ik vind je leuk, mag ik je zoenen?’
‘Nou, ik denk het niet’, zei zij.
‘O’, zei ik, ‘maar mag ik dan wel je nummer?’
De volgende dag gingen we een koffietje doen en zag ze de onzekere jongen die onder dat dronken geblaat zat. Het heeft toen nog een tijdje geduurd voordat ik me kwetsbaar op durfde te stellen en zij ook verliefd werd op mij.’
Na het vmbo wilde je naar het Grafisch Lyceum Rotterdam, maar je vond dat te eng. De school was te groot en te ver. Toen ben je toch in de viswinkel gaan werken.
‘Ja, ik was 16, wist nog niets van de wereld en vond het Grafisch Lyceum te spannend, dus toen heb ik twee jaar in de winkel gewerkt. Tot ik dacht: ik wil helemaal geen fucking visboer worden. Toen kwam mijn moeder met het idee om de koksschool te gaan doen. Ik stond altijd met haar in de keuken. Zij heeft van haar laatste geld een messenset voor me gekocht. Dus dat ben ik toen gaan doen. Daarna heb ik twee jaar als kok gewerkt, maar dat was het niet voor mij. Ik werkte in restaurants waar werd gesnoven om het vol te houden. Toen heb ik alsnog het Grafisch Lyceum gedaan.’
Via Tim Hofman ben je vervolgens bij GeenStijl terechtgekomen, begreep ik.
‘Ja, ik kende hem uit de Haagse scene, hij presenteerde grote festivals in Den Haag. Ik was afgestudeerd als video editor en cameraman op het Grafisch Lyceum, samen maakten we Tim en Nick TV. Met een camera in de hand keken we hoe snel we backstage konden komen om zonder afspraak een bekende band te interviewen. Tim kende iemand bij GeenStijl en zo kwam ik daar als jong pikkie terecht om online filmpjes te maken. Ik vond wat Rutger Castricum deed heel interessant. Later verruilde ik GeenStijl voor de website Dumpert, daar heb ik tien jaar gewerkt. Toen kwam corona en moest iedereen thuis koken. Ik begon het youtubekanaal Etenmetnick, eigenlijk een combi van de kokschool en het Grafisch Lyceum, en ineens ging het hard. Sommige filmpjes hadden 400 duizend views. Supergaaf. Niet veel later stond er een manager bij mij op de stoep. ‘Hé’, zei hij, ‘wij moeten praten.’ Ik zei: ‘Wij moeten helemaal niks, maar wat heb je te zeggen?’ Hij is nog steeds mijn manager.’ Hij begint heel hard te hoesten. ‘Sorry, ik heb een beetje keeltyfus. Dat krijg je als je kind naar de opvang gaat.’
Waarom spraken je kookfilmpjes zo aan, denk je?
‘Ik deed het anders dan bijvoorbeeld 24Kitchen. Meer ongezouten, en ik schold iets meer. Ik deed het op zijn Haags zeg maar. Daarna was het op straat niet meer ‘hé, Dumpert’, maar ‘hé Eten met Nick’. Opeens werd ik ook gevraagd voor tv-programma’s, zoals Taarten van Babel.’
Hoe ging die auditie?
‘Ik scheet zeven kleuren. Maar het praten met de kinderen ging goed. Ik wil ze niet behandelen zoals vaak wordt gedaan, zo van: o o, wat zielig. Ik wil echt naar ze luisteren en lol maken. Je mag alles op die taart gooien. En zo veel snoepen als je wil, douw je zakken lekker vol. Het is jouw dag.’
Je moeder zei dat je er soms veel emoties bij hebt als je over de kinderen vertelt.
‘Opgegroeid in het Laakkwartier denk je wel het een en ander te hebben meegemaakt, waardoor je het makkelijk van je afschudt als je heftige dingen hoort. Maar dat heb ik vier afleveringen volgehouden, daarna hakte het er toch in. Toen kwam Victor langs, vroeger Victoria geheten. Hij was inmiddels geadopteerd, maar vertelde me de meest heftige verhalen over zijn jeugd bij zijn Poolse ouders. Zo zat hij opgesloten in een kamertje, vastgebonden aan een bed. Ik zei tegen Victor: ‘Zet jij dit even in de koelkast’, en ik liep weg. ‘Ik moet even een frisse neus halen’, zei ik tegen de regie.
‘Het is een heel mooie aflevering geworden, maar op de terugweg heb ik keihard in de auto zitten janken. Het was de druppel die de emmer deed overlopen. De dam was gebroken. Dat het me zo raakt, komt ook doordat ik me verwant voel aan de kinderen die shitverhalen hebben meegemaakt. Daarom klikt het zo met die kinderen.’
Voor wie had jij als kind een taart gemaakt?
‘Voor mijn moeder. Zij was er altijd voor me, in goede en slechte tijden. Tot op de dag van vandaag kan ik haar ’s nachts bellen en uren met haar over van alles praten.’
In je kookboek schrijf je vol liefde over haar en je herinneringen aan de gerechten die ze maakte. Je vader komt er niet in voor.
‘Nee.’ Korte aarzeling. ‘Ik zie mijn vader niet meer, die is al een tijd geen onderdeel meer van mijn leven. Ik vind het alleen erg lastig om het daarover te hebben.’
Zijn zoontje Noven begint hard te huilen. ‘O, saved by the bell. Haha. Nee hoor, helemaal niet. Ik ga even kijken of er een speentje uit is gevallen. Ik heb hem nog steeds hoor, de vraag.’
Vijf minuten later is hij terug.
‘Ah, dat mannetje. Hij is zo verkouden. Maar over je vraag. Ik heb daar niet eerder over gepraat in de media. Ik vind het lastig om in een krant te vertellen over de dingen die hij niet goed heeft gedaan. Dat voelt als moddergooien. Terwijl hij misschien ook al 20-0 achterstond voordat hij überhaupt kinderen kreeg. En er zijn ook momenten geweest dat het wel erg leuk was. Maar ook momenten die niet leuk waren. De details vind ik lastig om te vertellen. Laat ik het zo zeggen: ik denk dat je er als ouder altijd voor moet zorgen, dat het eigenlijk je plicht is, om je kinderen kind te laten voelen. Zodra je kinderen bang voor je zijn, gaat er iets niet goed. Kinderen horen niet bang te zijn voor hun ouders, die hoeven niet op hun tenen te lopen, en zich druk te maken over dingen waarover kinderen zich niet druk hoeven te maken.’
Vond je het eng om het contact met je vader te verbreken, als je bang voor hem was?
‘Op een gegeven moment waren mijn ouders gescheiden en liep het zo hoog op dat het klaar was. Dat is hoe wij thuis allemaal zijn, ook mijn drie broers. Als je het echt te bont hebt gemaakt, is het klaar. Ik ben lang boos geweest. Nog steeds kan ik boosheid ervaren.
‘Ik ben hem nog één keer tegengekomen. Ik was door mijn rug gegaan tijdens het honkballen en stapte half kreupel de auto uit en hoorde: ‘Hé Nick!’ Mijn vader. We raakten aan de praat en dan hoor je dingen die je niet leuk vindt. Dat zei ik ook. Het was geen fijn gesprek, ik voelde weer de adrenalinekick van vroeger, niet chill. Toen zei hij: ‘Ik zie je ooit wel een keer.’ En ga je weer weg van elkaar. Dat is nu twintig jaar geleden.
‘Op dit moment heb ik geen behoefte aan contact met hem. Toen ik die kleine kreeg, dacht ik wel: moet ik mijn vader iets laten weten? Maar ik moet niets, het is mijn kind, en ik heb geen zin in negativiteit. Er moet eerst nog een hoop uitgepraat worden. En of dat uitpraten erin zit, weet ik niet.’
Wel raar voor hem dat hij je nu op televisie ziet, lijkt me.
‘Dat lijkt me wel heel gek, als je zo lang je zoon niet hebt gezien. Nou ja, ben ik toch een beetje bij hem.’
Je hebt je zoon niet zijn achternaam gegeven.
‘Nee, hij heet Scheffers, naar mijn vriendin. De Toetenlijn stopt bij mij. In de familie maken we geintjes: de Toeten mogen zich niet voortplanten. Maar dat is het niet alleen. Ik vind het ook ouderwets dat het kindje per se de achternaam van de vader moet krijgen. Ik vond het mooi om te zien hoe de vader van Dinaira reageerde toen we vertelden dat we onze zoon Scheffers gingen noemen. Wow, echt waar?, reageerde hij.’
Hij is ook degene die je carrière op weg hielp door een camera voor te schieten.
‘Ja. Ik was als broekie net van de opleiding af en had geen cent te makken. Ik spaarde voor een mooie videocamera zodat ik mijn eigen producties kon draaien. Op een dag liep ik met Dinaira en haar ouders in de MediaMarkt en bleef ik hangen bij de camerahoek. Toen we weer naar buiten liepen zei Sjaak, haar vader, een man van weinig woorden, ineens: ‘Hé Nick, hoe duur was die camera waarnaar je stond te kijken? Wat nou als ik hem voor je koop en jij betaalt hem gewoon in jouw tempo terug?’ Ik wist niet wat ik hoorde. Huh? Jij? Voor mij? Ik was net een paar maanden met Dinaira. Tien minuten later liepen we de MediaMarkt uit met een gloednieuwe videocamera. Dat vergeet ik nooit.’
‘Vanaf dat moment voelde hij ook een beetje als mijn vader’, schrijf je in je kookboek. ‘Omdat hij zag dat ik iets wilde en hij besloot: ik help je. Omdat hij het gewoon deed, zonder veel woorden. In kooktaal: Sjaak is geen gerecht met achttien ingrediënten en complexe technieken. Hij is stamppot. Eerlijk, voedend en precies wat je nodig hebt om groot te worden.’
‘Ja, dat vind ik nog steeds zo geweldig. Dat is bepalend geweest voor alles wat daarna is gebeurd. Ik kon mijn bedrijf beginnen en eigen producties draaien. Dat hij zich opstelde als een vader, die kijkt naar wat je nodig hebt, is iets wat ik heel erg heb gemist. Het voelt alsof hij ook een beetje mijn vader is.’
Op wat voor manier heeft de scheiding van je eigen ouders jou gevormd?
‘Het was een vechtscheiding. Dat je als kind moet kiezen tussen je ouders, is één van de ergste dingen die je een kind kan laten voelen, denk ik. Dat heeft me in alles gevormd. Hoe ik met mensen wil omgaan, hoe ik met mijn kind wil omgaan, hoe ik met mijn vriendin wil omgaan, dat is allemaal bepaald door het anti-voorbeeld dat ik had. Ik denk dat als ik hier verder over nadenk en het laat bezinken, er nog een hele beerput is die opengetrokken kan worden, maar waar ik misschien wel een beetje bang voor ben.’
Je moeder vertelde dat zij na die scheiding in de schuldsanering belandde. Merkte jij het dat jullie het niet breed hadden?
‘Ja heel erg. We hebben van kinds af aan meegekregen dat je hard moet werken. Mijn moeder, die 62 is, werkt tot op de dag van vandaag zeven dagen per week. Ze heeft een vintagewinkel, die is twee dagen in de week dicht, maar in die dagen is ze alles aan het strijken en nieuwe kleding aan het kopen. Hard werken is de rode draad in ons leven. Ook toen mijn vader de viszaak nog had, bestond ons leven alleen maar uit werken. Dat is hoe we zijn opgegroeid.’
Je moeder heeft die schuld sinds vorig jaar, bijna twintig jaar later, eindelijk afgelost.
‘Ja. Zij heeft die schuld, die niet eens van haar was, zelf afbetaald. Het was een succesvolle viswinkel, totdat mijn vader en moeder in die vechtscheiding belandden en mijn vader ineens allemaal andere dingen ging doen en er steeds minder inkomsten binnenkwamen. De tweedehandskledingwinkel die mijn moeder na de scheiding begon, liep goed, maar die viswinkel was een vof, en dan ben je er alle twee aansprakelijk voor als één iemand schulden maakt. Mijn moeder is er dus in meegetrokken. Daardoor heeft ze keihard moeten werken. Echt niks dan liefde voor mijn moedertje. Als ik ergens mee zit en mijn moeder bel, en zij vraagt wat er is, stromen de tranen meteen over mijn gezicht.’
Dat jullie het niet altijd breed hadden, zie je in bepaalde recepten terug, zoals gebakken...
Onderbreekt: ‘Boterhamworst. Dikke plakken boterhamworst bakte ze en dat aten we dan met macaroni en een zakje van Knorr. Ja, mijn moeder kon van een drol een gebakje maken.’
Fluistert naar de babyfoon waarop te zien is dat zijn zoontje overeind kruipt: ‘Blijf alsjeblieft slapen, blijf alsjeblieft slapen... Ja, hij ligt weer lekker.’
Je moeder heeft best wat tatoeages in haar hals, heb jij daarom ook tatoeages genomen?
‘Mijn eerste was drie sterren op mijn arm. Ik liep met mijn moeder door Den Haag en we kwamen toevallig langs een tatoeagewinkel. ‘Mam, ik wil een tatoeage’, zei ik voor de gein. Oké, zei mijn moeder, en ze trok me die shop in. Ik was 15 en opeens had ik drie sterren op mijn arm. Mijn moeder had die tatoeages in haar hals toen nog niet, wel een paar andere en piercings vond ze ook te gek. Bij haar kin, haar lip, in haar neus en wenkbrauw. Het kwam later pas dat mijn moeder onder de tatoeages zat. Zelf zou ik mijn nek nooit doen. Ik heb zo’n dikke nek, dat kost veel te veel geld.’
Als je aan je moeder denkt, welk gerecht komt dan naast de gebakken boterhamworst nog meer naar boven?
‘O, heel veel. Kabeljauwstoof, ketjap kibbeling. Bij de kibbeling die aan het eind van de dag over was, maakte ze een ketjapsaus met ui en knoflook. Dat was te gek. Haar gehaktbrood was ook altijd lekker. En haar tonijnsalade die ze altijd voor kerst maakt.’
Ook jij bent zorgzaam, vertelde Dinaira. Op mijn vraag wat een goede vraag aan jou zou zijn, zei ze: hoe ga je goed voor jezelf zorgen? Want dat doe je nu niet.
‘Dat doe ik niet goed genoeg, nee. Ik ben vooral dienstbaar naar anderen. Als mensen waarvan ik hou zich goed voelen, voel ik me ook goed. Als je bij mij komt eten, wil ik graag voor je zorgen zodat je je thuis voelt. Zoals mijn moeder dat vroeger met eten bij ons thuis deed, en ik er ondanks alles warme herinneringen aan heb.’
Hoe komt het dat je zo slecht voor jezelf kunt zorgen?
‘Ik denk dat we dan weer terug moeten naar mijn jeugd. Ik wilde het iedereen in het gezin naar de zin maken. Ik wilde geen golven maken. Ik deed er alles aan om te voorkomen dat mijn vader boos werd. Ik denk dat het daar vandaan komt. En dat is geëvolueerd naar dat ik nu een pleaser ben die beter voor anderen dan voor zichzelf kan zorgen. Ook op werkgebied. Ik ga er vol in. Ik probeer alle balletjes hoog te houden, maar je kunt niet twintig balletjes tegelijkertijd hoog houden.’
Is dat harde werken en niet goed voor jezelf zorgen het laatste restje uit je jeugd dat je achtervolgt?
‘Ik denk het. Elke keer schuif ik het moment waarop ik meer rust heb een stukje op. Tot ik straks 80 ben, en misschien zelfs dan niet eens.’
Noven begint te huilen, zijn speentje is uit zijn mond gevallen. Fluisterend: ‘Je hebt hem, pak dan. Ga maar rustig slapen, ventje. O, hij gaat staan. Hij is nu echt wakker. Ik ben zo weer terug.’
Als hij weer terug is: ‘Het klinkt heel zoetsappig, maar voor mij is vader worden een van de mooiste dingen die ik ooit heb meegemaakt. Het is insane als je je eigen kind in je armen hebt. Bij alles wat ik doe, denk ik: zo snel mogelijk weer terug naar huis, want ik heb een gezin thuis. Ik heb een kindje en een vriendin.’
Maak je al zijn eten zelf?
‘Ja, ik heb niks uit potjes gegeven. Omdat dat gezond is, maar ook omdat ik hecht aan de beleving van het koken en daarna samen eten. Zoals ik het in mijn boek beschrijf, zo beleef ik eten ook echt, je creëert herinneringen. Wat ik niet heb opgeschreven, maar wat ik me later bedacht, is dat eten me ook een gevoel van veiligheid geeft. We hadden het over vroeger, over mijn vader, en over hoe dingen teleurstelden, maar eten heeft me nooit in de steek gelaten, eten heeft mij nooit teleurgesteld.’
Hoe bedoel je dat?
‘Ik denk dat het te maken heeft met wat ik eerder vertelde over dat ik thuis op mijn tenen liep en me onveilig voelde. De een vlucht dan in gamen, de ander in boeken lezen, muziek, drugs of drank, en ik heb daar eten voor gebruikt. Als ik als kind van school kwam en het daar niet fijn had gehad, ging ik langs de viszaak – toen ging het nog goed tussen mijn ouders – en nam een kibbeling of een visfrietje. Er zat nooit een rem op. Er werd nooit gezegd: genoeg. Ik kon altijd blijven pakken. Eten gaf mij een gevoel van veiligheid. Dat is zo gebleven.
‘Eten is gewoon meer dan alleen je hongergevoel stoppen of je voedingsmiddelen en vitaminen binnen krijgen. Iemand die er niet meer is, kun je door middel van eten, of bepaalde geuren weer even in de ruimte laten zijn. Als je oma altijd hachee maakte en je hebt dat recept nog: bescherm het met je leven. Lijst het in. Stop het bij je waardevolste spullen.
‘En vergeet niet: het is nooit te laat om herinneringen te maken. En dan gaat het niet alleen om het eten ervan, maar ook om het samen bereiden, het erover praten. Dat is mijn love language. Je creëert een situatie waarin iedereen samenkomt. Het is een gedeelde ervaring. Als ik Mexicaans stoofvlees maak en ik zet het op tafel met een zuurtje, guacamole, salsa en maistortilla’s, waar iedereen van pakt, dan is het daarna even stil. Je hoort alleen maar ‘o, dat is echt lekker Nick’. Die momenten van stilte, dat iedereen hetzelfde aan het beleven is, is gewoon een reclame voor mastercard, onbetaalbaar!’
10 april 1986 Geboren in Den Haag.
1998-2002 Johan de Witt College, afdeling grafisch en creatief.
2002-2004 Werkt in de viswinkel van zijn ouders.
2004-2006 Mondriaan Koksopleiding (mbo) in Den Haag.
2006-2008 Kok bij diverse restaurants: Het Gouden Hoofd, La Fontaine en Atlantic Hotel.
2008 tot 2011 Grafisch Lyceum Rotterdam, mbo-opleiding video editing.
2012-2014 Cameraman/video-editor GeenStijl.
2014-2022 Cameraman/video-editor Dumpert.
2017 Presenteert DumpertEten.
2018 Lancering van youtubekanaal EtenmetNick.
2021 Kookboek Eten met Nick.
2023 Kookboek BBQ’en met Nick.
2024-heden Presentator Taarten van Babel.
Vanaf september 2025: jurylid van Heel Holland Bakt Kids.
18 november 2025: Derde kookboek Thuis bij Nick, Huisje, boompje, vreten bij Uitgeverij Carrera Culinair.
Nick Toet woont met zijn vriendin en zoontje in Voorburg.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant