In Soedan woedt ruim twee jaar een nietsontziende oorlog. Soedan-deskundige Alex de Waal vindt het tijd dat de internationale gemeenschap Soedan gaat zien voor wat het is. ‘De machthebbers zijn geen politici, maar zakenlui.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
De internationale gemeenschap begrijpt Soedan helemaal verkeerd. Tot dat inzicht kwam Soedan-expert Alex de Waal (62) twintig jaar geleden, toen hij na de massaslachting in Darfur als mediator aan tafel zat tijdens de vredesonderhandelingen. Hij keek rond in de vergaderzaal in Khartoum en realiseerde zich: ik ben de enige die geïnteresseerd is in de tekst van de vredesdeal. ‘De aanwezige machthebbers waren druk met onderhandelen over hoeveel alle milities moesten worden betaald om ze een tijdje rustig te houden, alsof ze op een bazaar stonden.’
De Waal trok toen de conclusie: we doen alsof Soedan een klassieke natiestaat is, maar dat is het helemaal niet. ‘Het is een maffiakartel gerund door de elite’, zegt de Britse antropoloog en directeur van onderzoeksinstituut The World Peace Foundation vanuit zijn huis in Boston. ‘En zolang de internationale gemeenschap dat niet begrijpt, is alle goedbedoelde hulp zinloos.’
Soedan is sinds april 2023 opnieuw verwikkeld in oorlog. Van de vijftig miljoen Soedanezen sloegen er vijftien miljoen op de vlucht. Het geweld werd afgelopen weken zichtbaar, toen de stad El Fasher, na maandenlang verstoken te zijn geweest van voedselhulp, in handen viel van de Rapid Support Forces (RSF), een van de strijdende partijen. Sindsdien staat het internet vol met video’s waarop lachende RSF-strijders hun zwarte landgenoten in koelen bloede neerschieten. Mannen worden gevangengenomen. Vrouwen verkracht.
Wat nu in Soedan gebeurt, lijkt een herhaling van de geschiedenis. Tussen 2003 en 2005 werden driehonderdduizend zwarte Soedanezen in Darfur gedood. Soedans toenmalige dictator Omar al-Bashir gaf de Arabische Janjaweed-militie opdracht om orde op zaken te stellen na een opstand. De ‘gewapende mannen te paard’ gingen nietsontziend te werk. Uit de Janjaweed-militie kwam later de RSF voort, de partij die nu opnieuw etnisch geweld tegen de zwarte bevolking gebruikt.
Toch is de oorlog van nu niet te vergelijken met die van toen. Al-Bashir werd in 2019 afgezet. De Sudanese Armed Forces (SAF) hebben nu de macht na een militiaire coup. Dat leger krijgt steun van groeperingen die al decennialang aan de touwtjes trekken in Soedan, zoals de islamisten.
De RSF proberen de SAF van hun troon te stoten. Dat de RSF, een paramilitaire groep uit een achtergestelde regio als Darfur, daartoe in staat is, is vanwege hun lucratieve goudhandel. Ze verkopen goud aan de Verenigde Arabische Emiraten. In ruil daarvoor krijgen ze wapens.
Om deze oorlog ten einde te brengen, moet je Soedan eerst doorgronden, zegt De Waal. Als autoriteit op het gebied van hongersnood en de manier waarop honger als oorlogswapen wordt ingezet, doet hij al veertig jaar onderzoek in Soedan. Hij interviewde honderden slachtoffers van eerdere oorlogen. Hij kent de machthebbers persoonlijk. Na al die jaren ziet hij twee hardnekkige misverstanden over Soedan circuleren.
Het geweld tegen de burgerbevolking is geen minutieus geplande genocide die voortkomt uit etnische haat, zegt hij. ‘Het is genocide uit gewoonte.’ En Soedan is geen staat, maar een politieke markt. ‘De machthebbers zijn geen politici, maar zakenlui.’ De internationale gemeenschap moet zich dat realiseren om het juiste te kunnen doen.
U zegt dat dit geen genocide is die voortkomt uit etnische haat, maar dat speelt toch wel degelijk een rol in de Soedanese samenleving?
‘Ik zeg ook niet dat er geen onderlinge etnische haat is. Die is er zeker. Soedan is een land met een complex etnoraciaal systeem met een hiërarchie gebaseerd op kleur. Maar die haat bepaalt niet wie aan welke kant staat in deze oorlog. In beide legers vechten soldaten mee van verschillende bevolkingsgroepen. Soms wisselen generaals zelfs van kant. Dat zou niet kunnen als etnische haat de drijfveer achter deze oorlog was.
‘Wat wel bepaalt wie aan welke kant meevecht, is of iemand voor of tegen de elite is, die Soedan al bijna zeventig jaar bestuurt. De RSF wordt door velen gezien als de enige partij die het establishment omver kan werpen. Deze oorlog gaat dus niet over etniciteit, maar over macht.’
Als etnische haat niet de drijfveer is, waarom gebruikt RSF dan toch etnisch geweld gebaseerd op kleur?
‘Voor individuele soldaten zal die onderlinge haat daarin een rol spelen. Maar de RSF-top wil vooral een signaal afgeven aan de rest van de Soedanese bevolking: ‘Dit is wat jullie te wachten staat als je je niet overgeeft.’ Dat is een oorlogstactiek die al duizenden jaren bestaat. Vroeger stuurden ze gemutileerde soldaten naar de tegenpartij. Nu verspreiden ze filmpjes van hun bloeddorst om die boodschap over te brengen.
‘Wreedheden tegen burgers keren altijd terug in Soedan, omdat Soedanese strijders hebben geleerd om op die manier oorlog te voeren. Dat is te wijten aan de vorige Soedanese machthebbers. Die stuurden vanaf de jaren tachtig niet het reguliere leger op opstanden af, maar lokale milities, want die waren goedkoper. Ze mochten hele dorpen platbranden en plunderen zonder ooit ergens verantwoording voor te hoeven afleggen. De RSF is voortgekomen uit zo’n militie. Geweld tegen de burgerbevolking hoort er voor hen nu eenmaal bij.’
Soedan is een uitgestrekt land in de Sahel. Toen het nog onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, was het een handelsknooppunt waar Europeanen en Arabieren slaven en ivoor kochten. De Britten bestuurden het grondgebied 57 jaar. Bij Soedans onafhankelijkheid in 1956 lieten ze een land achter dat vooral rondom de Nijl was ontwikkeld. Op kaarten waren keurige lijnen getrokken. Maar in werkelijkheid wist niemand waar Tsjaad, Libië en de Centraal Afrikaanse Republiek ophielden en Soedan begon.
Na de onafhankelijkheid had Soedan kort een semifunctionerend parlement en een gekozen regering. Maar al in 1958 werd de eerste militaire coup gepleegd. Opeenvolgende dictators kochten de loyaliteit van invloedrijke groepen om aan de macht te blijven. De Wereldbank klopte in de jaren zeventig voor het eerst aan om schulden te innen. De paar overheidstaken die de staat toen nog uitvoerde, werden als gevolg daarvan wegbezuinigd.
De Waal trof tijdens zijn eerste bezoek in 1984 een land aan waarin de overheid al grotendeels afwezig was. ‘De machthebbers deden in de steden het minimale om de bevolking rustig te houden. Maar daarbuiten functioneerden de politie, scholen en ziekenhuizen al niet meer. Het bestuur was opgegeven.’ Veertig jaar later is dat niet veranderd.
Wanneer realiseerde u zich voor het eerst dat de politieke werkelijkheid zoals wij die kennen in het Westen niet opgaat in Soedan?
‘Toen ik namens de Afrikaanse Unie onderhandelde over de vredesdeal in 2005. Er was net een genocide gepleegd, maar de gesprekken gingen over geld. De vertegenwoordiger van de regering in Khartoum werkte met een politiek budget. Hij probeerde erachter te komen hoeveel hij de milities uit Darfur moest betalen om ze in het gareel te krijgen, en of hij dan genoeg geld over had om zijn eigen bondgenoten af te kopen.
‘Toen ik later voor het High Level Panel on Darfur (een commissie die advies uitbracht over verantwoording en verzoening na de oorlog, red.) werkte, moest ik langs bij Salah Gosh, hoofd veiligheid van de Soedanese regering. Dat was een intimiderend figuur, dus ik was zenuwachtig. Om het ijs te breken vroeg ik hem: ‘Hoeveel kost het tegenwoordig om een militie in te zetten in Darfur?’ Het was bedoeld als grapje, maar hij begon uit te leggen hoe het werkte. De prijs was nu heel hoog vanwege concurrentie uit Tsjaad en Libië, zei hij. Hij wachtte tot de prijs zou zakken.
‘Ik realiseerde me dat heel Soedan functioneerde als een markt. Met elites die zich opstellen als zakenlui, die zich niets aantrekken van grenzen. Politiek gebruiken ze als middel. Dat is hoe politiek op veel plekken in de wereld werkt. In de Verenigde Arabische Emiraten werkt het zo. En ook types als Poetin, en zelfs Trump in zekere mate, redeneren op die manier.’
Wat wil RSF-leider Hemedti dan zakelijk gezien bereiken met deze oorlog?
‘Hij is geïnteresseerd in een zo groot mogelijke commerciële macht. Hij doet al zaken met de Verenigde Arabische Emiraten. Hij verhuurde het RSF-leger ooit aan Jemen. Politieke invloed ziet hij als manier om de lucratiefste delen van de Soedanese economie toe te eigenen.
‘Hemedti is overigens slim genoeg om te weten dat hij misschien nooit president van Soedan kan worden. Daarvoor schuift hij dan wel iemand anders naar voren. Hij ziet zichzelf het liefst, denk ik, als de godfather die van een afstand alles bestiert.’
Landen als Egypte, Saudi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten snappen al veel langer dat het in landen als Soedan om commerciële macht draait, zegt De Waal. ‘Daarom hebben ze zoveel invloed in Soedan.’
Wat De Waal niet begrijpt, is waarom de Amerikanen het niet wilden zien. De CIA werkte in Afghanistan jarenlang in een web van tribale lijnen, dus ze kennen het principe. ‘Maar ze bleven in Soedan vasthouden aan het idee van een staat die je met de juiste druk naar een democratie kon leiden.’ De Waal meent dat daardoor cruciale fouten zijn gemaakt.
Na het bloedbad in Darfur begin deze eeuw werd de eerste vredesmissie ooit ingezet in Soedan. U vond dat niet de juiste aanpak. Waarom niet?
‘De vredesmissie beschermde de bevolking, maar ondertussen werd niet naar een politieke oplossing toegewerkt. Zo’n vredesmissie trekt ook een enorme wissel op een land. Er komen allerlei buitenlanders naar binnen. Die moeten slapen, eten, vervoerd worden. Dat kost allemaal geld, terwijl de lokale bevolking het gevoel had dat ze er niets aan had. Het paste niet bij Soedan.
‘De internationale gemeenschap wilde ook niet tot in lengte van dagen voor de vredesmissie betalen. De blauwhelmen vertrokken uiteindelijk zonder iets te hebben veranderd.’
U was ook een van de weinige tegenstanders van de vervolging van Al-Bashir bij het Internationaal Strafhof. Waarom vond u dat hij vrijuit moest gaan, terwijl hij opdracht gaf voor een gruwelijke massamoord?
‘Ik vond niet dat Al-Bashir niet moest worden gestraft, maar ik vreesde dat een arrestatiebevel het vredesproces in de weg zou zitten. Na Darfur stond Soedan voor de keuze: streven naar gerechtigheid of naar langdurige vrede? Veel Soedanezen vonden langdurige vrede het belangrijkst, concludeerde de onderzoekscommissie waarvan ik onderdeel was.
‘Om vrede te bereiken, had je samen met Al-Bashir naar een democratie moeten toewerken, zoals in Zuid-Afrika was gedaan in de jaren negentig, toen er een einde kwam aan de apartheid. De apartheidsregering werd daar nooit vervolgd omwille van het democratische proces. Dat had ook in Soedan moeten gebeuren bij Al-Bashir.
‘Want toen het arrestatiebevel eenmaal was uitgevaardigd, weigerde Al-Bashir alle medewerking. Hij bleef zitten waar hij zat, omdat hij wist dat hij zou worden gearresteerd zodra hij aftrad. Uiteindelijk is hij na twintig jaar nog steeds niet door het Internationaal Strafhof vervolgd. Soedan kreeg dus noch langdurige vrede, noch gerechtigheid. De enige Janjaweed-leider die vorige maand schuldig werd bevonden door het Strafhof is iemand die zichzelf aangaf. Alle strijders in Soedan weten daarom dat ze toch wel vrijuit gaan, zolang ze zichzelf niet aangeven.’
De Amerikanen zetten Soedan onder druk met een middel dat nog steeds populair is: sancties. Waarom heeft dat volgens u Soedan juist verder de afgrond ingeduwd?
‘Het probleem met sancties is dat je ze makkelijk invoert, maar moeilijk opheft. De Amerikanen legden de eerste sancties op in 1993, toen bleek dat Osama Bin Laden zich in Soedan schuilhield. Soedan probeerde twintig jaar lang die sancties ongedaan te maken, maar de eisen waaraan ze moesten voldoen, veranderden continu. Eerst moest Soedan helpen bij contraterrorisme. Dat deden ze. Daarna moest Soedan instemmen met een vredesdeal met Zuid-Soedan. Dat deden ze. Maar de sancties werden nooit opgeheven.
‘Door al die sancties konden buitenlandse bedrijven niet in Soedan investeren. Soedanese burgers konden niet handelen met het buitenland. In 2011 viel ook nog driekwart van de olieinkomsten weg, omdat Zuid-Soedan zich afsplitste van Soedan. De compensatie die Soedan was beloofd, kwam er nooit. Dat is de reden waarom goud er zo belangrijk werd. En daarom werd de RSF, de partij die alle goudmijnen controleerde, uiteindelijk zo machtig.’
Toch is er hoop uit onverwachte hoek. De Amerikanen die Soedan nooit begrepen, hebben nu een regering met een handelsgeest. Waarom is dat goed nieuws voor Soedan?
‘Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, werkt eindelijk aan een politieke oplossing voor Soedan, in plaats van aan een juridische of een financiële oplossing. En hij heeft daarvoor de juiste formule bedacht. Want in plaats van alleen met de SAF en RSF te overleggen, zet hij alle betrokken Arabische landen ook aan tafel. Dat is heel verstandig. Want zij zijn degenen die de SAF en RSF van wapens voorzien en toestaan dat deze oorlog voortduurt.’
‘Het enige waarover ik me zorgen maak, is of Rubio Trump moet inschakelen om de deal rond te krijgen. Als Trump nodig is, hebben we een probleem. Want bij onderhandelingen in Soedan moet je continu iedereen aan boord houden, ook na het sluiten van de overeenkomst. Ik denk niet dat Trump de focus heeft om dat te doen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant