Films schetsen vrouwen met psychische problemen vaak als karikaturen, ziet filmredacteur Basje Boer: ze zijn hyperseksueel, frigide, hysterisch, berekenend. In het nieuwe drama Die My Love speelt Jennifer Lawrence een realistischere ‘gekkin’. Verfrissend, maar ook realisme blijkt een echte uitdaging.
schrijft voor de Volkskrant over film.
Grace is levendig en eigenzinnig. Ze danst, ze vrijt. Ze steekt haar tong uit en likt het raam. Niet alleen haar verliefdheid is hartstochtelijk, haar woede is dat ook, want bij Grace is alles veel, heftig, intens. Ze trekt haar kleren uit en springt tijdens een feestje tussen de kinderen in het zwembad. Ze sluipt door het gras met een mes in haar hand. Ze haalt haar vingers open als ze het behang van de muren krabt.
In Lynne Ramsay’s nieuwe film Die My Love, gebaseerd op de roman van Ariana Harwicz, is Grace (Jennifer Lawrence) een schrijver met een writer’s block die recent voor het eerst moeder werd. Omdat haar vriend Jackson (Robert Pattinson) veel van huis is voor zijn werk, en ze net naar een afgelegen woning zijn verhuisd, navigeert Grace het nieuwe moederschap vooral in haar eentje, worstelend met eenzaamheid en een nijpend gevoel van vervreemding. Maar er lijkt ook iets anders te spelen: een postnatale depressie of psychose, of anders problemen die al langer speelden.
Lynne Ramsay, bekend van impressionistische, duistere films als We Need to Talk About Kevin (2011) en You Were Never Really Here (2017), zit Grace dicht op de huid. We zijn getuige van haar buien en wanen, haar grote woede en peilloze verdriet. Ramsay probeert geen sympathie voor Grace op te wekken: ze schuurt en irriteert, is onredelijk en bij vlagen onuitstaanbaar. Dit is Grace, lijkt de filmmaker te zeggen, en daar moeten we het mee doen.
Door de jaren heen zijn vrouwen als Grace op allerlei manieren verbeeld, in alle soorten films – gevoelig of sensationeel, in fijnzinnige portretten en groteske thrillers. Met Die My Love kijkt Ramsay voorbij de clichés van de psychisch kwetsbare vrouw, door haar zo compromisloos mogelijk neer te zetten. Maar daarvoor betaalt ze uiteindelijk ook een prijs.
In films neemt de ‘gekkin’ soms groteske vormen aan. Ze is hysterisch, zoals Norma Desmond in Sunset Boulevard (Billy Wilder, 1950), een stommefilmvedette die in de waan leeft dat ze nog relevant is in hedendaags Hollywood. Ze is dronkaard Martha uit Who’s Afraid of Virginia Woolf? (Mike Nichols, 1966), die haar man het leven zuur maakt, of Alex Forrest, de aantrekkelijke vrouw uit Fatal Attraction (Adrian Lyne, 1987) die zich ontpopt tot monster wanneer ze afgewezen wordt.
De gekkin kan ook een berekenende verleidster zijn, zoals femme fatale Phyllis uit film noir Double Indemnity (Billy Wilder, 1944), psychopaat Catherine Tramell uit Basic Instinct (Paul Verhoeven, 1992) of de nietsontziende weervrouw uit To Die For (Gus Van Sant, 1995). Soms is de filmgekkin een wild girl – speels, spannend, sexy, maar ook grillig en onbesuisd. In Girl, Interrupted (James Mangold, 1999) wordt zij belichaamd door Angelina Jolie, in Betty Blue (Jean-Jacques Beineix, 1986) door Béatrice Dalle.
Al deze personages zijn uitvergrotingen, meer karikatuur dan mens, in films die niet zozeer gaan over hun psychische problematiek, maar bijvoorbeeld over rouw, man-vrouwverhoudingen of de vergane glorie van Hollywood.
De problemen van deze vrouwen worden dan ook niet van binnenuit bekeken, maar van buitenaf. We voelen niet wat deze vrouwen voelen, we bekijken ze van een afstand. Maar juist daardoor zeggen deze films ook iets over wat we van vrouwen verwachten, en hoe we ze wegzetten als gek wanneer ze daar niet aan voldoen. Bijvoorbeeld omdat ze te ambitieus zijn (To Die For), te grillig (Betty Blue), te behoeftig (Fatal Attraction) of te seksueel dominant (Basic Instinct).
‘A real mom would’ve baked a cake’, zegt Grace in Die My Love, wanneer ze haar mes in een gekochte verjaardagstaart zet. Een real mom bakt. Een real mom maakt het huis schoon. Een real mom heeft op tijd het eten op tafel staan. Heeft een real mom lustgevoelens? Schrijft ze boeken, is ze brutaal, egocentrisch? ‘Je hebt niet eens een onderbroek aan!’, zegt Jackson verwijtend tegen Grace, als hij haar aan het ontbijt treft met alleen een T-shirt aan. Een real mom heeft, kennelijk, te allen tijde een onderbroek aan.
In A Woman Under the Influence (John Cassavetes, 1974) is moeder en echtgenote Mabel (Gena Rowlands) geliefd onder haar vrienden, maar ook zij zien dat ze anders is dan anderen. Mabel is onvoorspelbaar, overgevoelig. Ze verlaat het huis op blote voeten, praat in zichzelf, heeft tics. Wanneer vriendjes van haar kinderen langskomen, maakt ze er spontaan een feestje van, met ballonnen en muziek. Maar meneer Jensen wil zijn kinderen niet achterlaten bij die vrouw die manisch door de tuin danst. ‘Je gedraagt je wel heel raar’, zegt hij beschuldigend.
In Splendor in the Grass (Elia Kazan, 1961), een film die zich afspeelt in de jaren twintig, heeft Deanie (Natalie Wood) haar tienerkamer volhangen met foto’s van haar vriendje Bud. Wanneer ze met hem in zijn auto zit te zoenen, weet ze dat ze de boot moet afhouden. Nice girls, heeft haar moeder haar verteld, hebben niet ‘dat soort gevoelens’ voor jongens. Wat zegt het over haar dat ze die gevoelens wél heeft? Ook Bud is bang dat hij haar bezoedelt, en keert zich van haar af, waarop Deanie zo in de war raakt dat ze moet worden opgenomen in een kliniek.
Wat maakt iemand ‘gek’? De Nieuw-Zeelandse schrijver Janet Frame (1924-2004), een verlegen en gevoelige vrouw, groeide op in een arm milieu. De dood van eerst haar ene zus en daarna een andere, trok Frame zich zozeer aan dat ze tijdens haar studie een zelfmoordpoging deed. Er werd een diagnose vastgesteld, schizofrenie, waarna ze werd opgenomen in een psychiatrische kliniek en elektroconvulsietherapie onderging.
Jaren later tekende Frame haar verhaal op in een driedelige autobiografie, in 1990 door landgenoot Jane Campion verfilmd als An Angel at My Table. Daarin zien we hoe Frame (Kerry Fox) op zeker moment ontdekt dat ze helemaal nooit schizofreen was. De problemen waar ze later mee zou kampen, waren juist een gevolg van haar jarenlange verblijf in de kliniek. Daarmee stelt Frame een interessante vraag: wat betekent een diagnose eigenlijk?
‘Heb je een droom weleens verward met de realiteit? Of iets gestolen terwijl je er wel het geld voor had? Ben je weleens verdrietig geweest?’ In de openingsmonoloog van Girl, Interrupted, die zich afspeelt in de jaren zestig, wil Susanna (Winona Ryder) maar zeggen: gek-zijn is maar relatief. Want zijn we niet allemaal een beetje gek?
Susanna is een eigenzinnige 18-jarige, sarcastisch en somber, die geen richting in haar leven heeft en daar ook niet het nut van inziet. Ze belandt in een kliniek na een zelfmoordpoging. Diagnose: borderline. Eén onderwerp komt tijdens haar therapie steeds meer ter sprake: haar relatie tot seks. Susanna heeft teveel seks en denkt er te lichtzinnig over. Een therapeut wil weten of ze soms seks heeft om zich goed te voelen. Susanna, spottend: ‘Heeft u zelf weleens seks gehad?’
‘Je zit de hele dag met je hand in je broek’, bijt Jackson Grace toe in Die My Love. ‘Dat zou ik niet hoeven doen als jij je lul er eens in stak!’, schreeuwt zij terug. Niet alleen Grace en Susanna hebben een onstilbare zucht naar seks, ook in De gelukkige huisvrouw (Antoinette Beumer, 2010) is Lea hyperseksueel.
In Splendor in the Grass weet Deanie geen raad met haar intense lustgevoelens en in Through a Glass Darkly (Ingmar Bergman, 1961) is Karin frigide – hoewel ze wel degelijk lust voelt, wil ze niet met haar man naar bed. In A Streetcar Named Desire (Elia Kazan, 1951) valt Blanche door de mand als ‘echte dame’ wanneer haar gekleurde seksuele verleden aan het licht komt en in Repulsion (Roman Polanski, 1965) schrikt Carol zozeer van de seksuele aandacht die ze krijgt, dat ze aan het moorden slaat.
In films over vrouwen met psychische problemen speelt hun seksualiteit een nadrukkelijke rol. Maar waarom eigenlijk? Bekijken we hun seksuele beleving met een neutrale blik of specifiek met de blik van een heteroman die vrouwen nu eenmaal altijd door de lens van seksualiteit bekijkt? Kijken we met die male gaze, dan zegt het seksuele verlangen meer over ons dan over haar.
Het hoge libido van de vrouw met psychische problemen is opwindend, maar intimiderend; haar frigiditeit is frustrerend en haar promiscuïteit keuren we af. Haar seksualiteit is kortom niet normaal en moet dus wel onderdeel zijn van haar psychische stoornis. Het is een clichématige, door het patriarchaat ingegeven manier van denken die vaak genoeg in films belandt, zelfs wanneer die met de beste intenties zijn gemaakt.
In Repulsion is Carol (Catherine Deneuve) stil en verlegen. Colin denkt dat hij wel een kans maakt. Hij is ervan overtuigd dat ze alleen maar ‘hard to get’ speelt – naïviteit die hij uiteindelijk met de dood bekoopt. Repulsion maakt ons niet duidelijk wat Carol precies bezielt. Er is alleen de suggestie, aan het einde van de film, dat het niet Colin was die haar tot waanzin dreef, maar dat Carol als kind al met problemen kampte.
Andere filmmakers zijn guller met het geven van informatie. Blanche, uit A Streetcar Named Desire, blijkt getraumatiseerd door de zelfmoord van haar echtgenoot. Daardoor raakt haar romantische leven vervlochten met rouw. In het sobere maar sensatiebeluste The Three Faces of Eve (Nunnally Johnson, 1957) komen de therapeuten van Eve er via hypnose achter dat haar meervoudigepersoonlijkheidsstoornis is geworteld in een trauma uit haar vroege jeugd.
Wil je als filmmaker inzicht geven in de belevingswereld van een vrouw met psychische problemen, dan ligt het voor de hand om simpelweg uit te leggen waar die problemen vandaan komen. Een diagnose is één ding, maar wat ligt eraan ten grondslag?
In De gelukkige huisvrouw voelt Lea (Carice van Houten) zich net als Grace uit Die My Love vervreemd van haar man nadat ze is bevallen van hun eerste kind. Ze raakt in een psychose en begint zich steeds roekelozer te gedragen, met gevaar voor zichzelf en haar kind. Steeds neemt de film een andere gedaante aan: na het luchtige begin is er een ontluisterende bevallingsscène en op bijna thrillerachtige scènes volgen ontroerende scènes in een psychiatrische kliniek.
Maar wanneer Lea aan het einde van de film op zoek gaat naar de oorzaak van haar stoornis, alsof ze een raadsel probeert op te lossen, slaat dat alle complexiteit plat – van de film, van het personage, van haar stoornis. Door uit te leggen waarom een vrouw als Lea is zoals is, wordt geïmpliceerd dat je iemand moet begrijpen om haar te kunnen accepteren. Maar ook mensen die we niet begrijpen, verdienen het om gezien te worden.
Hoe geef je dan een inkijkje in de binnenwereld van je hoofdpersoon? In Die My Love bedient Lynne Ramsay zich van theatrale effecten om uitdrukking te geven aan wat er in Grace omgaat – nadrukkelijke symbolen, zintuigelijke sensaties, betekenisvolle beelden in een intens kleurenpalet.
Maar in plaats van ons dichter bij haar te brengen, zetten deze ingrepen ons juist op afstand. Aan het einde van de film, wanneer Grace wordt behandeld in een kliniek, krijgen we ook nog een verklaring voor haar psychische problemen: net als Lea uit De gelukkige huisvrouw kampt Grace met onverwerkte rouw. Deze uitleg komt laat en voegt weinig toe. Waarom lukt het Ramsay maar niet om ons deelgenoot te maken van wat Grace voelt?
Ook Mabel wordt op zeker moment opgenomen, maar in tegenstelling tot bovenstaande films laat A Woman Under the Influence haar behandeling nooit zien. Hier zien we Mabel altijd expliciet als onderdeel van de samenleving – in de rol van moeder, dochter, echtgenote, vriendin. Ze valt en staat ze op, maar niet omdat ze faalt. Het vallen en opstaan is simpelweg deel van wie ze is.
Ook in Die My Love laat Ramsay haar hoofdpersoon in al haar weerbarstigheid zien. Maar waar het kijken naar Mabel allereerst ongemak oproept, blijft ze bovenal warm en hartelijk. Grace is daarentegen defensief, agressief, onpeilbaar. Terwijl Mabel kwetsbaar is, verbergt Grace zich achter woede en spot.
Met Die My Love, alleszins een moedige en interessante film, doet Ramsay een waardevolle poging om de clichés te vermijden rond vrouwen en psychiatrie. Maar om een vrouw als Grace te doorgronden, om mee te voelen met haar grillen en grote emoties, heeft een kijker meer nodig dan een verklaring of theatrale effecten.
A Woman Under the Influence, een film die schuurt en pijn doet, bewijst dat je daarvoor geen knieval maar een handreiking moet doen. Moet een vrouw met psychische problemen per se sympathiek zijn? Nee, maar je moet wel sympathie voor haar voelen.
Die My Love draait nu in bioscopen en is vanaf 23/1 te streamen op Mubi.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant