Of het nu gaat om de veiligheid van bestrijdingsmiddelen of van coronavaccins: met feiten alleen overtuig je zelden. Dat zegt hoogleraar Daniëlle Timmermans. In haar afscheid vrijdag pleit ze ervoor de zorgen van burgers serieus te nemen.
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Daar stonden ze dan tegenover elkaar in het Drentse Diever, in mei dit jaar: voor- en tegenstanders van de lelieteelt in de gemeente Westerveld. Ze hadden zich in de stromende regen verzameld bij het moderne glazen gemeentehuis, waar de gemeenteraad besprak of de sierteelt beperkt kon worden vanwege gezondheidsrisico’s van bestrijdingsmiddelen. Bloementelers waren gekomen met toeterende trekkers, bezorgde bewoners met protestborden met het woord ‘gif’ erop.
Bewoners en artsen in Drenthe, maar ook op andere plekken, maken zich al jaren zorgen over de gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bloementeelt voor hun gezondheid. De ziekte van Parkinson en de spierziekte ALS zouden in de omgeving van bloementeelt meer voorkomen. Telers wijzen erop dat ze alleen middelen gebruiken die zijn goedgekeurd door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctbg) en gewoon hun beroep uitoefenen.
Het is een typisch voorbeeld van waar goede communicatie over gezondheidsrisico’s op haar plaats is, weet Daniëlle Timmermans, hoogleraar risicocommunicatie en volksgezondheid bij het Amsterdam UMC. Of het nu gaat over bestrijdingsmiddelen, zendmasten, pfas of (corona)vaccinaties: mensen maken zich vaak zorgen over de risico’s ervan. Soms lopen de gemoederen hoog op.
Mensen die ermee te maken hebben, interpreteren de risico’s vrijwel altijd anders dan deskundigen. Toch is het niet juist om alle vaccinweigeraars weg te zetten als onverstandige wappies, of om bezorgde omwonenden erop te blijven wijzen dat de risico’s klein zijn, vindt Timmermans. Haar boodschap: experts mogen bezorgde mensen best wat serieuzer nemen. Op 14 november neemt Timmermans afscheid als hoogleraar. Haar afscheidsrede heeft de veelzeggende titel 'Feiten die geen waarheid zijn'.
Feiten zijn toch altijd waar?
‘Dat klopt, maar die kunnen anders zijn voor burgers dan voor experts. Virologen en immunologen weten bijvoorbeeld alles over vaccins, over kansen, over risico’s. Die kun je berekenen en tegen elkaar afwegen. Wat is het risico van de coronavaccinatie op trombose? En wat is het risico daarop door corona zelf? Als je het rationeel bekijkt, beschermen vaccins inderdaad tegen ziekte. In die zin is vaccineren een goed idee.
‘Maar voor veel mensen is dat niet de enige waarheid. Zij hebben andere waarden en een ander perspectief. Ze maken zich zorgen over gif in hun lijf. Of dat het economisch belang van vaccinfabrikanten belangrijker is dan de volksgezondheid. Die zorgen zijn ook terecht, want er overlijden wel degelijk mensen na vaccinaties, al is de kans daarop enorm klein. En farmaceutische bedrijven verdienen inderdaad aan vaccins. Dus met alleen feiten over risico’s presenteren ben je er nog niet.’
Waarom niet?
‘Omdat mensen ook met hun gevoel reageren als ze denken dat er gevaar dreigt. Een eerste reactie bij een nieuw vaccin is: hoe gevaarlijk is het? Daar moet je dus aandacht aan besteden. Dat is precies wat immunoloog Marjolein van Egmond deed, toen ze destijds een filmpje maakte voor de Universiteit van Nederland met de titel: ‘Hoe gevaarlijk is het coronavaccin?’ Dat was een vraag waar veel mensen mee zaten. Dat hadden de makers goed aangevoeld.
‘Ook de Twijfeltelefoon (waar mensen tijdens de pandemie terechtkonden met vragen over het coronavaccin, maar die inmiddels ook over andere onderwerpen informatie geeft, red.) vond ik om die reden een goed initiatief.’
Hoe komt het dat de gemiddelde burger risico’s zo anders inschat dan experts?
‘Dat heeft onder andere te maken met hoe vrijwillig een risico is. Roken is bijvoorbeeld hartstikke schadelijk voor de gezondheid, maar nog steeds roken veel mensen. Dat zien we vaak als vrijwillig – al is roken eigenlijk een verslaving, en helemaal niet zo vrijwillig als je eenmaal rookt. Mensen schatten vrijwillige risico’s als kleiner in.
‘Hoe controleerbaar of bekend een risico is, maakt ook uit. Je kunt wel zonder helm door Amsterdam fietsen en het gevoel hebben dat je controle hebt, maar als het aan experts lag, hadden we allemaal een helm op. Op het gebruik van bestrijdingsmiddelen heb je minder invloed; dat risico schatten mensen hoog in. Hetzelfde geldt voor rokende schoorstenen van de industrie, zoals rond Tata Steel. Om onzichtbaar fijnstof maken mensen zich juist weer minder zorgen, terwijl dat wel schadelijk is.
‘Bij sommige risico’s spelen ook ethische vragen. Neem het bestrijdingsmiddel glyfosaat in de landbouw: zijn de voordelen en de nadelen daarvan wel eerlijk verdeeld? Boeren zeggen dat ze het nodig hebben om genoeg voedsel te kunnen produceren. Dat is voor een omwonende vrij abstract. Terwijl die omwonende er wel nadelen van ervaart. Er zit een morele kant aan omgevingsrisico’s.’
Wat bedoelt u daarmee?
‘Dan gaat het ook om de vraag wie verantwoordelijk is. Vooral bij omgevingsrisico’s speelt dat sterk. Dat zagen we al bij de vuurwerkramp in Enschede, in mei 2000. Toen bleek achteraf: het toezicht wás ook onvoldoende. Toen er elf jaar later een grote brand was bij Chemie-Pack in Moerdijk, zat dat nog in het geheugen van veel mensen. En ook daar bleken waarschuwingen genegeerd en regels overtreden.
‘In Drenthe kunnen de bloementelers wel zeggen dat ze zich aan de regels houden, maar dat botst met de verbanden die bewoners leggen en met eerdere ervaringen die ze hebben. Mensen geloven de experts dan niet. Daar moet je als overheid dus wat mee.’
Wat dan?
‘Het begint met de zorgen van mensen serieus nemen. Uit onderzoek weten we dat mensen zich vanwege de onvolledige informatie over coronavaccins behandeld voelden als kleine kinderen. Dat ze zich zo voelen, komt onder andere doordat experts nog weleens de neiging hebben informatie weg te houden bij burgers, zeker als de risico’s onzeker zijn. ‘Dat snappen ze toch niet, daar raken ze maar van in de war’, is de gedachte. Maar decennia aan onderzoek laat zien dat dat niet zo is.
‘Ook de risico’s over glyfosaat, pfas en nanoplastics zijn onzeker. Maar ook over die onzekerheden moet je open zijn. Het helpt om te zeggen: ‘We weten het nog niet zeker, maar we denken dat het zus en zo zit en dat gaan we verder onderzoeken. Ondertussen zijn dit de dingen die u zelf kunt doen.’’
Wat werkt om risico’s goed over te brengen?
‘Getallen kunnen helpen, en plaatjes daarbij ook, maar dé beste manier bestaat niet. Mensen die getallen goed begrijpen, kunnen er weliswaar meer mee dan mensen die daar minder goed in zijn, maar die laatste groep heeft er óók wat aan. Informatie moet bijdragen aan de keuze die mensen moeten maken, niet wat experts vinden dat ze moeten weten.’
In een lezing vorig jaar had u kritiek op de informatievoorziening over borstkankerscreening. Wat is daar mis mee?
‘De boodschap was heel lang: screenen is goed. De nadruk lag op mensen overtuigen om mee te doen. Voor veel vrouwen is dat vanzelfsprekend geworden. Maar screenen is niet voor iedereen goed en dat weten experts ook. Er is wetenschappelijke discussie over de vraag of de voordelen wel opwegen tegen de nadelen. Nadelen van het bevolkingsonderzoek zijn er wel degelijk, maar vrouwen vinden die risico’s niet altijd belangrijk of relevant.’
Wat voor nadelen heeft de borstkankerscreening dan?
‘Er zijn altijd vrouwen die te horen krijgen dat ze misschien borstkanker hebben, waarna dat later toch niet zo blijkt te zijn. Dat kan onrust geven. Of vrouwen krijgen een behandeling die achteraf toch niet nodig bleek. Dat kan schadelijk zijn. Dit soort overbehandeling kan ook andere zorg verdringen. Veel mensen die meedoen aan bevolkingsonderzoek realiseren zich dat niet en vinden het alleen maar fijn dat het goed uitgezocht wordt. Kanker heeft immers een grote emotionele lading, dus veel mensen slaan daarop aan.
‘Laat me duidelijk zijn: ik ben niet tegen screening. Maar het is wel belangrijk dat vrouwen zich realiseren dat er ook een risico aan zit, zodat zij zelf een afgewogen keuze kunnen maken om mee te doen. Het is voor veel mensen tegenintuïtief dat screening ook nadelen kent. Daar is de laatste jaren wel meer aandacht voor, al is het ingewikkeld om hierbij de goede informatie te geven.’
Wat is er nog meer veranderd aan de communicatie over risico’s?
‘We zien dat sommige groepen, zoals vrouwen met een migratieachtergrond, minder vaak meedoen aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. Ik zie een neiging van experts om dan toch maar weer te proberen die vrouwen te overtuigen mee te doen, om te voorkomen dat groepen achterblijven. Dan duikt de neiging weer op informatie weg te laten. Je kunt je afvragen of het ethisch is dat experts bepalen welke informatie vrouwen krijgen. Het blijft lastig om het goed te doen.’
Hoe moet het dan goed?
‘Een ei van Columbus is er niet. Het is een open deur dat je risico’s moet overbrengen vanuit het perspectief van de ontvanger. Toch gebeurt dat vaak niet. Welk gevoel hebben mensen erbij? Welke waarde geven ze aan het risico en de gevolgen ervan? Daar moet je bij ieder gezondheidsprobleem opnieuw achter zien te komen. Maar je kunt ervan uitgaan dat burgers gezondheidsrisico’s altijd anders zien dan experts.
‘De zorgen van mensen serieus nemen is de kern. Mensen wegzetten omdat ze niet de keuze maken die jij vindt dat ze moeten maken, zoals over vaccinatie, is geen goede manier om je doel te bereiken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant