‘Van Nederland hebben we geleerd hoe het níet moet’, zei de Duitse regering toen zij een unieke legaliseringsvorm van cannabis aankondigde. Anderhalf jaar later zien de Duitsers dat drugsproblematiek zich niet in een papieren werkelijkheid laat vangen.
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
Al bij het eerste woord gaat het mis. ‘Uitgifte’, corrigeert Jana Halbreiter (37), voorzitter van de Green Leaf Society, wanneer ze gevraagd wordt hoe de legale cannabisverkoop bij haar werkt. ‘Verkopen doen wij hier niet.’
Waar we mee te maken hebben, deze druilerige donderdagmiddag, is de eerste Berlijnse niet-commerciële club voor de teelt van cannabis in vereniging. Cannabisclub, in de volksmond.
‘Het klinkt als een slechte mop’, grapte de Berlijnse comedian Passun Azhand toen in 2023 de legalisering van cannabis werd aangekondigd. ‘Hoe blowen de Duitsers? Die richten eerst een veréééniging op. Met een verenigingsvoorzitter. En een penningmeester.’
In 2024 legaliseerde Duitsland cannabis van teelt tot consumptie. Centrale pijler van de nieuwe wet: niet-commerciële verenigingen waarvan de leden gezamenlijk en kostendekkend cannabis kweken, onderling verdelen en thuis consumeren. Maximaal vijfhonderd leden per club, minimumleeftijd 18 jaar, maximale afname 50 gram per persoon per maand. En op minimaal 200 meter afstand van scholen, jeugdinstellingen, kinderdagverblijven en speelplaatsen.
‘Dit is de beste vorm van legalisering die tot nu toe door een land is geprobeerd’, beloofde toenmalig minister van Volksgezondheid Karl Lauterbach bij de aankondiging. Anderhalf jaar later blijkt uit de eerste uitvoerige evaluatie: de cannabisclubs hebben een verwaarloosbaar effect. Minder dan 0,1 procent van de geschatte jaarlijkse cannabisconsumptie komt van een gelicentieerde vereniging.
De verenigingsvoorzitter van de Green Leaf Society ontvangt in een grauw oost-Berlijns kantoorpand, pal naast een reusachtige energiecentrale. Alleen dan lukt het om binnen de stadsgrenzen voldoende afstand tot speeltuinen te houden, zegt Halbreiter terwijl ze een zware deur opent en de lichten aanknipt.
Op de muren verschijnen afbeeldingen van hennepbladeren, in een boekenrek liggen flyers en lange vloei, uit een speaker klinkt reggae. Camera’s turen vanuit meerdere hoeken naar het piepkleine voorportaal van een nog beter beveiligde ruimte. Waar de wiet vandaan komt is strikt geheim, laat staan dat de pers daar mag kijken. Halbreiter wil slechts kwijt dat het binnen de Berlijnse stadsgrenzen is.
Eenmaal binnen staat de wiet in zeven potjes opgesteld, driemaal indica (rustgevend) en viermaal sativa (enerverend). ‘Where the magic happens’ beloven kleine neonletters aan de muur.
Alleen: hier gebeurt helemaal geen magie.
‘Toen de wet werd aangekondigd, hoopten wij dat het zoiets zou worden als de cannabisclubs in Spanje’, zegt Halbreiter. ‘Daar kunnen mensen samenkomen en elkaar ontmoeten. Hier zijn we gedegradeerd tot uitgiftepunt. We zijn verantwoordelijk voor het proces van zaadje tot uitgifte, en juist dan is het finito – afgelopen. Dat is voor een vereniging vreselijk.’
‘Tegelijk moeten wij aan alle voorwaarden voldoen van een commerciële onderneming, plus een hele hoop meer. Zelfs onze weegschalen moeten door een laboratorium worden geijkt.’
Toezicht wordt gehouden door lokale autoriteiten, en in het federale Duitsland verschilt hun optreden van staat tot staat. In de oostelijke deelstaat Thüringen hebben zeven cannabisclubs een vergunning en sinds april is de toezichthouder daar 22 keer op inspectie geweest, vertelt Halbreiter, tevens bestuurslid van de branchevereniging van cannabistelers. Het conservatieve Beieren sputtert zo tegen dat de enige functionerende club vorige maand haar deuren sloot.
In het linkse Hamburg en Berlijn zijn de autoriteiten meer welwillend, maar ook hier moet men van goeden huize komen.
Halbreiter is opgeleid als bedrijfskundige, en stond bij de aankondiging van de nieuwe wetgeving al paraat met een gezelschap vrijwilligers – de teelt staat onder toezicht van een in Californië opgeleide meestertuinbouwer. Alsnog hadden ze bijna tien maanden nodig voordat de aanvraag van 130 pagina’s rond was.
Geen wonder dat de eerste diepgravende evaluatie van het cannabisbeleid tot de conlusie leidt dat ‘aanbouwverenigingen tot nu toe geen relevante bijdrage hebben geleverd aan de door de wetgever beoogde verdringing van de zwarte markt.’
In plaats daarvan lijkt de nieuwe wetgeving vooralsnog te resulteren in een enorme grijze markt. Het overgrote deel van de 670 tot 823 ton cannabis die Duitsland in 2024 consumeerde, komt uit bronnen die de onderzoekers typeren als ‘social supply’. Vrienden, familie, connecties, vaak tegen kostprijs, de herkomst waarschijnlijk deels legaal.
Nieuw is namelijk ook dat elke volwassene drie planten voor eigen gebruik in huis mag hebben, zegt verslavingsonderzoeker Daniel Kotz van de Universiteit van Düsseldorf, een van de auteurs van het rapport. ‘Tegelijk mag je per persoon per maand maximaal 50 gram cannabis hebben. Als die planten 60 gram produceren, is dus 10 gram daarvan illegaal. Als je wat aan je buurvrouw geeft, is dat ook illegaal. Zo krijg je cannabis in de omloop die legaal is geproduceerd maar illegaal wordt doorgegeven.’
Voor Duitsers die wiet uit Nederland halen, is het precies andersom. Die wordt daar illegaal geproduceerd maar in Duitsland legaal opgerookt.
Rest de vraag: is dat erg, als het betekent dat mensen minder naar regelrechte drugsdealers gaan?
Onderzoeker Kotz denkt van niet. Het beleid is nog piepjong, zegt hij, en zeer complex. De wetgever wil dat mensen die cannabis consumeren dat veiliger doen, zonder dat het leidt tot méér consumptie, en probeert alles dus tot op detailniveau te regelen.
De grootste winst is dat met één pennenstreek politie en justitie goeddeels zijn bevrijd van de verplichting achter wietgebruikers aan te jagen. De Duitse politie had in 2024 met 100 duizend cannabisdelicten minder te maken dan het jaar ervoor.
Verdere conclusies zijn lastig. De jeugd consumeert iets minder, volwassenen iets meer, maar die trends zijn al jaren zo. Het aantal verslavingsgevallen en de verkeersveiligheid lijken niet wezenlijk veranderd.
‘Toch denk ik dat dit een goede poging is om een positieve invloed uit te oefenen’, zegt Kotz. ‘Het Nederlandse model voedt criminaliteit. Simpelweg legaliseren, zoals in Canada, leidt tot winkels waar iedereen zomaar binnenloopt. Er is geen perfecte oplossing voor alle problemen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant