Niet klavier zeggen bij een orgel; het is manuaal. De toetsen zijn van ivoor, de oudste nog met ivoren spijkertjes vastgezet. Houten knoppen erboven: holpijp, cornet, gemshoorn, prestant, tremulant en nog elf registers. Pieter van Dijk trekt de roerfluit open en begint te spelen. Zachtjes tikken de toetsen.
Psalm 85, „Gij waart goedgunstig voor Uw land, O Heer”. Het nummer staat nog op het liedbord. Dat was voor de dienst van 19 januari. De laatste in de Lutherse Kerk van Alkmaar.
„Het afscheid was emotioneel”, zegt Van Dijk (67), zelf lutheraan en veertig jaar hier vaste organist. Hij is ook stadsorganist van Alkmaar en orgeldocent aan de conservatoria in Amsterdam en Hamburg. „Sinds dit een schuilkerk was, is hier eeuwenlang wekelijks een dienst gehouden. Je kent alle mensen persoonlijk, hun levensgeschiedenis. Je ontmoette elkaar hier op een natuurlijke manier. Dat valt weg.”
Op papier telt de lutherse gemeente van Alkmaar nog honderd leden, gemiddelde leeftijd boven de zeventig. ’s Zondags kwamen er tien. Financieel en bestuurlijk viel ‘Alkmaar’ al onder de Evangelisch-Lutherse Gemeente van Amsterdam. Vorig jaar werd besloten de „viering te staken” en een herbestemming te zoeken voor het monumentale gebouw uit 1692.
Het lutherse geloof geldt als „meest katholieke” van alle smaken protestantisme. Er is een vorm van biecht en bij de dienst ligt de nadruk op ritueel en muziek. Calvijn vond zang en orgelspel afleiding van de preek. Maar „zingen is dubbel bidden”, zei Maarten Luther (1483-1546). Onder de nominaal 1,3 miljoen protestanten in Nederland zijn de lutheranen met 13.000 leden een minderheid. De brede trend van ontkerkelijking treft hun kleine, vergrijzende gemeenten relatief hard.
Jongere lutherse kerkgebouwen werden woningen (Amsterdam), sportschool (Beverwijk), hotel-restaurant (Arnhem), kunstencentrum (Schiedam), bed & breakfast (Katwijk) en zelfs ‘inspiratieplek voor religieuze vieringen’ (Breda).
Maar voor de vele rijksmonumenten met hun beschermde interieurs is het moeilijk een herbestemming te vinden. In de Maarten Luther-kerk van Weesp zit een filiaal van Dental Clinics. De acht behandelkamers kunnen er in theorie schadevrij weer worden uitgenomen. Maar het Strümphler-orgel uit 1796 boven de receptiebalie heeft sinds de coronacrisis niet meer gespeeld. Voor het hout van het orgel is het er sowieso te warm. Het zou nu als de tandartsboor klinken, als het na acht jaar überhaupt nog geluid maakt.
Voor ‘zijn’ orgel in Alkmaar, in 1754 gebouwd, zo goed als zeker door Christian Müller, eveneens een Duitser, vreest Pieter van Dijk eenzelfde lot. Dat het orgel, met zijn rococo-front en de houten zwaan als symbool van Luther, er nog is, is sowieso een wonder. Kort na een kostbare restauratie in 2016 verstopte een inbreker zich in de kast en vertrapte de zachtmetalen pijpen. „Daar was ik kapot van”, zegt Van Dijk.
Om de week klimt hij nog even het steile trapje naast de hoofdingang op, zet de windvoorziening aan (niet blaasbalg zeggen) en zet zich aan de toetsen boven lege banken. Hoe het verder moet, weet hij niet.
Elke twee jaar heeft Alkmaar zijn festival; dan klinken in drie kerken vier historische orgels. „Het zou zo mooi zijn als dat ook hier door kon gaan”, zegt Van Dijk. „Politici zeggen dat we meer oog voor onze cultuur moeten hebben, maar veel Alkmaarders zijn zelfs nog nooit in hun eigen kerken geweest.” Die orgels, voegt hij eraan toe, zijn trouwens gebouwd door „geïntegreerde immigranten”.
Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC