Voor gezondheidspsycholoog Huub Buijssen draait het om depolarisatie. Mensen mogen het oneens zijn, maar in dat meningsverschil luisteren ze naar elkaar en respecteren ze elkaar. Hij vergeet echter één ding.
is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.
Manhattan (1979) telt als dé Woody Allen-film die door de tijd is ingehaald, of in elk geval als schoolvoorbeeld van alles wat er mis met hem zou zijn. Allens personage van 40-plus heeft wat met een 17-jarige – in 1979 een saillant gespreksonderwerp, in 2025 gefronste wenkbrauwen.
Dit terzijde. Op een feestje vol, zoals Rutte het noemde in een van zijn meer populistische buien, ‘witte wijn sippende elite’, wordt een demonstratie van neonazi’s besproken. Er stond gelukkig een scherp stuk over in de Times, zegt een van de intellectuelen. Ja, zegt Allen, maar honkbalknuppels, die komen pas aan! Nee, nee, zegt de ander. Bijtende satire is altijd beter dan fysiek geweld.
Nou, zegt Allen, het is moeilijk om satire te bedrijven met mensen die hun laarzen poetsen.
De kunst is, zou je hopen, dat je mensen kunt overtuigen die laarzen niet aan te trekken en de polarisatie voor te zijn. Zoiets moet de missie zijn van gezondheidspsycholoog Huub Buijssen (1953), die al een stapeltje boeken schreef over de psychologische achtergronden van het populisme. Die kennis scherpte hij nu aan tot een handboekje omgaan met: Hoe praat je met een populist?
Speciaal geschreven met de feestdagen op komst. Kerst is volgende maand, Sinterklaas is al over een paar weekenden. Voor de gedichten rijmt er gelukkig veel op PVV en Geert. (‘Je noemt jezelf een getrouwe burger, vrij en onverveerd/ je roemt onze verlichte rechtsstaat, maar waarom stemde je dan Geert?’)
We beginnen bij de spiegel. Buijssen: ‘Wie dit boek leest, zal ontdekken dat praten met een populist begint bij jezelf. Het vraagt een houding van nederigheid: besef dat ook jij blinde vlekken hebt, dat jouw overtuigingen net zo goed geworteld zijn in emoties.’
Ook linkse, hoogopgeleide stemmers, betoogt Buijssen, zijn milieuvervuilend, gebruiken hun intelligentie niet om de waarheid te zoeken maar om hun eigen gelijk te bevestigen (het zogenoemde smart idiot effect) en leven in homogene netwerken. Kortom, de GroenLinks-stemmer is niet empathischer of rationeler dan de PVV-stemmer. Dus als je met je populistische neef in gesprek gaat, denk dan niet dat je wijzer bent. Populisten hebben hun eigen logica en die moet je willen begrijpen, niet beschimpen.
Stap twee: ga niet debatteren. Over het algemeen zijn mensen op basis van nieuwe informatie bereid hun mening aan te passen als het gaat om niet-persoonlijke onderwerpen. Maar niet als het gaat om overtuigingen die aan de eigen identiteit raken, ethisch gevoelig thema’s, zoals abortus of immigratie.
Tegengestelde argumentatie leidt volgens wetenschappers juist tot het backfire-effect: in een debat slaan de hersengebieden aan die op dreiging reageren, waardoor mensen hun hakken dieper in het zand steken. Je schiet er niks mee op. Volgens ander onderzoek verandert vrijwel niemand van overtuiging na het zien van een politiek debat op tv.
In plaats van debat moet je dus verbinding zoeken. ‘Deep canvassing’: creëer een goede sfeer, begin niet meteen over de verkiezingen of Gaza, wees respectvol, zeg niet: ‘Dat meen je niet.’ Waarschijnlijk mag je van Buijssen ook niet met je ogen rollen en zachtjes kreunen.
Ga in plaats daarvan bij je populistische tante op zoek naar gedeelde waarden. Laat haar uitpraten over azc’s en vluchtelingen die voorrang zouden krijgen bij huurwoningen waardoor haar kinderen geen huis kunnen vinden, en concludeer: ‘Iedereen verdient een fatsoenlijke woning. Dat is echt een basisrecht, dat vind ik ook.’
Waar Buijssen naar zoekt is depolarisatie. Mensen mogen het oneens zijn, maar in dat meningsverschil luisteren ze naar elkaar, respecteren ze elkaar en lopen ze niet van elkaar weg.
Het punt is natuurlijk is dat er maatschappelijk meer op het spel staat dan de kerstgourmet. De polarisatie in het land gaat om meer dan alleen meningen, het gaat ook over de gevolgen van die meningen. Anders gezegd: twee meningen kunnen naast elkaar bestaan, maar alleen zolang die elkaar niet de zuurstof ontnemen.
Kun je agree to disagree met iemand die bepleit dat jouw politieke leidsmannen aan tribunalen moeten worden overgeleverd wegens landverraad? Kun je respectvol luisteren naar iemand die beweert dat jouw verblijfsvergunning moet worden ingetrokken?
Dat is net de laatste stap die Buijssen in zijn sympathieke handboek nalaat: hoe geef je aan dat je niet alleen begripvol luistert, maar dat er ook een grens is? Dat je bepaalde waarden hebt, bijvoorbeeld over burgerrechten of over de democratie, die je weigert weg te relativeren ten faveure van een prettige kerstdis? Je kunt niet alleen de ander respecteren, je zult ook je eigen waarden serieus moeten nemen.
Misschien kan het dus best soms ontploffen, bij het familiediner. Dan stuur je het goedmaakgedichtje per post op. (‘Je stemde Geert, ik noemde je fascist/ maar weet dat diep van binnen, deze Sint je toch wel weer mist.’)
Huub Buijssen: Hoe praat je met een populist? Handleiding voor feestdagen en familiediners. Zwartjes & Labovic; 123 pagina’s; € 15,99.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant