Het emancipatiebeleid, dat vooral gericht is op betaald werk en economische zelfstandigheid, sluit volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau onvoldoende aan bij het leven van praktisch opgeleide vrouwen. Zij hebben simpelweg minder mogelijkheden om die doelen te verwezenlijken.
is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Het is al jaren bekend dat de financiële emancipatie van praktisch opgeleide vrouwen achterblijft bij die van theoretisch opgeleide vrouwen. Zij hebben minder vaak een baan, werken minder uren en zijn minder vaak financieel zelfstandig. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt nu waarom: de emancipatiedoelen staan te ver af van de belevingswereld van praktisch opgeleide vrouwen.
In het emancipatiebeleid van de afgelopen vier decennia lag de nadruk vooral op werk. Vrouwen moesten zich zoveel mogelijk aanpassen aan de mannelijke norm: meer uren werken, topposities nastreven en financieel onafhankelijk zijn. ‘Maar praktisch opgeleide vrouwen leven in een heel andere realiteit dan beleidsmakers’, concludeert onderzoeker Ans Merens uit gesprekken met deze vrouwen. ‘Voor hen zijn veel van die doelen helemaal niet haalbaar.’
Dat komt alleen al door het uurloon van deze 1,3 miljoen praktisch opgeleide vrouwen. Dat is de helft van dat van theoretisch opgeleide vrouwen. Om hetzelfde te verdienen als vrouwen met een hbo-of wo-diploma zouden ze dus ook twee keer zoveel dagen moeten werken. Daardoor is het voor praktisch opgeleide vrouwen moeilijker economisch zelfstandig te zijn.
Daarnaast speelt de ongelijke verdeling van zorgtaken een rol. In tweederde van de gezinnen is de zorg nog altijd ongelijk verdeeld, waarbij vrouwen vaker de zorg voor kinderen op zich nemen. De praktisch opgeleide vrouwen die deelnamen aan Merens’ onderzoek gaven zelfs allemaal aan de hoofdverantwoordelijke te zijn van het onbetaalde werk.
Waar het toe leidt, wordt duidelijk uit de cijfers. Van de praktisch opgeleide vrouwen heeft 60 procent een betaalde baan, tegenover 88 procent van de theoretisch opgeleiden. Hun werkweek is gemiddeld 26 uur, waar die voor seksegenoten met een hbo- of wo-diploma 33 uur is. En met dat werk kan slechts 40 procent zichzelf redden zonder partner, tegenover 82 procent van de theoretisch opgeleiden.
Inmiddels lijken theoretisch opgeleide vrouwen meer op theoretisch opgeleide mannen dan op praktisch opgeleide seksegenoten. Opvallend, zo stelt Merens, is dat praktisch opgeleide vrouwen zichzelf ondanks al die statistieken wel geëmancipeerd voelen. ‘Zij verstaan hier alleen iets heel anders onder: voor hen is emancipatie de vrijheid om eigen keuzes te maken en ruimte te hebben binnen je relatie’, zegt zij. ‘Ze beginnen uit zichzelf nauwelijks over betaald werk.’
Volgens Merens roept dit de vraag op of het huidige emancipatiebeleid voldoende rekening houdt met praktisch opgeleiden. ‘Het streven naar betaald werk en economische zelfstandigheid is belangrijk, zeker omdat een op de vier relaties strandt’, stelt zij. ‘Maar misschien moeten er aanvullende maatregelen komen om die doelen voor deze groep haalbaar te maken.’
Zo zou het helpen als ook het werk van praktisch opgeleide vrouwen genoeg loont om van te leven. ‘En het is goed dat er nu betaald ouderschapsverlof is’, zegt Merens. ‘Maar dat wordt voor slechts 70 procent doorbetaald, juist voor praktisch opgeleiden is dat moeilijker aan te vullen. Zij maken daardoor ook minder gebruik van deze regelingen.’
Een andere optie is om vrouwen meer keuzevrijheid te bieden in het emancipatiebeleid, ook als dit leidt tot een traditionele rolverdeling. ‘Wel moeten we dan zorgen dat factoren die de keuzevrijheid beperken worden weggenomen’, stelt Merens. ‘Denk bijvoorbeeld aan het tegengaan van genderstereotypen in het onderwijs en reclames, en het stimuleren van mannen om meer zorgtaken op zich te nemen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant