Financiële stabiliteit Europese en Amerikaanse regels voor stablecoins lopen uiteen en dat is riskant, meent De Nederlandsche Bank. Over euro-obligaties uit de onlangs aangetreden DNB-president Sleijpen zich kritischer dan zijn voorganger Knot.
Kantoor van de Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam. De centrale bank is bezorgd over de risico's die gepaard gaan met de opmars van de stablecoins.
Stablecoins, de snel opkomende cryptomunten die zijn gekoppeld aan traditionele valuta, vormen een groeiend risico voor het financiële systeem. Dit heeft de president van De Nederlandsche Bank, Olaf Sleijpen, maandag gezegd tijdens een persconferentie bij verschijning van het halfjaarlijkse rapport van DNB over de financiële sector. Het risico neemt mede toe doordat de regelgeving voor stablecoins in de VS soepeler is dan die in Europa, meent DNB.
Net als andere toezichthouders ziet DNB zich genoodzaakt de snel groeiende wereld van de stablecoins te „verkennen”, zoals de centrale bank het zelf noemt in haar Overzicht Financiële Stabiliteit. Stablecoins zijn door commerciële bedrijven uitgegeven cryptomunten, met als onderpand traditionele valuta, waarmee makkelijk (grensoverschrijdend) transacties kunnen worden gedaan.
Hij sprak van een „financieel stabiliteitsrisico” dat zich in de toekomst kan voordoen. „De markt groeit heel snel en de verwevenheden met het traditionele stelsel nemen toe”, zei Sleijpen.
Stablecoins zijn één-op-één gekoppeld aan traditionele munten: voor één stablecoin belooft het uitgevende bedrijf één dollar of één euro als onderpand aan te houden. Verreweg de meeste stablecoins zijn aan de dollar gekoppeld – Tether en Circle zijn daarvan de meest gebruikte – maar euro-stablecoins zijn er ook. De markt voor stablecoins was in 2019 nog verwaarloosbaar, maar is inmiddels zo’n 300 miljard dollar (260 miljard euro) waard.
Analisten verwachten verdere, explosieve groei in het gebruik van dit type cryptovaluta, die door zijn inwisselbaarheid met reguliere valuta een brug vormt tussen de cryptowereld en de traditionele financiële sector. Tegen het einde van dit decennium, zo voorspelde bestuurslid Stephen Miran van de Amerikaanse centrale bank laatst, zal de markt tussen de 1.000 en 3.000 miljard dollar omvatten.
DNB ziet zowel kansen als risico’s in de opmars van de stablecoin. Grensoverschrijdend betalingsverkeer kan makkelijker worden. Maar wanneer het vertrouwen in één of meer stablecoins opeens verdampt, kan dit nadelig uitpakken voor het financieel systeem als geheel. Wanneer veel beleggers gelijktijdig hun stablecoins willen verkopen – zoals gebeurde in 2023 na het faillissement in de VS van Silicon Valley Bank – kan dit leiden tot gedwongen verkopen van het onderpand. „Dergelijke schommelingen kunnen de komende jaren toenemen, als stablecoins verder groeien”, aldus DNB in het Overzicht Financiële Stabiliteit.
Een bron van zorg voor DNB is dat regelgeving in Europa verschilt van die in de Verenigde Staten. Zowel de EU als de VS hebben onlangs wetgeving aangenomen om stablecoins te reguleren. In de VS gaat het om de zogeheten GENIUS Act, die als expliciet doel heeft het gebruik van dollar-stablecoins te stimuleren, en zo ook de positie van de dollar in het mondiale systeem te versterken. De GENIUS Act is soepeler dan de EU-wetgeving (MiCAR) als het gaat om de regels voor het onderpand, merkt DNB op in het rapport. Ook mag je in Europa als uitgever van stablecoins geen kosten rekenen voor inwisselverzoeken (van stablecoin naar ‘echt’ geld), waar dat in de VS wel mag.
Die verschillen in regelgeving brengen risico’s met zich mee. Een Amerikaanse uitgever, schrijft DNB, kan via een kleine dochteronderneming in de EU eenzelfde stablecoin uitgeven in zowel de VS (onder de GENIUS Act) als in de EU (onder de Europese MiCAR-verordening). „In geval van stress zou dit ervoor kunnen zorgen dat stablecoinhouders kosteloos en op grote schaal inwisselverzoeken indienen bij de Europese entiteit, met mogelijke liquiditeitsstress bij deze instelling tot gevolg.”
DNB zou graag beter gecoördineerde internationale regelgeving zien, maar daar zijn de tijden niet naar. „De internationale samenwerking staat onder druk, er is steeds meer blokvorming”, zei Sleijpen. Het probleem daarvan is dat wet- en regelgeving onvoldoende op elkaar aansluit, zei hij, verwijzend naar stablecoins, maar ook naar banken. „Voor je het weet kom je terecht in een race to the bottom, precies het tegenovergestelde van wat je zou willen.”
De geopolitieke spanningen zorgen er mede voor dat het momenteel „code oranje” is op de financiële markten, zei Sleijpen. De waarderingen op de aandelenmarkten, met name die in de VS, zijn hoog en tegelijkertijd is de onzekerheid over de koersontwikkeling enorm. Daar komt bij dat toezichthouders nog onvoldoende zicht hebben op de rap gegroeide kredietverlening door partijen als beleggingsfondsen, die in veel gevallen de rol van kredietverlener hebben overgenomen van banken (private credit). Intussen bestaat, vooral vanuit de VS, de politieke druk om de financiële sector te dereguleren.
Na de grote financiële crisis van 2007-2009 zijn de regels voor met name banken juist fors aangescherpt: ze moesten onder meer hogere kapitaalbuffers hebben. Bankenregels in Europa kunnen weliswaar worden versimpeld, maar deregulering is het verkeerde pad, zei Sleijpen. „Laten we niet dezelfde fouten gaan maken als anderen, nu de risico’s voor het financiële systeem zo hoog zijn.”
Tijdens zijn persconferentie liet Sleijpen zich weinig enthousiast uit over eurobonds, de op EU-niveau uitgegeven overheidsobligaties. Hij zei te vrezen dat die de overheidsschulden in Europa alleen maar verder zullen verhogen, een zorg die Sleijpen laatst ook in een interview met De Telegraaf uitte. Met name het politiek zwaar gepolariseerde Frankrijk heeft grote moeite zijn overheidsschuld (117 procent van het bbp) onder controle te krijgen.
„Als centrale bankier maak ik me zorgen over het risico van die overheidsschulden”, zei Sleijpen, omdat dit „het monetaire bereik kan doorkruisen”. De Europese Centrale Bank kan onder druk komen om overheidsschulden te gaan opkopen, zoals zij in het recente verleden al een paar keer deed. „De uitgifte van eurobonds zonder meer – dus zonder dat je rekening houdt met het hoge niveau van de schulden – is niet iets waar ik als monetair beleidsmaker direct vrolijk van word”, zei Sleijpen.
Sleijpen, die in juli het roer overnam van Klaas Knot, kiest een andere toon dan zijn voorganger. Knot zei in maart nog dat, als Europa meer in defensie wil investeren, daar ook „een stukje Europese financiering bij hoort”. Hij zei toen ook dat er in de Nederlandse politiek soms wordt „gehyperventileerd” over eurobonds.
Is dat een andere benadering dan die van uw voorganger, zo kreeg hij de vraag van journalisten. Sleijpens antwoord: „Dat zou u mijn voorganger moeten vragen.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC