Home

Machtsvorming in een land dat de kunst van samenwerking aan het verleren is

nieuwsbriefMachtige Tijden

Machtige Tijden In de formatie, in de senaat, in de FNV, in de PvdD: in consensusland Nederland komen mensen en partijen steeds moeilijker tot samenwerking. Hoe kan dat, waar leidt het toe? Wat het nakende afscheid van een nationale traditie betekent voor kandidaat-premier Rob Jetten.

„Nou, daar staat niets verkeerds in”, zei partijleider Rob Jetten (D66) in het najaar van 2019 tegen Tjeerd de Groot. De toenmalige landbouwwoordvoerder van D66 had een interview aan het AD gegeven waarin hij halvering van de veestapel tegen de stikstofcrisis bepleitte. Hij legde het concept-artikel aan Jetten voor, die er dus probleemloos mee instemde, aldus De Groot in zijn recente boek Politiek is niet voor bange mensen.

Een bepalend moment in de moderne politieke geschiedenis. Want met het interview, hoewel inhoudelijk verdedigbaar, bereikte D66 uiteindelijk het omgekeerde van wat het beoogde: boerenprotest, trekkers bij politici aan huis, de opkomst van BBB, en – vooral – stagnatie in de aanpak van het stikstofvraagstuk.

Zo werkt Den Haag: een partij die zich scherp profileert op een thema, trekt veel belangstelling maar bevordert niet altijd de oplossing. Alleen: de hang naar aandacht zit in het dna van D66.

Ze noemen het intern ‘De eerste wet van Pechtold’: voor een politieke oplossing heeft een thema publieke belangstelling nodig. En het interessante is dat D66 onder kandidaat-premier Rob Jetten de overstap naar de bestuurderslogica moet maken: voor een breed gedragen oplossing moet een thema juist van zijn politieke scherpte ontdaan worden.

Dus nu de formatie een – eerste – inhoudelijke fase ingaat, is stikstof een interessante lakmoesproef. In het D66-verkiezingsprogramma staat immers nog steeds dat de partij „gecommitteerd blijft aan halvering van de stikstofuitstoot in 2030”. 

En niet voor niets plaatste verkenner Wouter Koolmees stikstof in zijn eindverslag hoog op het lijstje onderwerpen waarvoor Jetten met CDA-leider Henri Bontenbal een aanpak moet uitwerken.

Letterlijk luidt Koolmees’ opdracht dat het land van „het stikstofslot” gaat „met noodzakelijke maatregelen waarbij een duurzame toekomstbestendige en innovatieve landbouwsector en natuurherstel wordt gerealiseerd”.

Daar ontbreekt kortom die halvering van de veestapel: een van de vele standpunten die D66 zal moeten laten varen om het premierschap in handen te krijgen. Noem het de eerste les van Jetten.

Verkenner gepolitiseerd

Maar ongemakken genoeg. Los van de snelle val van informateur Hans Wijers, liet de keuze voor hem ook zien dat D66 niet bulkt van de bestuurlijke routine. Hij was vier jaar minister van Economische Zaken en verliet de Haagse politiek in 1998. Jetten was toen elf jaar, Bontenbal zestien, Yesilgöz eenentwintig.

Intussen blijft het opmerkelijk hoe lang hoofdrolspelers nodig hebben voor de overgang van campagne naar formatie. Hun coalitievoorkeuren verschillen, dat is niets nieuws, maar wat ik nooit eerder zag: dat sommige partijen – VVD, JA21 – openlijk sceptisch waren over de route (D66 en CDA schrijven een inhoudelijke voorzet) die Koolmees uitstippelde bij gebrek aan een gedeelde coalitievoorkeur.

Een verkenner administreert de Haagse verhoudingen. Meer niet. Maar zelfs dat werd gepolitiseerd. Al zocht Yesilgöz vrijdag toenadering tot Jetten en Bontenbal met het voorstel „deze valse start achter ons te laten”. 

Het zit zeker niet in Koolmees’ karakter om er verder bij stil te staan, maar het viel ook nogal op hoe hij in zijn verkennersrol door sommige politici werd gebruuskeerd.

Joost Eerdmans zei in zijn formele gesprek met Koolmees dat JA21 geen enkele partij uitsluit. Maar daags nadat de verkenner zijn eindverslag naar de Kamer stuurde, kwam de JA21-voorman daar in Nieuwsuur doodleuk op terug. Hij wil, by the way, toch niet met GL-PvdA: „Nee, daar kun je een streep doorheen zetten.”

Alsof hij bij Koolmees een patatje was gaan eten. Ervaren ambtenaren denken op zo’n moment: met dit soort gedrag blijft het ook na de derde verkiezing in vier jaar volkomen ongewis of de bestuurlijke chaos spoedig verdwijnt.

Het raakt aan de opkomst van een nieuwe Hollandse kwaal. Politici en bestuurders verliezen het vermogen de voortreffelijkheid van de eigen inzichten te relativeren. Het aloude pacificatiemodel wankelt, waarin politici decennialang elkaars verschillen accepteerden om tot zaken te komen. Liever negeren ze nu het perspectief van anderen, zodat overleg altijd leidt tot een comfortabele bevestiging van het eigen gelijk.

Dit beperkt zich niet tot de formatie. Koolmees besteedt in zijn eindverslag ook aandacht aan de Eerste Kamer. Niet onlogisch. Een nieuw kabinet moet zijn wetgeving ook langs dat hoge college van staat krijgen. Maar wie de recente geschiedenis van deze chambre de reflexion – ‘huis van bezinning’ – even bekijkt, stuit op een verbluffend vertoon van onbezonnenheid.

In 2019 trad FVD er met twaalf leden aan als grootste fractie. Vier jaar later was er één FVD’er over; de rest was afgesplitst. In 2023 werd BBB er de grootste fractie met zestien zetels. Twee jaar later is GL-PvdA er met een stabiele veertien zetels de grootste: BBB heeft alweer drie leden verloren.

De keuze van deze afsplitsers zegt veel over de samenhang van BBB: één senator ging naar FVD, één naar D66, één begon voor zichzelf. Tijdens de verkiezingscampagne besloot een VVD-senator dat hij zich niet kan vinden in de partijlijn van Yesilgöz. Ook hij begon voor zichzelf.

En toen JA21-senator Annabel Nanninga eind oktober werd gekozen in de Tweede Kamer, liet haar opvolger weten dat hij zeker terugkeert – maar niet bij JA21. Hij begint, verrassing, voor zichzelf. De senaat anno 2025: parkeerplaats voor politieke eigenheimers. 

En onlangs kwam hier de toestand in de PvdD nog bij. Medeoprichter en PvdD-senator Niko Koffeman besloot een al jaren slepend conflict met Esther Ouwehand een week voor de Kamerverkiezingen openlijk te beslechten. Hij zegde zijn lidmaatschap op. De partij zou niet langer „de belangen van dieren als uitgangspunt kiezen”.

De drie leden tellende senaatsfractie scheurde. Volgens de procedurele logica van de senaat mogen de twee senatoren die geen PvdD-lid meer zijn nu de partijnaam voeren.

Lachwekkend

Bottomline: al dit onvermogen tot samenwerking betekent dat de Eerste Kamer, 75 zetels, nu bestaat uit negentien fracties. Het zou lachwekkend als het niet zo treurig was – want ook deze mensen bepalen dus mede het lot van een nieuw kabinet. 

Intussen speelt in overlegland een nog groter drama. Na jarenlange onrust in de vakcentrale FNV, de grootste vakbond met 900.000 leden, proberen oud-PvdA-voorman Lodewijk Asscher en oud-FNV-voorzitter Ton Heerts de ledeninspraak terug te dringen om de bond beter bestuurbaar te maken. Een taaie strijd, zoals Tan Tunali in NRC beschreef.

En relevant voor de formatie. Kabinetten die veel willen omploegen (stikstof, energie, wonen, et cetera) leunen bijna standaard op landelijke afspraken met werkgevers en werknemers – over pensioenen, werktijden, scholing, medezeggenschap – om sociale onrust te voorkomen.

Maar zonder de FNV is dit vrijwel onmogelijk. Dan neemt de invloed van sectorale bonden toe, met stakingen en andere ordeverstoringen als gevolg. Dan begraaft het land de overlegtraditie waaraan het zijn verzorgingsstaat en positie als exportland mede dankt.

Ook hier is de kern dat mensen, FNV-bestuurders en -leden, niet meer in staat zijn een stapje terug te doen voor het grotere geheel.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Machtige Tijden

Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet

Niet dat daarmee alles is verklaard. Wel is in de politiek het verband met de grilligheid van de kiezer evident. Na de laatste verkiezingen nam de Kamer afscheid van zeventig leden. Bijna de helft. De parlementaire enquêtecommissie Corona verloor op de voorzitter na al haar leden.

Het laat zien dat kiezers weinig oog hebben voor politieke consistentie of parlementair geheugen. Zij beoordelen vooral de individualiteit van kandidaten: opvattingen, geslacht, karakter. Niet hun vermogen met anderen iets te bereiken.

En Ipsos I&O-peilingen lieten tijdens de campagne zien dat alleen kiezers van partijen met veel bestuurservaring (CDA, VVD, GL-PvdA, D66, CU) hechten aan een stabiel kabinet. Voor bijvoorbeeld radicaal-rechtse kiezers, ook van JA21, was stabiliteit amper een overweging.

Formaties zijn onvoorspelbaar. Maar je voelt aan waar deze heen gaat. Bepalend lijkt dat de VVD vastbesloten is zich blijvend een rechts profiel aan te meten. En dat quootje van JA21-voorman Eerdmans in Nieuwsuur – ‘geen coalitie met GL-PvdA’ – betekent dat een coalitie zonder de VVD, die Koolmees als alternatief in zijn eindverslag noemde (D66, CDA, GL-PvdA, JA21 en CU), tot nader order kansloos is.

In die situatie, met een VVD die vasthoudt aan haar afwijzing van GL-PvdA, kan Jetten alleen premier van een meerderheidscoalitie worden wanneer hij de voorkeur van Yesilgöz overneemt. Dan krijgt het land een centrumrechts kabinet van D66, VVD, CDA, JA21 en eventueel een vijfde partij, mogelijk een gedoogpartner.

En wat zo kenmerkend is: dan komt de Haagse machtsvorming niet tot stand op basis van een gedeeld verlangen naar samenwerking. Integendeel: dan wordt de Haagse machtsvorming afgedwongen door partijen, VVD en JA21, die de andere coalitiepartners hun wil opleggen.

Je kunt beredeneren dat dit een tamelijk precieze weergave is van de stand van het land. Het pacificatiemodel is stervende. Alles van vroeger is jammer. Bestuurders, politici, burgers: ook als ze samenwerken, houden ze vast aan eigen voorkeuren.

Al blijft het een goede vraag of dwang een gezonde basis voor een kabinet is.

Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next