Home

Thuisaccu’s zijn razend populair in Duitsland. Kunnen ze ook iets betekenen voor de energietransitie in Nederland?

Thuisaccu’s, batterijen die thuis elektriciteit opslaan van eigen zonnepanelen, zijn in Duitsland razend populair. Nederland – wereldkampioen zonnepanelen – bleef lange tijd achter. Hoe komt dat? De Volkskrant ging op bezoek bij een Zuid-Duitse fabrikant van thuisbatterijen.

Ook in de duurzame wereld blijkt de een zijn dood de ander zijn brood. Toen de fabrikant van elektrische auto’s Fisker vorig jaar roemloos ten onder ging en er nog honderden gloednieuwe e-auto’s in de fabriek stonden, zag het Beierse Fenecon zijn kans schoon. De Duitse maker van industriële batterijen en thuisaccu’s kocht alle accu’s van Fisker op. Die worden nu gebruikt in grote accusystemen voor bedrijven en industrie. ‘Een mooie deal’, glundert Oleg Ratkovsky, lid van het team dat verantwoordelijk is voor de internationale expansie van het bedrijf, terwijl hij zijn bezoek uit Nederland wijst op een manshoge container waarin diverse Fiskerbatterijen boven elkaar liggen.

Fenecon wist ruim 1 gigawattuur aan autobatterijen te bemachtigen, wat genoeg is voor een jaar productie van de nagelnieuwe fabriek in het Zuid-Duitse Iggensbach, zegt Ratkovsky.

Tijdens de klimaattop in Brazilië bezoekt de Volkskrant landen die op een bepaald onderdeel van de energietransitie voorop lopen. Wat valt daarvan te leren? Ook in deze serie:

Noorwegen: wereldkampioen elektrische auto’s

Spanje: grote waterstofambities

China: de hogesnelheidstrein als vliegtuigkiller

Fenecon is nog niet zo lang actief in de productie van industriële accu’s; het bedrijf heeft de afgelopen jaren vooral naam gemaakt als leverancier van batterijsystemen voor woningen. Deze thuisaccu’s zijn razend populair in Duitsland.

Dat is opmerkelijk, want in Nederland worden ze nog maar nauwelijks gebruikt. Hoe komt het dat thuisaccu’s zo in trek zijn bij onze buren? En waarom een stuk minder bij ons? Gaat dit veranderen? Kunnen ze helpen de problemen in de Nederlandse energietransitie te verhelpen? Voor het antwoord reed de Volkskrant naar Zuid-Duitsland voor een bezoek aan een van de oudste fabrikanten van thuisbatterijen van het land.

Verkoopdirecteur Leonhard Kriegl van Fenecon heeft wel een antwoord op de vraag waarom thuisbatterijen in Duitsland een doorslaand succes zijn. ‘Jarenlang werd zonnestroom die mensen zelf opwekken hier gesubsidieerd, waardoor burgers waren verzekerd van inkomsten uit hun panelen’, zegt hij, lopend tussen de eindeloos lange werktafels in de fabriekshal van Fenecons tweede fabriek, een paar kilometer verderop in Albersdorf, waar werknemers thuisaccu’s assembleren. ‘Maar de subsidie is de afgelopen jaren versoberd, waardoor hun verdienmodel verslechterde.’

Nu levert een kilowattuur zelf opgewekte stroom nog maar zo’n 8 cent op – een fractie van de 30 cent of meer die Duitse consumenten nu betalen voor dezelfde hoeveelheid energie uit het stroomnet. Hierdoor gaapt er een fiks verschil tussen de opbrengst van eigen stroom en de kosten van elektriciteit die burgers moeten inkopen.

Dit gat maakt de aanschaf van een thuisaccu aantrekkelijk, zegt Kriegl. En in precies dit gat is zijn bedrijf gesprongen. Al in 2011 trouwens, toen zonnepanelen nog een zeldzaamheid waren en accu’s om overtollige groene energie in op te slaan al helemaal. Maar Fenecon (een samentrekking van Feilmeier New Energy Consulting), naar de oprichter Franz-Josef Feilmeier en later zijn broer Stefan, zag een toekomst in opslag en begon aanvankelijk met het Chinese BYD met de levering van de eerste accusystemen. Inmiddels werken er 370 mensen bij het bedrijf en is met een maximale jaarproductie van 30 duizend thuisbatterijen een grote producent in Duitsland.

Spons

Thuisaccu’s zijn een belangrijke schakel in het veranderende energiesysteem. Ze fungeren als een spons voor groene stroom: een thuisaccu zuigt zich vol met zelf opgewekte zonnestroom of absorbeert elektriciteit van het net als de prijzen laag zijn. De opgeslagen energie wordt weer vrijgegeven als de prijzen later op de dag hoog zijn, vooral aan het begin van de avond als het gebruik hoog is en de zon achter de horizon is verdwenen. Dankzij de dubbeltjes prijsverschil tussen elke bewaarde kilowattuur en de stroom van het net die nu niet ingekocht hoeft te worden, verdient de Duitse thuisaccu zich langzaam maar zeker terug.

In Duitsland vormen zonnepanelen en batterijen een twee-eenheid: ongeveer 85 procent van de panelen op daken thuis (Duitsland telt ongeveer vier miljoen particuliere zonnestroominstallaties, in Nederland drie miljoen) is inmiddels voorzien van een accu en bijna alle nieuwe systemen krijgen er standaard een. Hiermee is in Duitsland een gigantische markt ontstaan, zeker toen de energieprijzen door het dak gingen na de Russische inval in Oekraïne. Duitse burgers kochten tijdens de energiecrisis die volgde op de oorlog massaal een batterij om hun kostbare groene stroom in te bewaren.

Fijn voor de individuele Duitse burger, zegt hoogleraar opslagsystemen Dirk Uwe Sauer van de universiteit van het Duitse Aken, maar er zit ook een nadeel aan. ‘Iedereen met een gesubsidieerde accu maakt minder gebruik van het elektriciteitsnet, waardoor de gemeenschap inkomsten misloopt’, zegt hij aan de telefoon. De kosten van het stroomnet komen dan nog meer te liggen bij burgers die zich nog geen thuisbatterij kunnen veroorloven.

‘Al wordt het stroomnet er wel door ontlast’, stelt hij. Dat is een voordeel waarvan de maatschappij profiteert. ‘In economisch opzicht was het veel beter geweest om al dat maatschappelijke geld in bijvoorbeeld windparken of zonnevelden te steken.’

Salderingsregeling

De Duitse overheid koos er echter voor thuisbatterijen te stimuleren; sommige deelstaten verstrekten aanschafsubsidies en op batterijsystemen die zijn gekoppeld aan zonnepanelen hoeft geen 19 procent btw te worden betaald. Dit heeft de markt een enorme zet gegeven: alleen al in 2022 kwam er voor ruim 5 gigawattuur aan opslagcapaciteit bij en de teller voor alleen thuisaccu’s stond vorig jaar in Duitsland op ruim 15 gigawattuur. Ter vergelijking: in het weliswaar veel kleinere Nederland staat dit jaar 0,9 gigawattuur aan opslagcapaciteit bij burgers thuis, volgens het Nationaal Solar Trendrapport van onderzoeksbureau DNEresearch.

Netbeheer Nederland, de koepel van netbeheerders, zegt de komende jaren een sterke groei te verwachten. ‘Met name bij huishoudens met zonnepanelen en elektrische auto’s zodat zelf opgewekte energie later kan worden gebruikt’, zegt de woordvoerder.

Die voorspelling lijkt uit te komen: de markt voor thuisaccu’s groeit ook hier inmiddels snel: met 260 procent ten opzichte van vorig jaar. In 2030 kunnen in Nederland net zo veel thuisbatterijen staan als nu in heel Duitsland, wat neerkomt op een exponentiële groei de komende jaren, voorziet DNEresearch.

Hoewel Nederland nog altijd internationaal koploper is als het gaat om het aantal zonnepanelen per inwoner, is de markt voor thuisaccu’s de afgelopen jaren veel minder snel gegroeid. Dit heeft een belangrijke reden: de salderingsregeling. Deze regeling, ooit bedoeld om particulieren te stimuleren zonnepanelen op hun dak te leggen, laat eigenaren van zonnepanelen de stroom die ze in de zomer opwekken wegstrepen tegen de elektriciteit die ze in de winter van het net halen.

Maar de regeling was zo succesvol dat ze te kostbaar is geworden: er staan nu zo veel zonnepanelen dat in het voorjaar en de zomer vaak overschotten aan elektriciteit ontstaan. Gevolg: de prijs van stroom daalt vaak naar nul of zelfs daaronder. In de winter, als elektriciteit vaak vooral door kolen- en gascentrales wordt geproduceerd, zijn de prijzen juist hoog. Voor consumenten betekent dit een groot voordeel, maar energieleveranciers zagen met lede ogen hoe hun kosten stegen.

Daarop kwamen leveranciers met terugleverkosten: wie stroom teruglevert, moet daarvoor nu vaak betalen. Deze extra kosten maken het bezit van zonnepanelen minder aantrekkelijk. En als in 2027 de salderingsregeling verdwijnt, ontstaat in Nederland een vergelijkbare situatie als in Duitsland, waarbij zelf opgewekte stroom weinig oplevert, terwijl elektriciteit uit het net hier relatief duur is. Vervelend voor de consument, maar kassa voor fabrikanten van thuisaccu’s. Zeker nu in gidsland Duitsland de markt afvlakt, kijken bedrijven als Fenecon likkebaardend naar groeimarkt Nederland.

Reuzenaccu’s

Helaas is het niet zeker dat thuisaccu’s in Nederland succesvol worden. Wie hoopt dat een investering straks in enkele jaren wordt terugverdiend, komt mogelijk van een koude kermis thuis, stelt onderzoeker thuisbatterijen Lucas van Cappellen van onderzoeksbureau CE Delft.

Want de thuisbatterij krijgt concurrentie van industriële megabatterijen waarvan er de komende tijd heel veel worden aangesloten, zegt hij. Dit type reuzenaccu’s helpt met name bij het in balans houden van het elektriciteitsnet door razendsnel energie te leveren als er even tekort is, en door elektriciteit van het net te halen als er te veel is. Thuisaccu’s kunnen dit ook en voor wie het gebruikt betekent dit 80 tot 90 procent van de business case, zegt de onderzoeker. Met andere woorden: wie zijn thuisaccu wil terugverdienen, concurreert met mega-accu’s. ‘Het verdienmodel komt hierdoor onder druk te staan’, zegt hij.

Met alleen de opslag van eigen zonnestroom, en zo te profiteren van het prijsverschil tussen stroom van het net en eigen ‘gratis’ stroom, is het heel moeilijk een thuisaccu terug te verdienen.

Ter vergelijking: bij zonnepanelen en woningisolatie is de terugverdientijd gemiddeld zeven jaar (al is die voor zonnepanelen inmiddels langer). Bij thuisaccu’s die het vooral van het prijsverschil in eigen stroom en netstroom moeten hebben, duurt het eerder vijftien jaar – bijna de levensduur van een thuisaccu.

Al zijn er twee factoren die het bezit mogelijk toch weer interessant maakt, zegt Van Cappellen. De eerste: netbeheerders willen variabele tarieven invoeren voor het gebruik van het stroomnet. Wie op piekmomenten elektriciteit afneemt, betaalt mogelijk vanaf 2028 flink meer dan nu voor het transport van elektriciteit. Straks betaalt je overdag waarschijnlijk 8 cent aan netkosten per kilowattuur en ’s avonds tijdens de stroompiek 24 cent. Dan wordt een accu mogelijk weer interessant, rekent Van Cappellen voor.

Bij zo’n groot prijsverschil wordt het met een thuisaccu mogelijk ook interessant om hem vol te laden op de stille momenten, en de thuisaccu in te zetten tijdens de spits als de elektriciteitsprijzen hoog zijn. Dit hoeft de consument niet zelf te regelen, maar wordt gedaan door de software van de leverancier.

Ook daalt de gemiddelde accuprijs nog altijd, wat gunstig is voor de terugverdientijd. ‘Dit zijn de twee belangrijkste redenen die thuisaccu’s aantrekkelijker zullen maken’, zegt de onderzoeker. Of dit gebeurt, en hoe sterk de prijzen dalen, is niet zeker. Daarnaast is het nog niet duidelijk hoe de variabele nettarieven eruit gaan zien. Netbeheerders zullen volgend jaar waarschijnlijk een voorstel doen.

Groen, toch?

Als je het niet voor de terugverdientijd doet, kun je een thuisaccu nog altijd voor het klimaat kopen, om op die manier zo veel mogelijk van je eigen groene stroom te gebruiken. Een mooi idee, maar vermoedelijk niet terecht, aldus Van Cappellen. De productie van thuisbatterijen vergt nu zo veel energie en leidt tot zo veel CO2-uitstoot, dat het misschien beter is af en toe wat groene energie weg te gooien, dan er een accu voor te laten maken om het overschot op te vangen, zegt hij. Of de thuisaccu in Nederland een goede toekomst te wachten staat, is daarom nog even afwachten.

Bij de Feneconfabriek die langs de schilderachtige Donau ligt, maken ze zich hierover weinig zorgen. Zij zien vooral groeikansen in Nederland. Kriegl van Fenecon: ‘Wij zien de toekomst zonnig tegemoet.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next