Home

Vader en zoon Gorré willen met Curaçao ook voor overleden Jairzinho Pieter naar WK: ‘We hebben geloof’

Dean Gorré (technisch directeur en assistent-bondscoach) en zijn zoon Kenji (basisspeler) staan met het nationale voetbalelftal van Curaçao op de drempel van het WK. Een remise bij Jamaica is genoeg om de droom van overleden ploeggenoot Jairzinho Pieter uit te laten komen.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Nog één horde heeft het voetbalelftal van Curaçao te nemen voor een historische prestatie. Als het in de nacht van dinsdag op woensdag (Nederlandse tijd 2.00 uur) niet verliest van Jamaica plaatst het zich voor het eerst voor het WK. Curaçao is dan het land met verreweg de minste inwoners (nog geen 200 duizend) dat ooit deelnam aan het mondiale eindtoernooi.

The Blue Wave, zoals de ploeg genoemd wordt, is volgepakt met in Nederland geboren en getogen profs en wordt normaliter gecoacht door Dick Advocaat. De ervaren, nog immer bevlogen oefenmeester is echter naar huis gevlogen vanwege familieomstandigheden. De honneurs worden op Jamaica waargenomen door zijn assistenten Dean Gorré en Cor Pot.

De familie Gorré vormt een belangrijk smaldeel van de blauwe golf. Dean Gorré (oud-prof van onder meer Feyenoord en Ajax) is naast assistent ook al drie jaar technisch directeur bij de Curaçaose voetbalbond. Zijn zoon Kenji, opgeleid door Manchester United en thans spelend voor Maccabi Haifa, is normaliter basisspeler en kwam al voor Curaçao uit toen er in de selectie nog amateurs zaten.

‘Ik vind het leuk om te helpen, zeker als iets onmogelijk lijkt’, vertelt Dean (55), gezeten naast zijn zoon, via beeldbellen.

Kenji (31): ‘We werken nu officieel samen, maar papa is altijd mijn coach geweest. We zijn een familie van helpers.’

Sterke band

Hun banden met Cura zijn sterk. Deans moeder werd er geboren, net als zijn vrouw Magali, schrijver van twee boeken en diverse columns over de voetbalwereld.

Kenji: ‘Mama is misschien wel de fanatiekste supporter van allemaal.’

Fanatieke supporters zijn er inmiddels genoeg. Er is een run op kaartjes, ook naar uitwedstrijden reizen er Curaçaoërs mee.

Dean: ‘Eerst geloofde niemand erin, slechts een klein groepje believers, onder wie wijzelf. Nu weet ik al dat iedereen op het eiland teleurgesteld zal zijn als we het niet halen.’

Curaçao zette zichzelf op matchpoint door Bermuda donderdag met liefst 7-0 te kloppen. Voor de nummer 2 is er overigens nog een kans op het WK via intercontinentale play-offs.

Belangrijk tijdens de kwalificatiereeks was vooral de thuiszege op Jamaica (2-0) op 11 oktober. Kenji Gorré trapte prachtig de 2-0 tegen de touwen. Gelukzalig liep hij daarna in de rondte. Zijn vader stoof uit de dug-out, de handen boven zijn hoofd.

‘Het mooiste moment. Tot nu toe’, zegt Kenji. ‘Kwalificatie voor het WK zal het allermooiste zijn. We zijn vlakbij, we moeten het afmaken. Al zal het zwaar worden. Maar we hebben geloof.’

Ze hebben ook een talisman: een ketting van Jairzinho Pieter, door ploeggenoten ‘Pieter’ genoemd. Hij was jarenlang reservedoelman en gold als het smeermiddel van de selectie.

Kenji: ‘Pieter heeft mij en anderen enorm geholpen. Ik kende het eiland niet toen ik in 2019 bij de selectie kwam, de lokale spelers lieten me alles zien. Vooral Pieter was enthousiast en hulpvaardig. Hij geloofde ook echt in WK-deelname. Hij zei altijd: ‘we gaan naar het WK, we gaan naar het WK!’ Anderen waren sceptischer, moesten er een beetje om lachen. Maar hij geloofde in onze eenheid, hij smeedde die, hij zorgde dat de profs uit Nederland zich thuisvoelden, geaccepteerd werden, want wij verdreven toch steeds meer de lokale spelers.’

Dat was voor sommige op Curaçao geboren spelers moeilijk. ‘Maar Pieter zei: ‘die profs erbij is hartstikke goed voor ons’. Hij wist dat het de kans op het uitkomen van zijn droom zou vergroten: Curaçao op het WK. Ook al zou hij dan zelf misschien niet eens geselecteerd worden voor dat toernooi.’

Hartstilstand

En toen was er die kwade dag, 9 september 2019, vlak voor een kwalificatie-interland op Haïti. Pieter voelde zich al een tijdje niet lekker, verscheen niet bij het ontbijt, en werd gevonden op zijn hotelkamer. Dood. Vermoedelijk een hartstilstand.

Kenji: ‘Traumatisch, ik praat er nog steeds niet graag over. Een dag later moesten we spelen tegen Haïti. Het is nog steeds een film, ik kan het niet uitleggen. Dat heeft ons allemaal heel veel gedaan. We willen voor Pieter naar het WK.’

Voor elke wedstrijd legt aanvoerder Leandro Bacuna een ketting die hij van Jairzinho Pieter kreeg in het midden van de groep. Daarna gaan de spelers eromheen staan bidden. Kenji: ‘Vroeger ging Pieter voor in het gebed, heel fanatiek. We bidden in zijn geest.’

Dean: ‘Dit is het grootste drama voor die jongens. Ze hebben sowieso al veel offers gebracht.’

Glimlachend: ‘Zo vlogen we een keer vanwege geldgebrek naar het eiland Martinique in een vliegtuigje waar maar zes man in konden. Dus dat ding moest vier keer op en neer.’

Kenji zonder glimlach: ‘Van die kleine propellervliegtuigjes zaten we in, ja! Brrr… We speelden soms op slechte velden, met beroerde kleedkamers.’

Dean: ‘Soms was er geen eten, speelden ze op wat snacks die ze op het vliegveld hadden gekocht.’

Kenji: ‘Het was veel primitiever, maar ook veel puurder dan ik gewend was. Veel vrolijker ook, veel meer dansen en lachen. Dat je zo voetbal kunt beleven, opende mijn ogen.’

Heupwiegend

Die sfeer zit er nog steeds in. Vanuit Bermuda kwamen er beelden van Blue Wave-spelers die op het trainingsveld in de stromende regen op ritmische muziek een balletje hooghielden terwijl ze wiegden met hun heupen.

De familie Gorré kijkt ook naar de prestaties van het Surinaams elftal, dat zich eveneens kan plaatsen voor het WK. Dean werd in Paramaribo geboren, en was bondscoach van Suriname in 2015 en van 2018 tot 2021. Omdat Nederlandse profs toen nog niet mochten meedoen, bestond de nationale ploeg in het begin alleen uit lokale amateurs. Dat die ploeg zich in 2019 plaatste voor de Gold Cup, een eindtoernooi voor landen uit Midden- en Noord-Amerika en het Caraïbisch gebied, was een stunt van jewelste.

Dean: ‘Ik probeerde die jongens wijs te maken dat ze onverslaanbaar waren, dat we ook konden winnen van veel sterkere landen die wel profs konden opstellen. En dat lukte, en het begon te leven. We begonnen met vijftig, zestig toeschouwers voor een interland, we groeiden naar een vol stadion. Heel het land ging meedoen.’

Kenji: ‘Ik dacht toen je ermee begon: je bent gek! Wat ga je daar doen? Er was niets. Dan zie je wat je kan doen als je een visie en een drive hebt.’

Dean: ‘Het is het mooiste wat ik in mijn leven heb gedaan. Mooier dan als speler kampioen worden en de beker winnen met Feyenoord en Ajax.’

Het nationale elftal van Curaçao was bij Gorrés komst al verder, want dat kan al langer beschikken over in Nederland opgeleide profs.

Dean: ‘Toch is het heel anders werken dan in een georganiseerd voetballand als Nederland. Ik heb hier allerlei functies. Ik coachte ook verschillende jeugdteams en het vrouwenelftal. Er zijn overal handjes nodig.’

Met de komst van Dick Advocaat had hij geen bemoeienis. ‘Dat heeft de voorzitter geregeld. Dick vroeg me zelf als assistent.’

Kenji lachend: ‘Ik snap het wel, papa is nog fit, hoor. Hij kan nog mee!’

Dean: ‘Nou, in het begin bij Suriname kon ik die jongens met sommige spelletjes nog wel verslaan. Nu is het moeilijker. We kunnen een heel goed niveau halen met dit team. Er komen steeds betere spelers bij.’

Die spelers moeten zichzelf nu belonen, vindt hij. ‘Ze moeten Cura trots maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next