Om iets te doen aan het tekort aan huisartsen in sommige regio’s moeten studenten daar voorrang krijgen om geneeskunde te studeren, bepleit onderzoeker Lianne Mulder. ‘We hebben een diverse samenleving. Dat wil je onder zorgverleners terugzien.’
In provincies als Friesland, Zeeland en Limburg wordt het steeds moeilijker om een huisarts te vinden. Om dat te veranderen, moeten studenten uit regio’s met de grootste tekorten meer mogelijkheden krijgen om geneeskunde te studeren. Dat moet de kans vergroten dat zij later gaan werken in de regio waar ze zijn opgegroeid.
Daarvoor pleit Lianne Mulder (UMC Utrecht), die in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzoek deed naar kansenongelijkheid in de medische wereld. ‘Deze aanpak leidt tot een betere regionale verdeling en is rechtvaardig en noodzakelijk om de zorg toekomstbestendig te maken.’
Waarom werkt het selectiebeleid van geneeskundeopleidingen niet?
‘Relatief gezien gaan veel minder studenten uit Zeeland, Friesland en Limburg geneeskunde studeren. Dat komt mede doordat er buiten de Randstad minder jongeren naar het vwo gaan, waardoor de potentiële kandidatenpool kleiner is.
‘Ook houdt het toelatingsbeleid geen rekening met de herkomst van kandidaten, terwijl zorgverleners na hun studie vaak terugkeren naar de plek waar ze zijn opgegroeid. De gebieden waar de grootste huisartsentekorten worden verwacht, zijn exact de gebieden waar al 25 jaar lang de minste geneeskundestudenten vandaan komen.
‘Door die scheve verhoudingen staan er tegenover elke geneeskundestudent die opgroeide in Leiden ongeveer 196 inwoners, terwijl dat aantal in Stadskanaal 669 is. In 25 jaar tijd kwamen er meer studenten uit dertien rijke postcodegebieden, waaronder Naarden, Bilthoven en Haarlem, dan uit de hele provincie Zeeland of Drenthe.
‘De verschillen zijn zelfs per buurt groot. Sommige buurten in Nederland leveren vier tot zes geneeskundestudenten per jaar, terwijl uit buurten vlak daaromheen in 25 jaar tijd nog geen tien studenten kwamen.’
Wat verklaart die verschillen?
‘De Randstad is dichtbevolkt. Het is dus logisch dat daar de meeste geneeskundestudenten vandaan komen, in absolute cijfers. Maar ook relatief gezien levert een deel van de Randstad en het Gooi disproportioneel veel studenten.
‘In de Randstad wonen meer theoretisch opgeleide ouders met een goed salaris dan op het platteland. De sociaaleconomische segregatie is dus goed te zien. Als je geld hebt, kun je je kind goed helpen voorbereiden op de selectie van de studie geneeskunde, bijvoorbeeld met cursussen.
‘Dat is onrechtvaardig. Wat betekent het voor de kwaliteit van zorg van patiënten die in armoede leven? In hoeverre kun je je als student uit een rijke familie en rijke gemeente écht een voorstelling maken van het leven in armoede, en de invloed van die armoede op de gezondheid van mensen?
‘Maar we moeten breder kijken dan herkomstregio’s en sociaaleconomische status. Het idee van een strategische selectie gaat ook over etniciteit en geslacht. We hebben in Nederland een diverse samenleving. Dat wil je onder zorgverleners terugzien.’
Hoe komt een strategische selectie de diversiteit in de zorg ten goede?
‘Bij een strategische selectie kijk je naar wat de samenleving als geheel nodig heeft van de studentenpopulatie die wordt toegelaten tot de opleiding. Daarbij krijgen bijvoorbeeld studenten uit regio’s die ondervertegenwoordigd zijn meer kans om geneeskunde te gaan studeren. Dat kan leiden tot een betere regionale spreiding van zorgverleners.
‘Ook is het al langer duidelijk dat zorgverleners met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond buitenproportioneel ondervertegenwoordigd zijn. We moeten zeven keer zoveel Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse studenten toelaten tot zorgopleidingen, om dat probleem over twintig jaar opgelost te hebben. Deze jongeren wonen doorgaans niet in de rijkste buurten, dus ook de sociaaleconomische diversiteit verbeter je hiermee.
‘Daarnaast zijn er andere herkomstlanden die onder zorgverleners niet goed vertegenwoordigd zijn, zoals Oekraïne en Polen. Polen zijn vaak tijdelijke arbeidskrachten en werken in de kassen of in de bouw. Hoe goed worden zij geholpen als zorgverleners hun taal niet spreken?’
In Duitsland hanteren sommige universiteiten een quotum. Wat kunnen we daarvan leren?
‘Bij deze Landartzquote krijgen kandidaten een plek op de geneeskundeopleiding op voorwaarde dat zij daarna huisarts of zorgverlener worden in landelijke gebieden. In 2019 werd Noordrijn-Westfalen de eerste deelstaat met zo’n quotum. Die groep studenten is nog niet afgestudeerd, dus het is afwachten. Maar de procedure is wel succesvol genoeg dat nog tien andere deelstaten het quotum hebben overgenomen. Sommige deelstaten houden er tientallen tot honderden plekken voor vrij.’
Voor een strategische selectie is een wetswijziging nodig. Hoe wordt er vanuit de politiek naar uw advies gekeken?
‘Er is veel positieve belangstelling, maar ik hoor ook bezwaren. Maar hoeveel haken en ogen men ook ziet, uiteindelijk heeft iedereen recht op een huisarts. De beslissing over een wetsaanpassing is aan het nieuwe kabinet.
‘In 2003 voorspelde de toenmalige minister van Volksgezondheid, Hans Hoogervorst, al dat het huisartsentekort een probleem zou worden. We kunnen niet nog eens 22 jaar een van de oplossingen hiervoor, strategische selectie, vooruit blijven schuiven. Op een gegeven moment valt het systeem gewoon om. Zoals huisarts Watze Schaafsma in EenVandaag zei: ‘Als er in het Gooi een ernstig tekort was geweest, waren er allang veranderingen doorgevoerd.’’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant