Schaatsen Tijdens de eerste wereldbeker van dit olympisch seizoen liet de Amerikaan Jordan Stolz zien dat hij dé grote favoriet is voor de Spelen. De Nederlandse schaatsers kwamen er op de snelle baan van Salt Lake City op geen enkele afstand aan te pas.
Jordan Stoltz tijdens de wereldbeker in Salt Lake City, afgelopen zaterdag.
Het was maar een ogenblik, maar je zag Jordan Stolz kijken, onder zijn rechterarm door. Hij kwam de laatste binnenbocht van zijn 1.500 meter uit, de finish honderd meter verder. Een rondje eerder moest de Amerikaan nog in volle achtervolging op Kjeld Nuis, maar nu zag hij de Nederlander achter hem schaatsen. Stolz wist: die is geklopt.
Aan de streep bleek iedereen geklopt. Met 1.40,38 reed Stolz zaterdagmiddag tijdens de wereldbekerwedstrijden langebaanschaatsen in Salt Lake City de tweede tijd ooit op de schaatsmijl, een dik persoonlijk record. En na de 1.000 meter op vrijdag en de 500 meter eerder op zaterdag, was het zijn derde zege van het weekend.
Kortom: de 21-jarige Stolz is terug als de maat der dingen in het mannenschaatsen, iets meer dan een half jaar nadat hij feilbaar leek op de WK afstanden in het Noorse Hamar. Daar werd hij, na een door een longontsteking verstoorde voorbereiding, twee keer tweede (500 en 1.500 meter) en derde (1.000 meter). Goed, maar beneden peil voor de man die de twee jaren ervoor telkens alledrie de afstanden had gewonnen.
De concurrentie had vertrouwen geput uit dat WK van afgelopen seizoen, en dan met name de Nederlanders: Jenning de Boo werd wereldkampioen op de 500 meter en Joep Wennemars greep de titel op de 1.000 meter.
Maar tijdens de eerste internationale krachtmeting van dit olympische schaatsseizoen op de hooglandbaan in de VS kwamen de Nederlanders er niet aan te pas. De Boo werd vrijdag derde op de 1.000 meter, en een dag later tiende op de kortste afstand na een „slordige race”, zei hij tegen de NOS. Wennemars werd zevende op de 1.500 meter.
Op de langste afstand van deze eerste wereldbeker, de 5.000 meter, deden mannen in oranje schaatspakken er ook niet toe. Alle aandacht ging daar uit naar het wereldrecord (6.00,23) van de Fransman Timothy Loubineaud, een parttime politieagent die het grootste deel van zijn leven aan inline-skaten deed voordat hij de overstap naar het langebaanschaatsen maakte.
Het was de grote verrassing van het weekend: niet dát het wereldrecord werd verbroken, maar dat het Loubineaud was die het deed. Vooraf werd er gekeken naar de Italiaan Davide Ghiotto, wereldrecordhouder op de 10.000 meter, de Noor Sander Eitrem, regerend wereldkampioen op de 5.000 meter, en het Tsjechische talent Metodej Jilek, die vorige maand op 19-jarige leeftijd het wereldrecord op de incourante 3.000 meter verbrak.
Waar de Nederlandse mannen geen afstand wisten te winnen in het openingsweekend van de internationale schaatskalender, waren de vrouwen juist heel succesvol: ze wonnen vrijdag en zaterdag alle individuele afstanden.
Femke Kok liet zien dat ze na drie wereldtitels op rij nog steeds de snelste vrouw op schaatsen is. Met een tijd van 36,48 verbeterde ze haar eigen Nederlandse record flink, en is ze nog maar 0,12 seconde verwijderd van het wereldrecord. Het is de snelste tijd van een vrouw op de 500 meter sinds 2019. Op de 1.000 meter werd ze tweede, nadat Jutta Leerdam in een spannend rechtstreeks duel nét iets sneller bleek.
Joy Beune was ziek tijdens de NK afstanden, die fungeerden als kwalificatietoernooi voor de wereldbekerwedstrijden, plaatste zich ternauwernood op de 1.500 meter en mocht alleen dankzij een aanwijsplek ook op de 3.000 meter starten in de VS. In Salt Lake City liet ze zien waarom ze de regerend wereldkampioen is op de 1.500 en 3.000 meter; met 3,53,69 verbeterde ze op de 3.000 meter haar persoonlijk record, in de vijfde tijd ooit geschaatst. Een dag later was ze met opnieuw een persoonlijk record (1.51,05) ook de snelste op de 1.500 meter.
Achter de Fransman schaatsten drie anderen (onder wie Jilek en Eitrem) zich de top-10 van snelste tijden ooit in. Nederlanders zaten daar niet bij: Jorrit Bergsma werd de hoogst geklasseerde op de achtste plaats, en bleef ver verwijderd van zijn persoonlijk record.
Niet alleen op de 5.000 meter werd dit weekend snel gereden. Op de 500 meter was zelfs een 33’er niet automatisch genoeg voor het podium; liefst vijf schaatsers doken onder de magische grens van 34 seconden, van wie Stolz met 33,88 het snelst was. Op de 1.000 meter was de Amerikaan maar een fractie langzamer dan zijn eigen wereldrecord (1.05,66), achter hem werd de Pool Damian Zurek in de vijfde tijd ooit tweede. En op de 1.500 meter, waar Stolz voor de vierde keer in de geschiedenis onder de 1.41 dook, schaatste de Chinees Ning Zhongyan met 1.41,02 de vijfde tijd ooit. Daarachter reed de 18-jarige Finn Sonnekalb uit Duitsland een wereldrecord junioren (1.41,33). De combinatie van de voorbereidingen voor een olympisch seizoen en een snelle ijsbaan op hoogte bleek een garantie voor snelle tijden.
Zaterdagmiddag leek het er op de 1.500 meter even op of Nuis in staat was Stolz te verslaan in een rechtstreeks duel. In de voorlaatste ronde nam de 36-jarige Nederlander dankzij een goede wissel en binnenbocht een ruime voorsprong, maar in de laatste ronde kwam de vijftien jaar jongere Amerikaan alsnog onderdoor.
„Tot 1.100 meter ging het hartstikke goed, het voelde heel lekker. Maar het was helaas niet genoeg”, zei Nuis na afloop tegen de NOS over zijn race tegen Stolz. „Met een of andere sicke eindsprint dicht hij het gat, diep respect. Hij beschikt over zo’n grote motor en heeft een hele hoge topsnelheid, en hoe frustrerend dat ook is, het is gewoon grote klasse.” Nuis werd uiteindelijk vijfde.
Ook Stolz erkende dat zijn laatste rondje het verschil maakte tegen Nuis. „Ik maakte me even een beetje zorgen, het leek er op alsof de oude Kjeld terug was”, zei hij tegen de NOS, over zijn tegenstander die de afgelopen twee Spelen goud won op de 1.500 meter. „Maar met mijn uithoudingsvermogen zit het nog altijd goed, dat was de sleutel.”
Rustig en nuchter als altijd gaf Stolz voor de Nederlandse camera toe dat hij met drie gewonnen afstanden „back on track” is. „Ik wist vooraf niet zo goed wat ik moest verwachten. De mannen in Nederland schaatsten heel erg hard op het NK, ik voelde me niet op mijn allerbest, dus ik had wel wat twijfels. Maar ik ben blij met de resultaten, het geeft me weer een beetje meer zelfvertrouwen.”
In de VS, waar de Olympische Spelen altijd groter worden gemaakt dan elders, wordt dit seizoen veel verwacht van de jonge Amerikaan. De rechthebbende televisiezender NBC heeft Stolz samen met skilegende Lindsey Vonn en kunstrijders Alysa Liu en Ilia Malinin het gezicht gemaakt van een grote promotiecampagne richting de Winterspelen. In de eerste reclamespotjes acteren de sporters samen met Hollywoodsterren Scarlett Johansson en Glen Powell en popster Ariane Grande.
Last van de druk die daarbij komt kijken, lijkt Stolz vooralsnog niet te hebben. En ook een vervelende scheenbeenblessure, die de Amerikaan deze zomer opliep na een fietsongeluk waaraan hij een diepe vleeswond overhield, lijkt zijn voorbereiding niet verstoord te hebben. „Daar ben ik heel snel van hersteld, ik heb er helemaal geen last meer van”, zei Stolz. „Nadat ik terugkwam van die blessure, was ik nog steeds sterker dan ik ooit ben geweest.”
Toch is Stolz nog niet tevreden met zijn huidige vorm, zei hij. „Er is nog steeds een hoop werk te doen. Mijn topsnelheid moet hoger, en ik verwacht dat hoe meer wedstrijden ik schaats, hoe beter ik word. Dat is ook nodig, want ik ga er vanuit dat de rest ook beter zal worden.”
De Nederlandse schaatsers beaamden dat. „Stolz was als vanouds sneller dan ik. Maar ik heb hem al een paar keer mogen verslaan, en mijn absolute piek ligt later in het seizoen”, zei Jenning de Boo tegen de NOS, doelend op het olympisch kwalificatietoernooi eind december en de Winterspelen in februari.
De Boo zei te verwachten dat hij komend weekend, als het wereldbekercircuit de hooglandbaan in het Canadese Calgary aandoet, al beter zal zijn. „Dat is wel mijn baan, ik hoop daar te gaan stunten”, zei De Boo, die zijn twee nationale records op de 500 meter (33,87) en 1.000 meter (1.06,05) in Calgary reed.
Historisch gezien hoeven de Nederlanders zich nog geen zorgen te maken. Vorig jaar wonnen de mannen (en ook de vrouwen) in het oranje geen enkele individuele afstand tijdens de eerste twee wereldbekerwedstrijden. Het seizoen werd afgesloten met de wereldtitels voor De Boo en Wennemars.
En ook vier jaar terug, toen de schaatsers zich klaarmaakten voor de Winterspelen van Beijing, werd er in het begin van het seizoen weinig gewonnen door de Nederlandse equipe. Drie maanden later behaalden de mannen in China twee gouden en drie zilveren medailles.
Als de Nederlanders dat succes willen herhalen op de olympische schaatsbaan van Milaan, dan moeten de mannen ditmaal af zien te rekenen met Stolz, die de eerste mannelijke schaatser wil worden die sinds Eric Heiden in 1980 vier gouden medailles op een Spelen wint – naast de 500, 1.000 en 1.500 meter ook op de massastart. „Vorig jaar was het in het begin een groter gat en dichtte ik het ook later in het seizoen”, liet Nuis zijn vertrouwen in een goede afloop blijken tegen de NOS. „Hij is niet onverslaanbaar, nee hoor.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC