Home

Wereldvrede mogelijk maken – dat wilden kunstenaars Archipenko en Donas

Tentoonstelling Met een grote expositie in Genève in 1920 riepen kunstenaars na de ellende van de Eerste Wereldoorlog op tot internationale verbroedering. Hoe dat artistieke vredesoffensief eruitzag, is nu te zien in het KMSKA. De expositie staat vooral stil bij het werk van voormalig liefdespaar Marthe Donas en Alexander Archipenko.

Beelden van Alexander Archipenko en schilderijen van Marthe Donas zijn samen te zien op de tentoonstelling 'Donas, Archipenko & La Section d'Or' in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.

Tentoonstelling

Donas, Archipenko & La Section d’Or. Betoverend modernisme. Tot en met 11 januari in het Koninklijk Museum voor Schone Kunst Antwerpen. www.kmska.be

Nieuwe vormen voor een nieuwe wereld, dat had de wereld nodig, besloten kunstenaars na de gruwelijkheden van de Eerste Wereldoorlog. Steden lagen in puin, het kwaad had een gezicht gekregen. Een nieuwe beeldtaal kon Europa een nieuwe wereld voorspiegelen. En voor de allernieuwste vormen, vonden de kunstenaars zelf, moest je bij hen zijn, de avant-gardisten. De aangewezen plek voor hun vredesoffensief was Genève. In 1919 was daar de Volkenbond opgericht voor een internationale verbroedering, het jaar erop startten kunstenaars er de voorbereidingen voor hun expositie.

Kunstenaars uit heel Europa werden uitgenodigd en gloedvol opende de expositie eind 1920: kubisme, Dada, onduidbare tussenvormen, Magritte, Vantongerloo, Vassilieff. Thorvald Hellesen schilderde draaiende motoren als ode aan de industriële vooruitgang, Frantisek Kupka zocht het in kosmische cirkels van verf. Het ging om een pan-Europese saamhorigheid, voorbij landsgrenzen en voorbij grenzen tussen de kunstvormen – zo exposeerden Goncharova en Larionov extravagante balletkostuums, want het hele leven moest schoonheid kunnen krijgen.

Hoe dat artistieke vredesoffensief er ongeveer uitzag, is nu te zien in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Geneefse deelnemers vullen de slotzaal van een tentoonstelling die vooral gaat over slechts twee van de toenmalige deelnemers: Marthe oftewel Tour Donas (1885-1967) en Alexander Archipenko (1887-1964), tussen tijdgenoten zoals het Franse kunstcollectief La Section d’Or waar ze bij hoorden. Met bijvoorbeeld Legér, Villon, Kupka vormden ze een groep zonder stilistisch manifest, maar met een behoefte om kleur en vorm met energie neer te zetten.

Abstracte compositie nr. 6 van Marthe Donas.

Voormalige geliefde

Zo ook Donas. Zij liet in Genève vijf schilderijen zien, kon er aansluiten bij haar Belgische landgenoten, maar koos La Section d’Or. Dat klinkt wat ongemakkelijk. Want dat waren weliswaar haar kunstenaarsvrienden, maar ook Archipenko, haar voormalige geliefde.

Zo’n drie jaar waren ze samen geweest, kort, maar lang genoeg voor het museum om met vijf flinke zalen een grote expositie te wijden aan hun tijd als duo.

De liefde was ontstaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Archipenko was een bekende kunstenaar uit Kyiv en zat in Parijs. Daar werd het onrustig en daarom ging hij naar Nice. Donas kwam uit een welgestelde familie in Antwerpen waar ze, tegen de zin van haar vader, naar de kunstacademie was gegaan. De oorlog bracht ook in België een grote vluchtelingenstroom op gang. Donas belandde in Dublin. Daar ging ze glaskunst studeren tot de onafhankelijkheidsstrijd er te hevig werd. Ze verhuisde naar Parijs, ontdekte het kubisme, raakte blut, begeleidde een rijke dame naar Nice en daar – in 1917 – was Archipenko.

De liefde ontbrandde en artistiek waren ze geestverwanten. Als vrouw hoorde je er niet echt bij en dus koos ze een genderneutraal pseudoniem, Tour Donas. Ze schilderde stillevens waarin koffiepotten oplossen in overlappende vlakken, lijnen herhalend, in een ritmische dynamiek. Die bleef haar werk kenmerken. Archipenko deed ook zoiets. Zijn bronzen gondelier uit 1914 en wandelende soldaat uit 1917 zijn mechanisch uitziende mensen – heel modern – met tussen de volumes aandacht voor zijn grote thema: leegte. In ‘sculpto-schilderijen’ omringde hij geschilderde delen met houten vormen, schilder- en beeldhouwkunst vervloeiend. Allebei en ook de andere leden van La Section d’Or gaven schwung aan het kubisme, dat in de kern een heel saaie stroming met bruine vierkantjes was. Daar voegden ze volop beweging aan toe. Die variaties etaleert het museum met vijf grote zalen. Kunst als vluchtheuvel in de stroom van oorlogsellende.

Alexander Archipenko maakte ‘sculpto-schilderijen’ zoals dit werk, ‘In het boudoir’, waarbij hij onder andere metaal, hout, gedrukt papier en foto’s combineerde met olieverf.

Schilderen met schuurpapier

Archipenko is in de kunstgeschiedenis een gevestigde naam, Donas niet. Ze maakte boeiend werk, asymmetrische schilderijen waarin ze verf combineerde met zand en textiel. Een soort schilderen met schuurpapier in toch juist heel zachte parelmoertinten – boeiend, en best gek werk is het. Het aardige van het ontdekken van iemand die buiten de kunsthistorische canon is gevallen, is dat ze vaak werk maakte dat niet past in het doorsnee beeld van een stroming.

Dat komt deels door de discriminatie van vrouwen. Deels ook komt het doordat die canon is opgesteld door kunsthistorici met een soort opruimgoeroementaliteit: kubisten in dit vakje, de expressionisten in dat laatje, klaar. Maar aan Donas, die ook nog een Stijl-achtige fase doorliep, en aan andere tijdgenoten zie je dat die afkadering niet klopt. Sommige avant-gardisten fietsten losjes door stijlen heen: laat ik vandaag wat surrealistisch doen, morgen weer Dada. Labels hoefden niet streng te zijn, grenzen mochten geen splijting zijn – zoals de Volkenbond ook vond, althans in geopolitiek opzicht.

Een persoonlijke splijting kwam er wel. Na de oorlog keerden Donas en Archipenko terug naar Parijs, waar La Section d’Or weer even bijeen kwam, maar de liefdesrelatie strandde. Zij kon geen galerie vinden en verhuisde terug naar Antwerpen. Hij ging naar de VS. Ze zouden elkaar nooit meer zien.

Deze tentoonstelling past in een grote trend van musea om vergeten vrouwelijke kunstenaars te eren, wat het KMSKA nu doet met de Antwerpse Donas. Toch doet het dat maar half. Het belicht slechts een paar jaar van haar leven, en presenteert haar bovendien tussen relatief veel mannelijke tijdgenoten – ook wat eenzijdig. Van na haar breuk met Archipenko en na de Geneefse tentoonstelling hangt er van Donas nog één ‘Abstractie van een beeldje’ uit 1927, en dat was het dan. Terwijl ze nog tot 1967 leefde.

Zo’n bruut einde is een deceptie. Dat schilderijtje uit 1927 hangt weliswaar naast het grootse Geneefse initiatief. Maar bij die feestelijkheid hoorde de verzoenende Volkenbondboodschap dat er nooit meer oorlog zou komen. Zo bezien, met onze kennis van nu, voelt de deceptie nog iets groter.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next