Home

Yvonne Keuls (1931-2025) was een veelschrijver die vocht tegen alle vormen van maatschappelijk onrecht

Schrijfster Yvonne Keuls richtte zich in haar boeken op de machtelozen in de maatschappij. Als schrijver was ze activist en hulpverlener; als activist gebruikte ze haar pen als wapen. Tot op hoge leeftijd.

Gedrevenheid bepaalde het lange, lange leven van Yvonne Keuls, het was een gevecht tegen haar eigen demonen, tegen viespeuken en autoriteiten en bovenal tegen onrecht, dat zij dikwijls in hoofdletters beschreef. De schrijfster overleed op 93-jarige leeftijd in Den Haag. ‘Ik heb geen ideaal karakter,’ verklaarde ze in 2018 in een interview in NRC Handelsblad. ‘Dat koppige, rechtlijnige… Als ik eenmaal een standpunt heb...’

Deze aanzet tot zelfreflectie was een schot in de roos, maar een waarneming die tegelijkertijd tekortschoot. In bijna al haar boeken richtte ze zich tegen allerlei vormen van maatschappelijke achterstelling. Daarin was ze allereerst fanatiek, maar daarnaast oprecht en ontroerend, en, paradoxaal genoeg, ook nog geestig en zelfs luchtig. Ze schreef bijvoorbeeld een gewapend essay tegen de stuitende discriminatie die zij als getrouwde vrouw had moeten ervaren en koos voor een ironische toonzetting.

Zo herinnerde Keuls aan haar bewerking voor tv, eind jaren zestig, van De boeken der kleine zielen van Couperus. Vijftien maanden had ze daarvoor gebuffeld. De befaamde acteur Paul Steenbergen had haar bij de NCRV aanbevolen. Dan schrijft Yvonne Keuls: ‘En zo begon ik op een dag te werken. Zonder contract, zonder onkostenvergoeding. ‘Zolang je niet om geld gaat zeuren, krijg je de kans van je leven’, zei Paul Steenbergen tegen mij.’

Haar vriendin Hella Haasse wist raad. Ze moest een stipendium aanvragen bij de Vereniging van Letterkundigen, de tegenwoordige Auteursbond. Dat deed Harry Mulisch ook altijd, wist Haasse. En met succes. Keuls: ‘Ik schreef een enthousiaste brief en kreeg het volgende antwoord: ‘Mevrouw, voor uw levensonderhoud moet u zich tot uw echtgenoot wenden’.’

Schrijven boven alles

Yvonne Keuls was een veelschrijver. Ze heeft zo’n honderd publicaties op haar naam staan. Romans, kinderboeken, jeugdboeken, korte verhalen, columns, hoorspelen, toneelstukken, bewerkingen voor tv van werk van Louis Couperus, Simon Vestdijk en Marnix Gijsen. Ze is altijd blijven schrijven, tot op hoge leeftijd.

‘Ik ben bezig met mijn leven, niet met mijn leeftijd’, zei ze in een vraaggesprek met dagblad Trouw. ‘Mijn leeftijd is nooit een reden geweest om niet te schrijven. Ik zie sowieso geen enkele reden om niet te schrijven.’

Drie jaar lang was ze nagenoeg stekeblind. Ze las en schreef met haar hand voor haar rechteroog, maar dat hinderde gaandeweg ook het linkeroog. ‘Iemand anders gaat naar de dokter’, merkte ze op. ‘Ik niet.’ Over koppig en rechtlijnig gesproken.

Met auteurs als Hella Haasse, Marion Bloem en Adriaan van Dis behoorde Keuls tot de schrijvers die opgroeiden tussen twee culturen: het vooroorlogse Indië, inclusief de interneringskampen, en het naoorlogse Nederland. Haar Indisch oeuvre bestond voornamelijk uit autobiografische romans als Mevrouw mijn moeder (1999) en Madame K. (2001). Het vond weerklank, maar duizelingwekkend hoge oplages bereikte Keuls vooral met haar geromantiseerde portretten van de machtelozen in de maatschappij, met name van jongeren wier leven is vastgelopen. De literair recensent Janet Luis noemde Keuls ‘de pionier van het betere straatverhaal’, zelf sprak Keuls van ‘sociale romans’.

Tegen de verdrukking

Het begon in 1977 met Jan Rap en z’n maat, een roman over het wel en wee in een opvanghuis voor dakloze jongeren. Vergelijkbare furore maakte ze drie jaar later met een boek over een vrouw die haar kind ten onder ziet gaan aan drugsverslaving: De moeder van David S. En weer twee jaar later, in 1982, volgde met ongeveer hetzelfde thema Het verrotte leven van Floortje Bloem. Het werden klassiekers in de Nederlandse literatuur; de boeken prijkten vanwege hun toegankelijkheid hoog op de leeslijst van talloos veel middelbare scholieren.

De wereld die Keuls beschreef van jongeren die onder miserabele omstandigheden tegen alle verdrukking in overeind proberen te blijven, vormde in menig opzicht het spiegelbeeld van haar eigen jeugd. Ze was een oorlogskind. Als dochter van een joodse vader en een Indische moeder die in 1938 vanuit Nederlands-Indië naar Nederland kwamen, stond ze op jonge leeftijd in feite alleen op de wereld.

Haar vader was een zware tuberculosepatiënt en maakte in 1944 een einde aan zijn leven; van haar moeder had ze weinig te verwachten. Die was van Batavia naar Holland verhuisd en had geen idee van de wereld waarin ze terecht was gekomen. Ze heeft nooit kunnen aarden. Yvonne Keuls was 13 jaar toen de oorlog voorbij was. Ze moest zien dat ze zo snel mogelijk volwassen werd.

Drift tot overleven

De gedrevenheid die haar bestaan zou gaan kenmerken, was gestoeld op haar drift tot overleven. ‘Dat gevoel van verzet’, zei ze in een interview in de Volkskrant, ‘is in de oorlog ontstaan en gegroeid.’ Het was niet moeilijk voor haar om het op te nemen voor de eenzame jonge zielen van onze tijd: verstoten kinderen, pleegkinderen, misbruikte kinderen, verslaafde kinderen. Al te vaak betreft dit het levenslot van dezelfde kinderen. In zekere zin zijn het oorlogskinderen.

In een ander interview met De Volkskrant zei Keuls: ‘Ik ben erachter gekomen dat ik een oorlogskind was dat nooit iets met die oorlogsgeschiedenis gedaan had.’ Ze hevelde vervolgens haar verleden als het ware over naar de eigen tijd: ‘Ik begreep wat er met probleemkinderen aan de hand is.’ Hun bestemming tegen wil en dank werd het dragende thema in haar werk. ‘Ik reageer op de realiteit’, stelde ze vast. ‘Dáár haal ik mijn onderwerpen vandaan. Dan denk ik: hé Keuls, daar moet je op af.’

Diepe weerzin

In haar ogen hebben de meeste hulpverleners en autoriteiten geen snars begrepen van probleemkinderen. Keuls ontwikkelde in de loop der tijd een diepe weerzin tegen bestuurlijke onverschilligheid en politieke arrogantie. Ze verklaarde de jeugdzorg voor failliet: ‘Ik ben al veertig jaar bezig met de jeugdzorg. Het functioneerde toen niet en het functioneert nog steeds niet, is mijn trieste conclusie.’

Uit een vraaggesprek met de Volkskrant: ‘Als het misgaat, wordt het door de instanties vaak op een kind geschoven: het kind is onhandelbaar, het kind wil wraak nemen, het kind kletst maar wat. Nee! Ik zeg: het kind spreekt de waarheid.’ Toen haar bij een andere gelegenheid werd voorgehouden dat ontspoorde kinderen dikwijls onbetrouwbare kinderen zijn, had ze het weerwoord klaar: ‘Dat slaat als een lul op een drumstel.’

Als schrijver was Yvonne Keuls activist en hulpverlener; als activist gebruikte ze haar pen als wapen: ‘Als de werkelijkheid te wreed is, zoek ik soms troost bij mijn verbeelding. Maar meestal protesteer ik.’ In De arrogantie van de macht (1986), gebaseerd op radio-interviews voor de Vara, liet ze noteren: ‘Ik vind het heerlijk om mensen te corrigeren die zich onschendbaar voelen door hun machtspositie. Ik ga net zo lang door tot ze toegeven, en ik doe dat bijzonder provocerend.’

Kritiek op literaire kwaliteit

Over de literaire kwaliteit van haar werk was zacht gezegd niet iedereen te spreken. Keuls hanteerde een taal die weinig tot niets te raden overliet. Haar stijl was sentimenteel en soms meer dan dat, pathetisch: ‘Huil maar lekker uit hoor’, zei hij. Wat een geluk dat ik er ben, hè Koen? Wat een geluk hè…? Huil maar lekker uit hoor… ik blijf wel bij je…’ (Uit: Jan Rap en z’n maat). Recensenten haalden hun neus op voor zoveel kitsch, hetgeen de schrijfster weer in de gordijnen joeg: ‘Ik schrijf zoals ik praat, ik ben een verteller. Dat ga ik niet veranderen omdat critici iets anders willen. (...) Ik schrijf geen lange zinnen van een halve pagina waarvan de leraar vraagt: wat bedoelt de schrijver daarmee?’

Alle zuinige kritiek nam niet weg dat haar boeken razend populair waren, hetgeen de auteur bevestigde in haar levenslange missie: de urgentie aantonen van een ontworteld bestaan van schrikbarend veel jonge mensen; en het onbegrip daarvoor in een looiige en zelfgenoegzame bureaucratie. Keuls: ‘Ik denk er niet over na of ik een politieke opvatting heb. Ik weet alleen dat deze kinderen in de kou zijn komen te staan en dat niemand daar wat aan doet.’

Was ze trots op wat ze had bereikt?, wilde de verslaggever van de Volkskrant nog weten. Keuls: ‘Nee. Ik voldoe aan wat ik mezelf als taak heb gesteld.’

Source: Volkskrant

Previous

Next