Home

Oplossing tegen overbevissing? Wagenings lab ‘brouwt’ de vis van de toekomst

Gerookte paling, makreelsalade, inktvisringen: daar kun je over een paar jaar mogelijk ook van genieten zónder er dieren voor te vangen. Wageningse onderzoekers komen steeds dichter bij het kweken van visfilet uit stamcellen.

De vissen van de zeven wereldzeeën zullen er zelf geen weet van hebben, maar misschien dat hun leven wel op het punt staat een stuk aangenamer te worden dankzij João Garcia, een jonge Portugese onderzoeker. Terwijl buiten op de campus van de Wageningen Universiteit (WUR) de studenten druk op en neer pendelen tussen de universiteitsgebouwen, spuit hij routinematig een soort aardbeienranja in twee plastic schaaltjes.

‘Hierin zit makreel, en deze heb ik net gevuld met octopus.’ Garcia wijst naar de transparant rode vloeistof in het schaaltje. Heel appetijtelijk ziet het er nog niet uit.

Onder de microscoop laat de bio-ingenieur zien waar hij op doelt: hij wijst langgerekte cellen aan op zijn computerscherm, die her en der verspreid liggen in het schaaltje. De week ervoor had een samenwerkend onderzoeksteam van het Italiaanse instituut SZN een aantal octopusarmen gekocht van vissers in Napels. De spiercellen van hun aankoop proberen ze nu in Wageningen door te laten groeien – buiten het lichaam van het dier.

Vanuit het Wageningse laboratorium probeert Garcia met zijn team het zeevoedsel van de toekomst te creëren: vis en octopus die je niet meer hoeft te vangen, maar die je kunt kweken uit stamcellen, cellen die nog de potentie bevatten elk soort weefsel te worden, van vet tot spier. Zo hopen ze uiteindelijk vissticks en calamares te kunnen maken zonder bijeffecten als overbevissing en dierenleed.

Viscellen ‘overtuigen’

Het idee achter het kweekproces is vergelijkbaar met hoe bier wordt gemaakt: je doet ingrediënten en levende cellen in een groot vat, dat laat je onder de juiste omstandigheden pruttelen en na een tijdje kun je het product eruit halen. ‘Eigenlijk proberen we hier vis te brouwen.’

Voordat de wetenschappers een hele makreelfilet kunnen kweken, moet er wel nog wat werk worden verricht. Zo moeten ze de viscellen ‘overtuigen’ om door te gaan met groeien buiten het lichaam, de juiste mix van voedingsstoffen toevoegen en de losdrijvende cellen op de juiste manier samenpersen om daar een eetbaar stukje vis van te maken.

Ook het ‘brouwvat’, waarin de spierweefsels van makreel en octopus moeten groeien, is nog niet van gewenst formaat. De cellen worden nu nog opgekweekt in een bioreactor die niet veel groter is dan een blikje cola: goed voor zo’n 1 à 2 gram vis per kweeksessie. Dat moet binnenkort worden opgeschaald naar een vat van 50 liter, vertelt Garcia, en daar zou je binnen een paar weken al zo’n 2 kilo celmassa uit kunnen halen – in theorie genoeg voor een flinke visschotel. De hoop is dat ze op deze manier uiteindelijk uit één enkele cel duizenden tonnen aan vismaaltijden kunnen maken.

Gerookte paling

Wereldwijd richten al meerdere start-ups zich op het ontwikkelen van in het lab gekweekte vis. Zo hield het Californische Wildtype al in 2019 zijn eerste proeverij van zalm uit het lab, en biedt het zijn vis die ‘nooit gevangen hoeft te worden’ nu aan in een aantal Amerikaanse restaurants.

Ook Mihir Pershad, CEO van het Singaporese Umami Bioworks, heeft als doel de productie van labvis op grote schaal mogelijk te maken. De eerste hapjes Japans bereide paling, unagi, zijn al uit zijn lab komen rollen. Het bedrijf heeft sinds kort een grootschalige test-productielijn klaarstaan en probeert nu partners te vinden met wie het de paling op de markt kan brengen. Eenzelfde traject loopt met kaviaar en blauwvintonijn – beide wederom opgekweekt uit stamcellen.

Afgelopen zomer kondigde het kweekvisbedrijf van Pershad zijn entree aan in Nederland, waar het een nieuw kantoor zal openen in – jawel – Wageningen. Dat er zo veel onderzoek naar cellulaire agricultuur plaatsvindt in het Gelderse stadje is niet gek: al decennialang is deze ‘Foodvalley’ een broedplaats voor zee- en landbouwontwikkelingen, met de WUR als een van de aanjagers.

Pershad hoopt zijn producten in Nederland als eerste te kunnen aanbieden in restaurants. ‘Jullie zijn natuurlijk erg fan van gerookte paling. Wij werken nu samen met een aantal grote visserijbedrijven, en wie weet kunnen we dat de komende jaren gaan aanbieden in Europa. Maar voordat labpaling in de supermarkten ligt, moeten we eerst substantiële volumes kunnen produceren.’

Dan is ook nog goedkeuring nodig vanuit de Europese Unie: tot dusver is het verkopen en eten van uit cellen gekweekte dierlijke producten nog verboden, vanwege de strenge eisen waaraan etenswaren moeten voldoen binnen de EU.

Bloed van kalfjes

Een ander heikel punt in de productie van kweekvlees en -vis: FBS. Dit Fetal Bovine Serum wordt vaak gebruikt voor het op gang brengen van de groei van dierlijke cellen, van koe en varken tot tonijn. De herkomst van het serum is controversieel: men wint het uit het bloed van ongeboren kalfjes. Niet bepaald een ‘diervrij’ proces. Commerciële vlees- en viskwekers gebruiken daarom over het algemeen alternatieven, maar daar rust nog vaak een patent op.

Collega’s van Garcia onderzoeken of het mogelijk is een soortgelijke grondstof te verkrijgen uit microalgen en planten. Het plantaardige goedje zou in theorie dezelfde voedingsstoffen – suikers, eiwitten, groeifactoren – kunnen bevatten als FBS, en dat allemaal zónder het doden van koeienfoetussen.

Ook een netelige kwestie: de energie die het kweken van vis op deze manier mogelijk gaat kosten. Bij kweekvlees, dat al verder in ontwikkeling is, bleek dat het energieverbruik een stuk hoger kan liggen dan bij traditioneel gehouden slachtvee, al is het vooralsnog onduidelijk hoeveel energie er nodig zal zijn voor één labgekweekte makreel of haring.

Toch is de verwachting dat andere schadelijke effecten van de vlees- en visindustrie, zoals CO2-uitstoot en land- en waterverbruik, wel fors kunnen afnemen door cellulaire agricultuur, bleek uit een studie uit 2023.

Planten in de blender

Eerst maar eens de structuur goed krijgen van gekweekte vis en octopus, vindt Garcia. Klassieke vlees en vis hebben een goede bite door de gelijnde spiervezels in het weefsel, terwijl de gekweekte vismassa nu nog als een vormloze blob uit de reactor wordt gevist.

Garcia pakt een pot met een groene vloeistof van het aanrecht in zijn lab. ‘Hierin zit groeimedium met plantenbladeren, die hebben we eerst in de blender gedaan. We proberen nu de viscellen te kweken in deze mix, met de hoop dat de cellen zich zullen hechten aan de stukjes plant. Dat zou een manier kunnen zijn om artificieel het mondgevoel van gelijnde spiervezels na te bootsen.’

Rest de vraag: hoelang duurt het nog voordat we makreel, inktvis en ander zeevoer uit het lab kunnen verwachten? ‘Als we de voedselveiligheid en opschaalbaarheid van in het lab gekweekte vis kunnen aantonen, denk ik dat de eerste door Europa goedgekeurde producten al over drie à vijf jaar kunnen verschijnen. Maar dan ben ik wel erg optimistisch.’

Tot die tijd pipetteren Garcia en zijn studenten rustig door op zijn lab. Wie weet bevindt zich in een van zijn petrischaaltjes nu al een spiercel van een octopus die over enkele jaren – en na vele celdelingen – in een portie inktvisringen te vinden is.

En vissers en boeren dan?

Dierlijke producten rechtstreeks uit cellen kweken: dat kan het leven van mens en dier in potentie radicaal veranderen. ‘Zowel op een goede als slechte manier’, zegt socioloog Mariana Hase Ueta van de WUR. De Braziliaanse onderzoekt de verwachte maatschappelijke effecten van kweekvlees, -vis, en ook -melk en werkt nauw samen met het Wageningse kweekvislab.

Bekeken door de optimistische bril zou cellulaire agricultuur overal ter wereld kunnen gaan bijdragen aan een efficiëntere en diervriendelijkere voedselvoorziening. Maar er schuilen ook potentiële nadelen in de technologie, zoals de mogelijke concurrentie die ze kan vormen voor bijvoorbeeld vissers en boeren.

‘Wetenschappers maken vaak de aanname dat boeren en vissers zich niet interesseren in dit soort ontwikkelingen, of dat ze geheel tegen kweekvlees en -vis zijn. En dan vraag ik: heb je weleens gepraat met een boer of visser, hen betrokken bij deze nieuwe transitie? Dan is het antwoord vaak nee.’

De socioloog heeft namens de WUR al meerdere gesprekken gevoerd met boeren in Nederland, met de vraag hoe zij hun werkende leven zouden zien met dergelijke technologieën op het toneel. ‘Enkele boeren waren niet geïnteresseerd in cellulaire ‘landbouw’, maar anderen zagen wel potentie in het aanschaffen van een bioreactor in de toekomst, om naast normaal vlees en kaas wellicht ook gekweekte producten te kunnen aanbieden. Zij benadrukten dat innovatie in de landbouw ‘een Nederlandse traditie’ is.’

Hase Ueta onderstreept hoe belangrijk het is om mensen werkzaam in de landbouw en visserij te blijven betrekken bij de ontwikkelingen op het gebied van kweekvlees- en vis, maar zegt ook dat deze twee vormen van voedselproductie elkaar niet in de weg hoeven te staan. ‘Naar verwachting blijft de mondiale vraag naar vlees en vis de komende jaren enkel stijgen. Cellulaire agricultuur kan mogelijk de druk van de klassieke voedingsindustrie afhalen. Zowel voor consumenten als producenten zal dit een toevoeging zijn, geen vervanging.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next